Ik moest ergens doorheen breken

Zangeres Wende Snijders (1978) presenteert volgende week, na een sabbatical van een jaar, haar nieuwe cd. „Ik ben me meer waard gaan voelen. Naast het podium bleef er gelukkig nog een identiteit over.”

Carré

„Mijn vorige album No.9, dat uitkwam in 2009, heb ik in één jaar op allerlei manieren laten horen: in clubs, met het Amsterdam Sinfonietta, solo, op festivals en uiteindelijk kwam mijn grote droom uit: Carré. Dat was het slotconcert van mijn theatertournee. Wat heb ik daar lang naartoe gewerkt. Het werd een persoonlijke, emotionele ontlading in muziek en theater.”

Vrij

„Na Carré besloot ik een tijd niet op te treden. Een sabbatical. Eens kijken wat dat met me zou doen, na jaren van doorwerken. Het was wennen. Ik ben een doener. Het nietsdoen was heerlijk én afschuwelijk. Ik moest omgaan met mijn grote angst dat het nu allemaal voorbij was. Maar ik kon ook de werkdruk gaan loslaten. Zo bevrijdend.

„Toen kwam ook het besef: hé, als dit het was, had je wel je piek in Carré! Het waren interessante golfbewegingen in emotie en soms confronterende bevindingen. Nu stel ik vast dat ik me door Carré en die rustpauze meer waard ben gaan voelen. Naast het podium is er gelukkig nog een identiteit overgebleven. Ik beeldde mij soms in dat die podiumpersoonlijkheid ongeveer het enige leuke aan mij was. Ik was ontroerd toen ik vorig jaar echt voelde hoezeer ik van dit vak houd.”

Goedkeuring

„De wens een popalbum te maken, komt voort uit mijn constante zoektocht naar een verscherping van mijn signatuur. Ik wilde dit album per se in mijn eentje schrijven – niet met de hulp van anderen, niet gebaseerd op het repertoire van anderen. Ik ben gewend om als een klein kind voor goedkeuring naar mijn talloze surrogaatouders te stappen: ‘Kijk eens, ik ben goed hè?’ Ik legde mezelf op tot december in mijn werkruimte in Amsterdam-Noord te blijven. ’s Ochtends naar yoga en de hele dag werken. Tegen mijn omgeving zei ik: ‘Laat me, ik moet ergens doorheen breken.’ En tegen mijzelf: ‘Niet wegrennen nu. En eruit komen met dertig nummers.’ ”

Pop

„Enkel pop maken kán ik helemaal niet. Ik zit tussen pop en theater in. Het heeft te maken met het conflict dat ik zoek in een nummer. Aanvankelijk probeerde ik het theatrale aspect eruit te schaven en maakte alles platter. En ik werk vanuit tekst, niet vanuit een catchy refrein of een riffje. Het gaat mij om een goed idee.

„Ik heb zo vaak gehoord dat mijn muziek te theatraal is. Als reactie daarop wilde ik die theatraliteit wegduwen. Wég, ik wil ánders klinken. Fuck theater. Theater is dood. Toen dacht ik: nee, het hoort bij mij.”

Chansons

„Ik heb nooit chansonnière willen worden. Door mijn vertolkingen van Brel en Piaf, en ook door het Nederlandse kleinkunstrepertoire zoals Mens durf te leven van Jean-Louis Pisuisse en Laat Me van Shaffy, kreeg ik een stempel. Dat het mijn grote doorbraak werd had ik nooit gedacht. Mijn obsessie was vooral een avondvullende show te kunnen doen in mijn eentje in de Nederlandse theaters.

„Maar ik ben dankbaar voor het succes. De uren en de kilometers die ik heb gemaakt. Al schrok ik ook van de kritiek op mij: te jong voor het Franse lied, de aanpak. Al die meningen, alsof ik voor de rechtbank stond. Ik was pas 24 en ik schrok van de hoeveelheid aandacht. Ik kroop naar binnen.”

Palmbomen

„Ik ben geboren in Beckenham, Engeland. Als kleuter verhuisden we naar Jakarta en Semarang. Dat zijn zintuiglijke herinneringen: de geur van warme regen, de klamheid, de zon, de krekels. Sprookjesachtige flarden. Hoe ik Indonesische dansen nadoe op een filmpje. Tussen de palmbomen met mijn broer.

„Mijn vader werkte voor een ingenieursbureau. We verhuisden naar Afrika, naar Guinee-Bissau. Daar woonden we op een compound met eromheen lege vlaktes. Het was daar droog, rood en stoffig.

