‘Ik stel mijn woonwereld open’

Woondesigner Marcel Wolterinck begon als bloemist. ‘De natuur moet mijn ontwerpen omarmen’, zegt hij bij twee bordjes vis.

De aprilwind is hard en ijzig, de lucht is onbewolkt. De zon schijnt schel, maar verwarmt niet. „Ik liep vanochtend met de hond op de hei”, zegt Marcel Wolterinck (53). „En ik dacht: het voelt vandaag Zuid-Frans.” Alsof de mistral door Laren waait. Bijna dertig jaar geleden nam Marcel Wolterinck in dit dorpje de plaatselijke bloemenzaak over.

Het winkeltje groeide uit tot Wolterinck’s World, en is nu gevestigd in een nieuw, zelf ontworpen pand. De bloemist Wolterinck ontpopte zich tot woondesigner. De tuin, het interieur, de meubels, het bedlinnen en het servies, alles wat je er ziet, is door hem bedacht. Klanten van over de hele wereld vragen hem om ook hun huizen en kantoren vorm te geven. Naar hun wensen en zijn smaak.

Na de lunch in restaurant Beaubourg, tegenover de Sint Jansbasiliek in het centrum van Laren, lopen we nog even naar Wolterinck’s World, de showroom. Een wandeling van nog geen tien minuten. We lopen langs hoge buxushagen de patio op. Hij staat stil bij de houten constructie van de pergola. De takken van de blauwe regen krullen omhoog langs de palen. „Mooi hè”, zegt Wolterinck. Zo moet het nou. Dit bedoelt hij als hij zegt dat buiten en binnen vervlochten horen te zijn. „In mijn wereld omarmt de natuur de architectuur.”

Een paar uur eerder, in Beaubourg. Marcel Wolterinck komt binnen, de wind waait wat verdwaalde blaadjes met hem mee. Hij trekt zijn jasje recht, strijkt de lok uit zijn gezicht en gaat zitten bij een tafel aan het raam. „Mooi is het hier hè”, zegt hij, doelend op het dorp aan de andere kant van het raam. De straten schoon, de winkels duur, de bomen gesnoeid en geen voorbijganger die er onverzorgd uitziet. Hij wist het onmiddellijk toen hij hier, 26 jaar oud, in zijn Opel Kadett binnen reed. „Dit is onze plek.” De ondernemers en creatieven die hier wonen, zouden zijn creativiteit wel begrijpen. En zij zouden bereid zijn ervoor te betalen. „Ik had iets anders voor ogen dan een bloemenstal.”

Marcel Wolterinck is bloemist. „Op mijn zesde wist ik al dat ik dat zou worden.” Hij zegt dat het in zijn genen zit, hij komt uit een familie van estheten. De wortels van zijn smaak liggen in de Achterhoek, waar hij geboren werd. Zo prachtig was de groentetuin op de boerderij van zijn grootouders; de aardbeien kleurend bij de worteltjes, de mooie hagen rondom, de bloementuin perfect in orde. „Mijn oma was boerin in Lichtenvoorde, maar in haar hart was ze tuinarchitect.” De tuin van zijn ouders, nu in de tachtig, was ook altijd verzorgd. Hij haalt er nog elke week verse groenten. Zijn jongere zusje teelt in haar theetuin voor hem de bloemen die hij nergens anders krijgen kan. De tuin van de jongste van zijn twee broers had hij „zelf zo kunnen ontwerpen”.

Meesterbinder

Hij deed de opleiding bloemsierkunst en bloementeelt op de middelbare tuinbouwschool, hij haalde de titel meesterbinder en werkte op zijn eenentwintigste al „in het Mekka van het Oosten”, de winkel van bloemsierkunstenaar Louise Aalbers in Doetinchem. Daar ontmoette hij Anja, die toen nog werkte als secretaresse. Ze trouwden een jaar later. „Ze wilde mijn passie doorgronden en ging ook de opleiding bloemsierkunst doen. Toen ze die had afgerond, begreep ze mijn frustratie ook beter. Ze zei op zondagavond: ‘laten we samen iets gaan opzetten’. Op maandagochtend zette ik ons huis in de verkoop. Ik wilde meer. Ik moest weg om mijn weg te kunnen vinden.”

