Het zijn niet alleen de titels van Frank de Boer

De trainer bracht lijn bij Ajax, maar zo slecht was het niet voor De Boer kwam. Siem de Jong loopt al een tijdje mee. „Onder Jol haalden we meer punten. Gek hè?”

Foto ANP

Frank de Boer ziet op de gang twee van zijn spelers met elkaar praten. Het zijn linksback Daley Blind en Siem de Jong, de aanvoerder van Ajax die kenbaar heeft gemaakt wel naar aan de andere club te willen als er een mooie aanbieding komt. De Boer wijst op Blind, die onlangs zijn contract heeft verlengd, en zegt met een knipoog tegen zijn aanvoerder: „Zo kan het ook. Híj gelooft wél in onze toekomst.”

Het was een dolletje waarover De Boer vrijdag op de wekelijkse persbijeenkomst vertelde. Hij begrijpt best waarom spelers weg willen bij Ajax. De coach kent de ambities; hij spande zelf nota bene als speler samen met broer Ronald ooit een arbitragezaak aan om weg te kunnen. Zo’n vaart zal het bij Siem de Jong niet lopen. Hij is 24 en vindt het tijd om na zes seizoenen in het eerste van Ajax zijn vleugels uit te slaan. Maar als het er niet van komt, even goede vrienden.

De Jong kan zondag voor de derde keer op rij kampioen worden. Het zijn de titels van De Boer, al stelt de aanvoerder in alle nuchterheid vast dat die voorstelling van zaken wat simplistisch is. „Er zijn ook een aantal spelers die hier al die drie seizoenen hebben rondgelopen”, zegt hij in een gesprek na de vrijdagtraining. Hijzelf dus. „En je moet niet vergeten dat we tijdens het seizoen onder Martin Jol [voorganger van De Boer] meer punten haalden en meer doelpunten maakten, alleen had FC Twente toen net één punt meer. Dat blijft toch iets aparts.”

Maar Ajax is Ajax weer en dat is toch de verdienste van De Boer, vindt De Jong. „Qua spel moet ik zeggen dat er een duidelijke lijn in zit. Hij is van begin af aan helder geweest hoe hij het wil. Je merkt, zeker tegen het slot van het seizoen, dat het positiespel ons steeds makkelijker afgaat. Dit seizoen hebben weer nieuwe jongens moeten wennen aan de manier van opbouwen en de manier van druk zetten. Zoals wij dat doen, speelt niet iedereen, dus dat heeft tijd nodig. Als er elk jaar twee, drie spelers weggaan moet de rest dat kunnen opvangen.”

Zie De Boer soms langs de zijlijn tekeer gaan en je denkt niet meteen aan een overlegcultuur. Toch entameerde de coach tijdens het trainingskamp in Rio de Janeiro begin dit jaar uitgebreide praatsessies. De Jong: „Dat deed hij vorig seizoen ook. Het gaat dan meer om de bevestiging van wat we willen. We zaten nog in drie competities, dus werd bijvoorbeeld de vraag geopperd: is alles even belangrijk? Daar kun je over discussiëren.”

In het bekertoernooi koos De Boer ervoor om een aantal spelers te sparen. De Jong: „Ik had de week ervoor net 120 minuten gespeeld [tegen Steaua Boekarest] en een trap in mijn kuit gehad. Het was dus even verstandig om niet te spelen, en dat gold voor meerderen. Goed, dan lijden we een geflatteerde nederlaag tegen AZ in de halve finale. Maar we hebben niet in Rio gezegd: laat die beker maar. Wel dat het kampioenschap het ultieme is.”

In de details verwijst De Boer vaak naar situaties en spelers in de Europese top, vertelt De Jong. „Neem Cristiano Ronaldo, die sprint recht op zijn tegenstander af en verandert dan ineens van looprichting. Dan is hij aanspeelbaar. Daar bedenken onze trainers dan een oefening op, zodat wij ons eigen kunnen maken wat je ziet in die topwedstrijden.”

Daags na de wondergoal van Robin van Persie in de kampioenswedstrijd van Manchester United was de loopactie die aan dat doelpunt voorafging oefenstof bij Ajax. De bal schoot van De Jongs voet, De Boer zat er weer bovenop. Het komt vaker voor. „Vandaag ook weer in een partijvorm. Ik wilde een actie maken maar verloor de bal en hij werd boos omdat we de bal al een paar keer hadden verspeeld. Toen zei hij: wees nou even slim en hou de bal in de ploeg. Dat was wel terecht. Maar als dat niet zo is, zeg ik ook wel wat terug.”

De Jong loopt niet de deur plat bij zijn trainer, maar als aanvoerder weet hij dat zijn mening telt. „Als ik het gevoel heb dat ik niks kan zeggen, houdt het snel op. Dit is wel een trainer waar ik echt mee kan praten. We zijn het vaak eens. De manier van spelen bevalt me: het combinatievoetbal, het positiespel. Ik ben niet een speler van veel individuele acties. Deze trainer was zelf een echte teamspeler en dat probeert hij ook in de groep te brengen.”

Hij lacht als hem gevraagd wordt of spelers bij Ajax liever aan de andere kant van het veld staan – weg bij de dug-out van De Boer. „Hij doet niet extra zijn best om heel boos over te komen. Als hij boos is komt dat heel natuurlijk over, anders zou het ook niet werken. Soms krijg je de bal en roept hij een naam van de speler die je dan moet aanspelen. Daar raak je wel eens door in verwarring. Dat je denkt: laat me nou zelf beslissen. Maar hij leeft gewoon heel erg mee, hij overdrijft niet. Heel authentiek.”