Geintje, moet kunnen? Nee, het is keihard pesten

Bijna 100.000 werknemers worden systematisch door collega’s gepest. Dat gaat van banden leksteken tot buitensluiten. Op de aanpak ervan wordt in crisistijd bezuinigd.

Als haar beide kinderen op de lagere school zitten, besluit de 40-jarige M. (ze wil niet met haar naam in de krant) zich na acht jaar onderbreking weer te melden bij haar oude werkgever. Ze had zich destijds in het grote productiebedrijf opgewerkt tot leidinggevende over een ploeg van honderd mensen. Haar baas is blij dat ze er weer is, want hij kent haar als een uitstekende chef. Hij stelt voor om eerst als ‘voorman’ op een ploegje van twintig mensen aan de slag te gaan, dan kan ze even wennen. Daarna kan ze weer als teamchef aan de slag.

De eerste twee maanden loopt het prima. Ze pakt de draad gemakkelijk op en begint zich weer thuis te voelen in het bedrijf. Tot het moment dat haar eigen teamchef in een regulier overleg met de andere voormannen zich laat ontvallen dat M. acht jaar geleden zelf teamchef was. Het verhaal dat ze straks weer de chef-positie zal gaan innemen, sijpelt snel door tot de werkvloer. Dan slaat de sfeer rigoureus om.

„Waar was je gisteren op het overleg?” vraagt een collega twee weken later. Overleg? Welk overleg?, denkt ze. Ze checkt haar mail en blijkt nooit een uitnodiging te hebben ontvangen. Ze is ‘per ongeluk’ uit de maillijst gevallen. „Ze was zeker niet goed genoeg om meteen weer chef te worden”, hoort ze twee collega’s fluisteren als ze langsloopt. En als ze in de lunchpauze bij collega’s wil aanschuiven, staat plotseling iedereen op om aan het werk te gaan. Later raken op mysterieuze wijze haar spullen – een mobiel en een agenda – zoek, waarvan ze zeker weet dat ze die bij zich had.

Afgaand op Europees onderzoek hoort Nederland tot de koplopers van Europa als het gaat om pest-gedrag op het werk. De cijfers uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA), het grootschalige onderzoek dat TNO in samenwerking met het CBS uitvoert, laten bovendien zien dat sprake is van een hardnekkig fenomeen. De nieuwste enquête-uitslag, die komende week gepubliceerd wordt, brengt nauwelijks verandering in dat beeld. „De cijfers rond pesten op de werkvloer zijn al jaren structureel hoog”, zegt Seth van den Bossche, senior researcher bij TNO. Vorig jaar gaf 8 procent van de werknemers aan één keer of vaker gepest te worden door hun baas of collega’s. Dat gaat om ruim een half miljoen werknemers. Bij bijna 100.000 (1,3 procent) werknemers heeft dat pesten een systematisch karakter gekregen. Zij gaan elke dag met lood in hun schoenen en pijn in hun buik naar het werk, uit angst voor de pesterijen van directe collega’s. Kleine grapjes – ‘moet kunnen, geintje!’ – zijn bij hen uitgelopen op een grondoorlog met vileine wapens.

Werknemers in de industrie, autobranche, justitie, post en telecommunicatie zijn iets vaker slachtoffer van pesterijen. Ook werknemers die via de Wet Sociale Werkvoorziening werkzaam zijn, moeten het relatief vaak ontgelden. Maar geen enkele bedrijfstak lijkt gevrijwaard van pesterijen. Bij bedrijven die onder druk van de crisis moeten reorganiseren, is zo’n 30 procent meer pestgedrag te zien, blijkt uit analyses op de NEA.

Als M. de vreemde voorvallen met haar teamchef bespreekt, wuift hij ze weg: „Een toekomstig teamchef moet toch tegen een stootje kunnen”, zegt hij. Maar op haar verjaardag ziet ook hij dat er echt iets grondig mis is. Van de 22 gebakjes die ze voor haar team heeft meegenomen, kunnen er twintig onaangeroerd weer mee naar huis. Alleen haar chef en één collega nemen de moeite haar te feliciteren.

Zo kan het niet langer, vindt nu ook haar chef. „Ik zal met het team gaan praten”, belooft hij haar. Maar ze is er niet gerust op. Als haar leidinggevende voor haar de kastanjes uit het vuur haalt, zal haar rol definitief uitgespeeld zijn, redeneert ze. Daarom trekt ze de stoute schoenen aan en brengt ze het onderwerp zelf ter sprake bij het eerstvolgende overleg. Na die moeilijke middag valt er een grote last van haar af: het is eruit, het is voorbij. Denkt ze. Maar het tegendeel gebeurt. Diezelfde week wordt ze, na een avonddienst, ‘per ongeluk’ opgesloten in het kantoor en eenmaal op het parkeerterrein treft ze haar auto aan met twee lege banden. Dan knapt er iets. Ze meldt zich ziek.

