Het zou over koffie gaan, het ging wéér over geld

Douwe Egberts keerde vorig jaar met grootse plannen terug naar de Amsterdamse beurs. Maar dat avontuur bleek van korte duur.

Douwe Egberts is zo’n merk dat nostalgische gevoelens oproept – en de associatie met een pot verse koffie aan de keukentafel. Zo Nederlands als zeuren over het weer, zegt premier Rutte. „Wie is er niet groot mee geworden?”

Op 12 juni 2012 heerst aan het Damrak dan ook een euforische stemming: Douwe Egberts is terug op de Nederlandse beurs. Het oer-Hollandse koffiebedrijf, in 1753 opgericht in het Friese Joure, is ruim drie decennia in Amerikaanse handen geweest. Het was onderdeel van Sara Lee, een voedingsmiddelenconglomeraat dat werkelijk van alles verkocht: van schoensmeer tot hotdogs en van zeep tot koffie. Binnen dat bedrijf ging het niet over koffie, maar over winst. Er werd zelfs minder koffie in de Senseo-pads gestopt om meer geld te verdienen.

Premier Rutte heeft zich er persoonlijk hard voor gemaakt om DE’s hoofdkantoor naar Nederland te halen. Glunderend staat hij op deze zonnige morgen in juni naast bestuursvoorzitter Michiel Herkemij, die de beursgang van het „Nederlands erfgoed” mag bekrachtigen met een klap op de gong. De beelden komen ’s avonds voorbij op het journaal, de foto’s staan in alle kranten.

Nu de koffiebrander zich heeft ontworsteld aan het juk van de Amerikanen, kan DE zich eindelijk gaan richten op datgene waar het 259 jaar eerder allemaal mee begon: koffie. Bij een nieuwe start horen een nieuwe naam, DE Master Blenders 1753, een nieuw hoofdkantoor – op het Amsterdamse Oosterdokseiland, pal naast het Centraal Station – en een nieuwe topman, de van Heineken afkomstige Michiel Herkemij. Terug in Nederland kan Douwe Egberts floreren, is de verwachting.

Het loopt allemaal anders. Nog geen jaar na DE’s terugkeer wordt het bedrijf alweer van de beurs gehaald, door een Duits investeringsfonds. Over wat er dit jaar bij Douwe Egberts precies is gebeurd, wil niemand openlijk praten. Deze krant sprak met een groot aantal direct betrokkenen. Conclusie? In de top van DE draaide het om zeggenschap en geld – koffie was opnieuw ondergeschikt. Reconstructie van een kortstondig beursavontuur.

Tegenover journalisten, investeerders en analisten schept DE voor de beursgang in juni 2012 hoge verwachtingen. Wat helpt is het feit dat Jan Bennink de chairman, president-commissaris, is. Hij is de man die het noodlijdende Numico, het voormalige Nutricia (bekend van Chocomel), heeft ‘gered’. Toen hij daar in 2002 als bestuursvoorzitter aantrad, was de babyvoedingfabrikant technisch failliet. Vijf jaar later was het bedrijf hersteld en werd het voor een recordbedrag van 12,3 miljard euro verkocht aan Danone.

Analisten zijn onder de indruk van Benninks comeback. Als iemand het verwaarloosde DE er bovenop kan helpen, is hij het. Bennink is een marketingman, zijn toverwoord is innovatie. Sinds de introductie van Senseo in 2001 heeft DE te lang stilgezeten. En dat terwijl de koffiemarkt gigantisch groeide en innovaties elkaar in hoog tempo opvolgden – concurrent Nestlé had een daverend succes met Nespresso.

DE belooft een inhaalslag: in twee jaar tijd zullen álle producten worden vernieuwd. Dat zal gepaard gaan met een omzetstijging van 5 tot 7 procent per jaar en een forse verbetering van de winstgevendheid. DE wil het op één na grootste koffiebedrijf ter wereld worden.

Bennink en Herkemij vormen samen het gezicht van het nieuwe DE. Maar twee maanden na de beursgang, in de zomer, ontstaan er al spanningen tussen die twee. Deels wordt dat veroorzaakt door het bestuursmodel. Anders dan het in Nederland gebruikelijke model waarbij de raad van bestuur en de raad van commissarissen van elkaar zijn gescheiden, heeft DE gekozen voor een one tier board: één bestuur waarin zowel de directie als de toezichthouders zitten. In dit model is de chairman, Bennink, feitelijk de baas. En zo gedraagt hij zich ook.