Was hij dan zo ongelukkig in het Oosten? Nee, nee, zegt hij. „De omgeving is er prachtig. Ik genoot intens van wat er was. Ik had vriendjes die orgel speelden, blokfluit, zelf had ik een accordeon. Pas later, toen ik ging reizen en musea en concerten bezocht, ontdekte ik dat piano en viool gewoon meer mijn ding zijn. ” Wolterinck verkocht in het verleden door hem samengestelde cd-boxen. „Met jazzy stukken erop, maar ook klassiek, zoals Debussy.”

Eenmaal in Laren ging het snel. Hij decoreerde begrafenissen en feesten, hij ‘deed’ het huwelijk van Jan en Monique des Bouvrie. De vrouw van de ambassadeur vroeg hem de ambassade in Washington aan te kleden. Hij stuurde meteen 11.000 tulpen die kant op. Hij mocht de dinertafels verzorgen voor Barbara Bush en Hillary Clinton.

„Als een soort SRV-man reed ik met een bus vol kaarsen, vazen en windlichten naar klanten in Zeist, Brasschaat en Wassenaar.” En vaak vroegen mensen hem dan wat hij van hun tuin/serre/zwembad vond. En dan had hij altijd wel ideeën over hoe het anders kon. „Mensen hebben het geld, maar vaak niet de tijd om hun woonwensen vorm te geven.” Of geen smaak?, vraag ik. „Mensen willen gerustgesteld worden”, antwoordt hij. „Ze willen van mij weten of het wel mooi is wat ze willen.” Hoor hoe hij – als we naar zijn woonwinkel lopen – een klant te woord staat die hem belt over de bronzen spiegellijsten die net bij hem zijn afgeleverd. „Hebben ze allemaal een verschillende bronskleur? Dat is juist mooi. Alles in dezelfde tint is boring.”

Hij kocht een jaren-20-huis op loopafstand van de winkel, hij verbouwde het en richtte het in alsof hij er zelf woonde. Een showhuis voor klanten. „Het was prachtig. Maar ik wilde meer. Ik had het interieur ontworpen, de tuin, de badkamer en de theedoeken, maar ik was niet de architect.” Hij heeft nooit een opleiding gevolgd tot productdesigner of architect. „Ik ben volledig autodidact.” Maar een huis bouwen vergt toch kennis van materialen en constructies? „Dat boeit mij dus helemaal niet”, zegt hij. Hij bedenkt „puur esthetisch” hoe hij het hebben wil. „Anderen doen de achterkant van het ontwerp.” Hij heeft twintig designers in dienst voor het reken- en regelwerk. Ooit had hij er meer dan vijftig. Aparte afdelingen voor zink en staal, een houtatelier, een eigen spuiterij en een showroom in Dubai. Straks vertelt hij waarom hij daaraan een eind heeft gemaakt.

Hij ontwierp een compleet nieuw huis in Blaricum. Nu droeg alles zijn handtekening en alles was te koop. Beter om je niet te veel aan spullen te hechten, zeg ik. „Ik vind het heerlijk om me met de mooiste spullen te omringen, ook al is het tijdelijk.” In het huis in Blaricum woonde hij wel echt, met Anja en hun dochters Aafke en Maartje, die inmiddels waren geboren. „Mijn eigen woonwereld openstellen is een geweldige manier om mensen inspiratie op te laten doen.” Maar twee jonge kinderen thuis en de hele dag klanten over de vloer was „niet ideaal”, vindt hij achteraf.

Inmiddels woont hij alweer tien jaar naast het winkelpand van 1.500 vierkante meter dat hij van de gemeente Laren op een voormalig weiland mocht bouwen.