Pesten op het werk is een monster met vele koppen, zegt Inge te Brake. Te Brake werkte 21 jaar als agent en leidinggevende bij de politie en is sinds tien jaar ‘zelfstandig adviseur omgangsvormen en integriteit op het werk’. Ze wordt regelmatig ingeschakeld bij bedrijven en organisaties waar pestgedrag uit de hand is gelopen. Volgens haar verschillen pesterijen op de werkvloer nauwelijks van die op het schoolplein. „Er verdwijnen spullen uit je bureau, je wordt publiekelijk gekleineerd, je krijgt seksuele toespelingen naar je hoofd, je wordt stelselmatig genegeerd of ronduit uitgescholden. In de industrie of autobranche is het pestgedrag van de platte soort: broodtrommels verstoppen of banden leksteken. Onder hoger opgeleiden is het pestgedrag minder zichtbaar, maar onderhuidse pesterijen, zoals buitensluiten en roddelen, hebben niet minder impact.”

Seth van den Bossche bevestigt dat. „De impact van pesten door collega’s is groter dan elke andere vorm van arbeidsgerelateerde agressie.” De verklaring ligt voor de hand volgens Van den Bossche: „Bij agressie van buitenaf functioneren collega’s juist als een stabiel ‘thuisfront’ dat je door dik en dun steunt, maar bij interne pesterijen kun je niet meer vertrouwen op je eigen collega’s. Je voelt je dan totaal onbeschermd. Taken die je eerder gemakkelijk aankon, voelen steeds zwaarder. Stress, burn-outklachten en een slechtere algehele gezondheid zijn het gevolg. Sommige slachtoffers houden er zelfs een structurele psychische stoornis aan over. Die klachten kunnen op hun beurt pestgedrag verder in de hand werken.”

En voor die impact wordt een hoge prijs betaald, niet alleen door de slachtoffers maar ook door organisaties. Zij krijgen te maken met kosten als gevolg van ziekteverzuim, verminderde productiviteit, juridische afhandeling, vertrekregelingen, outplacementtrajecten en kosten voor het aantrekken van vervangend personeel. Pesten op het werk leidt volgens eerdere schattingen door TNO tot zo’n 4 miljoen extra verzuimdagen per jaar in Nederland. De maatschappelijke kosten worden geschat op 1 tot 1,5 miljard euro.

Op het bedrijf van M. was, zoals de Arbowet voorschrijft, keurig een vertrouwenspersoon aangesteld. Maar dat voelde voor haar niet veilig genoeg. Zo kwam haar zaak uiteindelijk bij Te Brake terecht, die als externe vertrouwenspersoon optrad. Ze richtte zich niet alleen op het slachtoffer, maar ging ook in gesprek met de top en de teamchefs. „Pestgevallen staan namelijk nooit op zichzelf”, zegt Te Brake. „Een structureel onveilig werkklimaat is vrijwel altijd een gevolg van gebrekkig leiderschap.” Dat bleek ook uit de gesprekken die ze voerde met de chefs van het bedrijf. M. was wel een extreem geval, maar pestgedrag bleek een vast ingrediënt van de werkcultuur te zijn. Er kwamen veel meer gevallen boven water.

„Soms is een heldere blik van buiten nodig om de ernst en impact van een pestcultuur zichtbaar te maken”, zegt Te Brake. „Maar uiteindelijk moet het binnen het bedrijf zelf worden aangepakt. Daar is meer voor nodig dan een Arbowet en een keurig protocol. Vooral een stevige aanpak van de daders, voorbeeldgedrag van managers en lef van de slachtoffers om het te melden. Pestgedrag signaleren en aanpakken zou tot het basisgereedschap van elke manager moeten behoren. Dat is een duur traject van langere adem, waar maar weinig bedrijven voor durven kiezen.” Van den Bossche vreest dat de crisis preventie en aanpak van pesten op de werkvloer geen goed doet. „Trainingen voor vertrouwenspersonen, voorlichting van personeel en werken aan goede signalering zijn gemakkelijke bezuinigingsposten in tijden van schaarste.”

Verder dan de constatering dat het ‘niet helemaal goed zit’, kwam het bedrijf van M. niet. Na de gesprekken kon ze volgens het management wel weer terugkeren naar haar oude werkplek maar dat was voor haar, na alles wat ze had doorgemaakt, geen optie meer. Ook een officiële klacht, met een genoegdoening als inzet, liet ze achterwege. Liever wilde ze elders met een schone lei opnieuw beginnen. Na een betaald outplacementtraject van ruim een jaar, is ze nu aan de slag bij een ander bedrijf in een meer zelfstandige rol als werkvoorbereider. Voor het leven beschadigd, en genezen van haar leidinggevende ambities.