Bennink is autoritair, een controlfreak. Hij bemoeit zich met alles. Bij de kleinste tegenslag ontploft hij. Hij heeft zijn lot heel nadrukkelijk aan DE verbonden, en daarmee zijn reputatie op het spel gezet. Dat maakt hem nog ongeduriger dan hij al is. Hij wil méér, sneller. Om dat te bereiken wil hij in een mum van tijd 60 procent van de managers vervangen. Bennink is gewend te werken volgens het Angelsaksische model. Daarbij draait het om shareholdervalue: het creëren van zo veel mogelijk waarde voor de aandeelhouders, op een zo kort mogelijke termijn. Vaak gaat dit gepaard met saneringen en kostenbesparingen.

Uit zijn Numico-tijd heeft Bennink allerlei oude bekenden meegenomen naar DE. Die zijn zowel in het topmanagement als in de laag daaronder benoemd. Het ‘exco’ (executive committee) bestaat uit zeven mensen, van wie vier oud-Numico’ers. De directeur communicatie stamt ook uit die periode. En de vroegere voorzitter van de raad van commissarissen van Numico, Rob Zwartendijk, is ook nu weer commissaris. Het maakt dat Bennink weinig tegenspraak krijgt.

Herkemij staat onder zware druk. Hij is nooit eerder bestuursvoorzitter geweest en is voorzichtiger, bedachtzamer. Hij maakt zich zorgen over de organisatie. Kan die al die veranderingen in zo’n korte tijd wel aan? Herkemij is fervent voorstander van het Rijnlandse model, de tegenhanger van het Angelsaksische model. Hij vindt dat niet de shareholders, de aandeelhouders, op de eerste plaats moeten staan, maar de stakeholders. DE moet in zijn ogen internationale allure hebben, maar tegelijk bijdragen aan de Nederlandse samenleving, waar het zijn wortels heeft. Dat Herkemij de voorkeur geeft aan het Rijnlandse model, ligt gezien zijn verleden bij Heineken voor de hand. De bierbrouwer is weliswaar een beursgenoteerde onderneming, maar de familie Heineken heeft via een speciale constructie zeggenschap over het bedrijf waardoor de overige aandeelhouders automatisch minder invloed hebben.

De financiële resultaten van DE voldoen geenszins aan de verwachtingen. De omzet zou in het eerste jaar met 3 tot 5 procent groeien. Bij de presentatie van de eerstekwartaalcijfers, eind oktober, blijkt niet alleen dat de omzet niet is gestegen – hij is zelfs gedááld, met 1,5 procent. Bennink verliest zijn geduld met Herkemij, en dat geldt ook voor de rest van de commissarissen. In de aanloop naar de eerste aandeelhoudersvergadering van DE als zelfstandig bedrijf, eind november in de Amsterdamse Hermitage, beoordelen de commissarissen de situatie als „onhoudbaar”. Kees van Lede, het oudste lid van de board, probeert de boel te sussen. Maar de relatie is niet meer te redden. Het resulteert in het vertrek van Herkemij, op maandag 10 december. De man die mooie carrièrekansen bij Heineken liet lopen voor DE, heeft de strijd verloren. Bennink neemt het roer over.

Eind februari presenteert Bennink de halfjaarcijfers. Hij kan niet anders dan een winstwaarschuwing afgeven voor de rest van het jaar. De winst zal niet tussen de 3 en 5 procent uitkomen, maar tussen de 0 en 2 procent. In het tweede kwartaal van DE’s gebroken boekjaar is de omzet verder gedaald. De prestaties van Senseo vallen tegen, DE heeft last van de prijsdruk in West-Europa en door alle organisatorische veranderingen gaan dingen minder snel dan gepland. Bennink belooft beterschap, maar, zegt hij: „Ik kan de organisatie niet méér onder druk zetten dan ik nu al doe.” Voor insiders komt dit als een verrassing: het conflict tussen Bennink en Herkemij draaide immers om het tempo waarmee veranderingen moesten – of beter gezegd: konden – worden doorgevoerd.

De koers van DE blijft schommelen rond de 9 euro. Bij Joh. A. Benckiser (JAB) wrijven ze zich in hun handen. Het Duitse investeringsfonds, dat het vermogen van de familie Reimann – één van de rijkste families van Europa – beheert, is grootaandeelhouder van DE en heeft plannen om het hele bedrijf over te nemen. Direct na de beursgang heeft JAB al 12 procent van de aandelen opgekocht, in oktober is dat belang verder uitgebouwd tot 15 procent.

Het fonds staat onder leiding van drie topmannen, van wie twee oude bekenden van Bennink: de Nederlander Bart Becht en de Duitser Peter Harf. Harf is Benninks voormalige baas bij Benckiser, het schoonmaakmiddelenbedrijf waar Bennink tot 1995 werkte. Bennink en Becht zijn leeftijdsgenoten, ze komen allebei uit Nederland en begonnen hun loopbaan beiden bij het Amerikaanse voedingsmiddelenconcern Procter & Gamble. Vervolgens stapten ze allebei over naar Benckiser, waar ze beiden graag bestuursvoorzitter wilden worden. Becht kreeg de baan, Bennink werd gepasseerd. De twee kennen elkaar, maar liggen elkaar niet. Ze hebben allebei grote ego’s, zeggen ingewijden. „Het zijn twee alfamannetjes. Dat klikt niet.”