Hoge muren

„Of ik nou een huis of een tuin ontwerp, ik begin met af te schermen wat niet mooi is. Wat wil ik niet zien?” Voor een onooglijk stukje grond komen buxushagen, zijn winkelpand kreeg extra hoge muren opdat hij het naburige tankstation niet hoeft te zien. „Het moet hoog, hoog. Muren van zeker vijf meter.” En dan lichtgaten in het dak. „Zo hou je het contact met buiten. De regen, de wolken, de zon.” En dan aan het huis vast: een serre. Liefst helemaal van glas. Als een afgeschermde kamer in de tuin. „Ik ben geïnspireerd door de stalen constructies van kassen.” Binnen veel hout en natuursteen. De muren, vloeren en plafonds zo donker dat het zwart lijkt. „Binnen de muren is het Wolterinck’s World. Sereen en rustig.” Hij houdt van less is more. „Ik kan een lampenkap op een paardenkop best mooi vinden, maar het is niet mijn smaak. Ik wil eenvoud. Als ik een gemengd boeket krijg, haal ik het uit elkaar en zet elke bloemsoort apart in een vaas.” Vorig jaar verbouwde hij een appartement in Zwitserland voor vrienden. „Ze zeiden: ga er toch een weekje zitten. Lekker genieten. Zo’n bijzondere ervaring. We waren in het huis van een ander, en toch was ik bij mezelf thuis.” Mensen herkennen zijn smaak. „Een vriend belde me vanuit het Bulgari-hotel in Milaan. Ik deed daar de inrichting. Hij zegt: ‘Marcel, het is net alsof ik bij jou thuis ben’.”

De kerk aan de overkant van de straat loopt uit. We zien een stoet mensen, een witte limousine van voor tot achter overdekt met witte en rode bloemen. „Een huwelijk?” , vragen we ons af. „O nee”, zegt Marcel Wolterinck. „Ik zie een kist.” Zelf is hij al een jaar of tien uit de bloemen. „Ik heb me helemaal op het ontwerpen gefocust.” Anja, zijn vrouw is wel doorgegaan in de bloemen. „Ze is nu zelfstandige zonder personeel. Ze doet de bloemen en runt een webshop met cadeauartikelen.”

Tien jaar geleden, toen het merk Marcel Wolterinck op z’n hoogtepunt was, werd hij ernstig ziek. „Ik was moe. Dat vond ik niet gek. Ik vloog in een weekend naar de Caraïben voor een klant die daar een buitenhuis wilde bouwen. Of ik ging even op en neer naar Miami om bomen voor een tuin uit te zoeken. En op maandagochtend zat ik weer op kantoor. Natuurlijk was ik moe.” Hij bleek endocarditis te hebben, een bacterie op de hartklep. „Ik moest zes weken in het ziekenhuis blijven voor een antibioticakuur. Ik liep altijd met mijn infuuskarretje rond, lekker naar buiten. Na tweeënhalve week mocht ik al naar huis. De verpleegkundigen vonden het jammer. Ze zeiden dat ik zoveel positivisme uitstraalde, dat iedereen daarvan kon leren.”

Na zijn ziekte heeft hij drastisch gesnoeid in zijn bedrijf. Productieafdelingen opgeheven, personeel ontslagen en de showroom in Dubai gesloten. „Dat was mijn wereld niet.” Hij heeft, zegt hij, alleen de „krenten” gehouden. En nu let hij extra goed op zijn gezondheid. „Ik sta om kwart over zeven op. Sport drie keer in de week een uur in de sportschool vlakbij mijn huis.” Normaal luncht hij daarna met een zelfgemaakte salade. Nu heeft hij twee voorgerechten gegeten. Een met zalm en een met tonijn. „Ik hou verschrikkelijk van koken. Toen ik op mijn zestiende uit huis ging om bloemist te worden, vroeg mijn moeder wat ik zou doen als ik allergisch bleek voor pollen. Dat was geen enkel punt geweest. Dan was ik nu een kok.”