Helpen hoeft niet alleen praten te zijn

In de rubriek ‘Het nabestaan’ praten mensen over verlies, rouw en hoe het leven verder gaat.Daaronder staat een necrologie van een niet per se bekende persoon.

Kort na het gesprek stuurde ze een e-mail: ‘Ik hoop niet dat ik te kritisch ben geweest over mijn omgeving. Het is juist zo dat mijn familie, vriendinnen, vrienden mij heel veel hebben gegeven en gegund. Zij zijn een grote steun en hulp geweest.’

Dit vertelde ze enkele dagen eerder: „Mijn reflexen zijn nog niet tot bedaren gekomen. Al mijn zintuigen staan nog op scherp. Ik heb nog geen fractie verwerkt van wat ik heb meegemaakt in de drie jaar van Ricks ziekte.

„Overdag gaat het wel. Als alleenstaande, werkende moeder met een kind van vier vliegen m’n dagen voorbij. ’s Nachts lig ik te malen. Dan schieten flarden uit de afgelopen jaren door m’n hoofd.

„Hersentumor kan karakter- en gedragsverandering veroorzaken. Ik zou een boek willen schrijven over het verloop van Ricks ziekte. Het is verschrikkelijk geweest, ontluisterend, slopend.

„Ik heb het gevoel dat ik na Ricks dood in de puberteit ben gekomen. Ik ben opstandig. Ik krijg sneller ruzie. Gelukkig kan ik er samen met m’n vriendinnen ook wel de humor van inzien. Als een ober in een restaurant zegt: ‘Smakelijk eten’, dan roep ik: ‘Dat bepaal ik zelf wel!’

„Het is heel dubbel. Aan de ene kant wil ik graag hulp krijgen. Aan de andere kant schreeuwt alles in mij: ‘Ik doe het op mijn manier! Laat me met rust! ’

„Het voelt als een gevecht om mijn eigen leven terug te krijgen. Anne was net geboren toen de hersentumor van Rick aan het licht kwam. Bevalling, baby erbij, en een man met een vreselijke ziekte. Alarmtelefoontjes ’s nachts: ‘Je moet nú naar het ziekenhuis komen, het kan heel snel afgelopen zijn met je man.’ Negen maanden is hij opgenomen geweest op een gesloten psychiatrische afdeling.

„Sinds een jaar kan ik ’s avonds m’n mobiele telefoon weer uitzetten. Op zo’n moment denk ik: rust, ik hoef niks, heerlijk! Het is een gedachte, maar het bijbehorende gevoel is er nog niet. Ik voel geen rust. Ik ben nog steeds in dezelfde staat van paraatheid als in de jaren van Ricks ziekte.

„Ik kan moeilijk stil zitten en al helemaal moeilijk mijn hoofd stil zetten. Uitspraken van mensen kunnen nog lang in mijn hoofd nadreunen. Ik ben gevoelig, overgevoelig voor dooddoeners: ‘Gelukkig is hij uit zijn lijden verlost.’ Hoe moet ik dat snappen? Hij is dood, ja, pech gehad, maar het goeie nieuws is dat hij niet meer lijdt? Hallo, mijn man is dood! En ik ben weduwe, kunnen we het daar ook nog even over hebben...?

„Er zijn maar een paar mensen die echt kunnen luisteren en intuïtief aanvoelen hoe ze moeten reageren als ik in een opstandige bui ben. Dan hoor ik liever niet: ‘Gelukkig heb je Anne, hè.’ Het zal lief bedoeld zijn, maar het voelt bij mij als chantage: ‘Voor zo’n geweldig kind heb je je man toch wel willen opofferen?’

„Helemaal vreselijk vind ik het als mensen op mijn verhaal reageren met een zogenaamd vergelijkbaar verhaal, zeker toen Rick nog leefde en duidelijk stervende was: ‘Een neef van mij had ook een herstentumor, maar daar merk je nu niks meer van, hij leeft nog steeds!’ Hiephoi! Waarom vertel je dit aan mij? Wat wil je ermee zeggen?

„Dan zegt iemand: ‘Het zijn fasen waar je doorheen moet.’ O ja, moet dat? Zit ieder mens hetzelfde in elkaar? Het zou fijn zijn, als ik een stappenplan kon volgen – en dan klaar, nergens last meer van. Ik geloof daar niet zo in. Ik heb meer behoefte aan een langlopende adventskalender, waarbij ik elke dag een luikje mag openen en elke dag staat er: ‘Je mag vandaag verdriet hebben.’

„Ik begrijp goed dat het moeilijk is de juiste woorden te vinden in een gesprek over mijn situatie. Soms heb ik het gevoel dat de rollen omgedraaid zijn: dat ik mensen daarbij moet helpen en steunen, in plaats van andersom. Daar zit ik dan later ook weer over te malen. Helpen – wat is dat eigenlijk? Ik zou zeggen: dat je jezelf kunt wegcijferen, je eigen oordelen loslaat en niks terugvraagt voor de hulp die je op dat moment geeft.

„En helpen hoeft niet alleen maar praten te zijn. De buurman komt spontaan mijn tuin doen. Een vriend komt oppassen, zodat ik kan sporten. Een vriendin zegt: ‘Ik ga met Anne naar het speeltuintje, dan kun jij even lekker doen waar je zin in hebt.’ Dat steunt me, dat geeft me het gevoel dat ik er niet alleen voor sta.”

Nadat ze deze tekst heeft gelezen, en enkele passages heeft aangepast, mailt ze tot slot: ‘De laatste alinea vind ik belangrijk, want ik maak ook mee dat mensen het beste in zichzelf kunnen bovenhalen om mij te helpen. Dat raakt en ontroert me echt.’

Tekst Gijsbert van Es

Reacties: via nrc.nl/hetnabestaanTwitter: #nrc #hetnabestaan Zie ook: het weblog van Rolien Blanken via www.rickenrolien.nl