Eind februari stuurt JAB een brief aan DE met daarin een formeel bod. Voor de vorm stribbelt DE nog wat tegen, maar na wat telefoontjes tussen de zakenbanken – Lazard namens DE en Leonardo & Co. namens JAB – kan het overnamespel beginnen. Team-JAB opereert vanuit het kantoor van Stibbe Advocaten, in de Strawinskytoren in Amsterdam-Zuid. Team-DE zit in vijfsterrenhotel The Grand aan de Oudezijds Voorburgwal, waar de topmannen van JAB logeren.

De onderhandelingen – codenaam ‘Oak’ – gaan razendsnel. De eerste weken weet de buitenwereld van niets, maar op 28 maart verspreidt DE een persbericht over de onderhandelingen met JAB. Er zijn intussen honderden adviseurs, advocaten, accountants en bankiers bij de deal betrokken. Het risico op lekken is te groot. In het persbericht staat dat JAB een indicatief bod van 12,75 euro per aandeel heeft uitgebracht.

Het nieuws zorgt voor groot enthousiasme onder beleggers. De koers schiet omhoog, tot boven de 12 euro. Aandeelhouders krijgen winsten van bijna 40 procent in het vooruitzicht gesteld. Zelfs de Vereniging van Effectenbezitters, die na de boekhoudfraude in Brazilië op voet van oorlog met DE verkeerde, jubelt. Door de enthousiaste reacties kan DE niet meer dreigen weg te lopen van de onderhandelingstafel: de deal mág nu niet meer mislukken.

In de nacht van donderdag 11 op vrijdag 12 april is de overname rond. JAB betaalt 12,50 euro per aandeel, een kwartje minder dan de eerdergenoemde 12,75, maar nog altijd een bedrag waar de aandeelhouders dolgelukkig mee zijn. De totale waardering van DE komt op 7,5 miljard euro. Daarmee is het een van de grootste overnames van een Nederlands beursfonds van de afgelopen jaren.

Bronnen bij DE benadrukken dat zij hard hebben onderhandeld om DE – het hoofdkantoor, de fabrieken en het research & development-centrum – in Nederland te houden. Zij suggereren dat dit een van de oorzaken is dat JAB uiteindelijk minder betaalt. „Wij hebben dit als eis op tafel gelegd. Zonder deze toezegging geen onderhandelingen.” Becht zegt later dat het nooit de bedoeling is geweest om alles te gaan verplaatsen. „Er zit een gigantische hoeveelheid know-how in Nederland. Waarom zou je alles ergens anders neerzetten? Dan beschadig je het bedrijf.”

De overname kwam voor DE geen moment te vroeg. Dat blijkt twee weken later, als de financiële resultaten over het derde kwartaal naar buiten komen. Het gaat niet goed met DE. De omzet is verder gedaald – nu met 9,4 procent. Vooral in West-Europa zijn de resultaten teleurstellend, onder andere „door managementwijzigingen in de vijf belangrijkste landen”. De rigoureuze schoonmaak onder het management heeft zijn tol geëist. De werkwijze van Bennink leidde volgens de vakbonden FNV, CNV en De Unie tot „een voor dit bedrijf ongekende angstcultuur”.

Als de overname door JAB straks in juli of augustus rond is, volgt Becht Bennink op. Het personeel zal blij zijn met Benninks vertrek. Maar voor aandeelhouders is hij een held. Na de redding en succesvolle verkoop van Numico, heeft hij opnieuw laten zien hoe je aandelen meer waard kunt maken. Overigens wordt hij daar zelf niet slechter van. Hield hij aan de verkoop van Numico zo’n 87 miljoen euro over, nu is zijn aandelenpakket circa 12 miljoen waard.

Maar waar staat Douwe Egberts nu? Voor Becht is het duidelijk: hij is niet geïnteresseerd in resultaten op korte termijn, hij wil tien tot twintig jaar in DE investeren. „Er zijn het laatste jaar veel personele veranderingen geweest. Maar het is niet alleen belangrijk om een goed managementteam te hebben; er moet ook rust zijn om op de lange termijn aan dit bedrijf te kunnen bouwen.”

Het konden de woorden van Michiel Herkemij zijn. Maar die werkt niet meer voor Douwe Egberts.

Voor dit artikel sprak NRC met tien mensen uit en rond de top van DE en JAB. Alle details zijn door ten minste twee bronnen bevestigd.