„Het was er best eenzaam. Mijn broer en ik gingen naar een strenge Franse school met kinderen uit allerlei landen. We keken video’s van Mary Poppins. Terug in Zeist, op mijn negende, waren er al clubjes gevormd. Als expatkind maak je doorgaans snel vrienden, maar ik vond het hier lastig. Misschien vonden ze me wat vreemd.”

Kleinkunst

„Ik ben zangeres. In de vierde klas van de Kleinkunstacademie kon ik dat eindelijk zeggen. Toch ging het daar in het begin niet zo goed. Ik ben geen natuurtalent, maar danste wel al sinds mijn vierde, had wekelijks zangles en had de vooropleiding theater in Utrecht gedaan. Maar ik kwam wat langzaam op gang; ik ben een diesel.

„Ach, ik kwam uit Zeist. Ik wist niet waar ik in verzeild was geraakt. Ik was nog nat achter de oren, zo groen. Ik moest dat leren, in de stad wonen. Ik vond het daar in Amsterdam maar een rare bende.”

„Lang zagen ze niets in me. Docent en regisseur Ruut Weissman zei: ‘Of je bent echt zo goed óf zo gek als een bos wortelen.’ Ik bleef zitten in het eerste jaar. Carice van Houten ook. Op je achttiende ben je nog zo jong, om dan al je persoonlijkheid te vertalen op toneel, zelfreflectie te tonen. Nou, de meesten van die leeftijd feestten, zopen en neukten er alleen maar op los.”

Berlijn

„Toen ik klaar was met mijn liedjes ben ik met een aantal buitenlandse producers gaan werken. Kort gezegd zocht ik ontregeling. Er moest aan mijn zekerheden worden getornd, want ik wilde beter worden.

„De Berlijnse producers Nackt en Tilman Hopf komen uit de dance, en zijn heel kritisch. Ik wist meteen: die gaan mij geen makkelijke tijd geven. En ja hoor, daar kwam het: ga naar huis en strip alles maar weer. Had ik net mijn liedjes helemaal aangekleed, opgetuigd als kerstbomen. Zeiden zij dat de structuren niet klopten. Maak het maar kaal met één instrument, zeiden ze. Ik heb me wanhopig gevoeld. Wist niet waar ik het moest zoeken. Pas toen ik oude dingen ben gaan terugluisteren, herontdekte ik mijn basis. Ik houd van strijkers, orkesten. Ik beluisterde Ravel, Het Zwanenmeer, met mijn moeder. De orkestratie-ideeën raakten ook een snaar bij mijn producers. Toen zijn we gaan bouwen. Het werd een album met veel elektronica, gecombineerd met pop en een orkestrale sound.”

Schreeuwdingen

„Deze cd Last Resistance – dat ben ik. Ik houd van een breed spectrum, verschillende werelden. Zo is het leven. Dat je fluistert tegen je geliefde: ‘ik hoop dat jij me nooit verlaat’, of: ‘ik ben zo bang voor de dood’.Dat zijn geen schreeuwdingen. Maar ik kan ook gillen. Dat uitbundige hoor je ook op de cd.”

„Wende is wie ik zelf zie. Ze is de performer. Ikzelf, Wende Snijders, ben vrij constant. Ik bak pannenkoeken met een lief die leraar maatschappijleer is. Maar wat ik maak als Wende beweegt zich tussen alle uitersten. Expressief. Intens. Fysiek. Ik zoek naar de balans tussen groot en klein en geef mij helemaal.”

Duivel

„In het liedje Devil’s Pact leidt het Faust-gegeven, de verleiding je ziel te verkopen. Ik was zo lekker níét aan het optreden en dacht dat het wel prima was. Maar de duivel in mij zei: jij kunt hier niet van wegblijven. Jij gaat weer voor de transformatie: de zalen, de werkdruk, de verslaving aan applaus, met mensen op pad. Buig je hoofd maar. ‘Néé’, had ik bijna gezegd.

„Binnenin is er altijd onzekerheid en twijfel. Ik ben neurotisch perfectionistisch. Last Resistance gaat over de weerstand om oude waarheden los te laten en het onbekende toe te laten. Ik ben nu heel tevreden en voel me heel helder. Ben volledig gecommitteerd aan dit vak. Vaak had ik het gevoel dat ik mijn plek moet bevechten op het podium. Inmiddels ben ik klaar met die wedstrijd. Ik mág daar staan.”

De CD Wende: Last Resistance komt 10 mei uit. Tournee www.wende.nu