Ian Buruma: Amerika raakte de kluts kwijt ‘Terrorisme’ leidt tot collectieve hysterie

De Amerikaanse overheid reageert overtrokken op de terreuraanslagen in Boston. Hun angstpolitiek vormt een bedreiging.

Foto AP

Het is mogelijk dat er nog meer sensationele onthullingen komen, maar ik vermoed dat er niet veel meer te leren is over de gebroeders Tsarnaev, beter bekend als de ‘Boston Bombers’. We kunnen natuurlijk nog wat dieper duiken in hun familiegeschiedenis in Dagestan, of voor de zoveelste keer de gevaren van islamistisch extremisme onder de loep nemen, maar ik betwijfel of daar veel nieuws uitkomt.

De oudere broer, Tamarlan, die werd gedood in een schietpartij met de politie in Boston, lijkt precies te passen in het beeld dat de Duitse schrijver Hans Magnus Enzensberger in een beroemd essay schetste van de „radicale mislukkeling”. En Dzhokhar, de jongere broer, die nu in een ziekenhuis moet bijkomen van een tweede schietpartij, schijnt meer te hebben gehandeld uit egards voor zijn broer dan uit ideologische overtuiging; eerder een pathetische volgeling dan een gevaarlijke revolutionair.

De radicale mislukkeling is iemand die zich op een extreme manier verraden voelt door de wereld. Veel jonge mensen voelen zich weleens eenzaam en verworpen, maar de radicale mislukkeling zint op wraak. De wereld moet voelen wat hij voelt, en dus, zoals Samson in de tempel van Gaza, wil hij zoveel mogelijk mensen meesleuren naar de verdoemenis.

Een mislukte liefde, een misgelopen baan, alles kan in principe dienen als aanleiding. Tamarlan was een begaafd amateurbokser. Zijn kans op een kampioenschap werd hem onthouden omdat hij nog geen Amerikaans staatsburgerschap had. De revolutionaire islam diende zich aan als mogelijkheid tot spectaculaire wraak. Een variatie op het geval van Mohammed B., lijkt mij, die radicaliseerde na een gefrustreerde carrière en het mislopen van een subsidie.

Interessanter, en eigenlijk verontrustender, is de reactie van de Amerikaanse overheid en pers op de bommen in Boston, die drie mensen het leven hebben gekost en 264 verwond. In de zoektocht naar de jongste broer, nadat de oudste gedood was, besloot het stadsbestuur heel Boston plat te leggen. Er waren geen aanwijzingen dat er meer mensen bij de moorden betrokken waren, het ging slechts om één verdachte. Winkels werden gesloten, iedereen moest thuis blijven, het openbaar vervoer werd gestaakt. Zelfs de treinen van en naar Boston liepen niet meer. Tot de tweede dader werd opgepakt was Boston een spookstad.

Als twee jongemannen met een paar primitieve bommen in een snelkookpan een dergelijk effect kunnen hebben op een grote Amerikaanse stad, dan kan men zich voorstellen wat een uitnodiging dit moet zijn voor andere radicale mislukkelingen om hun voorbeeld te volgen. Om maar te zwijgen van meer georganiseerde bendes. Het toont ook aan hoe kwetsbaar een moderne samenleving kan zijn als de autoriteiten de kluts kwijt raken.

De overdreven reactie op de bommenmakers van Boston is vooral merkwaardig als men bedenkt dat in diezelfde week een wetsvoorstel in de Amerikaanse senaat werd verworpen dat het iets moeilijker zou hebben gemaakt voor gevaarlijke gekken om zwaar geschut aan te schaffen.

Je krijgt de indruk dat Amerikanen zich kunnen neerleggen bij een maatschappij waarin regelmatig schoolkinderen overhoop worden geschoten door ontspoorde desperado's, maar uitbarsten in een collectieve hysterie zodra er sprake is van ‘terrorisme’.

Wellicht is dit een kwestie van gewenning. Spanjaarden reageerden in 2004 met een bewonderenswaardige koelbloedigheid op de bomaanslagen die in Madrid 291 mensen ombrachten. Maar zij waren misschien gehard door herhaaldelijke aanslagen van activisten uit het Baskenland. Hetzelfde gold voor de Londenaren in het jaar daarop, toen 52 mensen door islamisten in de ondergrondse werden gedood. De Engelsen had meer dan tien jaar bomaanslagen van Ierse terroristen meegemaakt. Net als de Spanjaarden waren zij het gewend. De Amerikanen, ondanks 9/11, niet.

Vandaar de reactie van een Amerikaan die aan de pers verklaarde dat de bommenwerpers van Boston „Amerika hadden gebombardeerd”. Vandaar ook een veel kwalijker geval. Een groep Republikeinse senatoren onder wie John McCain, stelde voor de jongste broer Dzhokhar, een Amerikaanse staatsburger, van zijn rechten te beroven. Hij moest volgens hen berecht worden als een „vijandige strijder”, alsof hij een soldaat was in oorlog met de Verenigde Staten.

Overtrokken angst voor vijanden van buiten speelt al heel lang een rol in de Amerikaanse politiek. Amerika wordt van oudsher gezien als toevluchtsoord. In Amerika is men veilig. Hier kan de boze buitenwereld niet toeslaan. Als dat toch gebeurt – Pearl Harbor, 9/11 – dan raakt men snel in paniek.

Het zou ook kunnen dat het Amerikaanse volk, dat voortkomt uit zoveel verschillende tradities en culturen, een gemeenschappelijke vijand nodig heeft om saamhorigheid te versterken. Bedreiging door communisten of islamisten, dat schept een band. Het komt politici soms goed van pas om dit gevoel nog eens flink aan te zwengelen. Niet dat dit in Europa of elders niet voorkomt. Maar in de VS is angstpolitiek opvallender.

Een gevoel van saamhorigheid, ontstaan door een dreiging van buiten, kan nuttig en zelfs noodzakelijk zijn in het geval van een daadwerkelijke oorlog. Maar angstpolitiek vormt ook een bedreiging voor Amerika. Wat politiek terroristen willen is duidelijk. Hun daden zijn erop gericht extreme reacties uit te lokken en maximale publiciteit te krijgen. Gewone misdadigers bereiken zelden dit doel. Maar als moordenaars zich kunnen voordoen als krijgers in een oorlog met de grootste supermacht ter wereld – en ook zo worden behandeld, dan kan dat op veel sympathie rekenen onder veel verongelijkte mensen. Onder hen heel wat radicale mislukkingen, op wie dit een rekruterend werking kan hebben.

Voormalig president George W. Bush had een verklaring voor anti-Amerikaans terrorisme. Terroristen, zo stelde hij, haatten de vrijheid in Amerika. Maar als hun terroristische daden leiden tot de roep om Amerikanen hun burgerrechten te ontnemen, tot steeds meer politiemaatregelen en martelkamers, en als twee broers met een paar bommen een hele stad plat kunnen leggen, dan doet de Amerikaanse overheid de veelgeprezen vrijheid meer schade aan dan een terrorist ooit had durven dromen.