Geen herrie om de stilte

Zestig jaar herrie om twee minuten stilte. Zo luidt de veelzeggende titel van een boek van historica Maud van de Reijt uit 2010. De Nationale Dodenherdenking op 4 mei maakt elk jaar weer discussies los over het wie, waar en hoe.

Het officiële standpunt van het Comité 4 en 5 Mei, dat in 1987 door de regering is ingesteld, en van de regering zelf luidt: „Tijdens de Nationale Herdenking herdenken we allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.”

Uit de toelichting blijkt dat het gaat om de Nederlandse slachtoffers en dat de Tweede Wereldoorlog centraal staat. Wel dateert al van 1961 de verbreding naar Nederlandse slachtoffers van oorlogen en vredesoperaties van na 1945. De volgorde waarin bij het Nationaal Monument op de Dam de kransen wordt gelegd, is niet willekeurig. De eerste krans is voor de burgers die slachtoffer waren van de Tweede Wereldoorlog in Europa, de tweede voor de burgerslachtoffers van deze oorlog in Azië. Daarna volgen kransen voor andere oorlogsslachtoffers, zoals de militairen en het koopvaardijpersoneel die tijdens de Tweede Wereldoorlog of bij latere oorlogsoperaties en vredesmissies om het leven kwamen.

Het comité beoogt een ‘hiërarchie van leed’ te voorkomen, maar stuit onvermijdelijk op kritiek van groeperingen die zich met recht als de grootste slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog beschouwen. Zoals de Joden. Daarom is er in 2011 een gepreciseerde tekst bijgekomen die wordt uitgesproken voorafgaand aan de kranslegging voor de slachtoffers van vervolging, met een verwijzing naar de Holocaust en de concentratie- en vernietigingskampen.

Nochtans diende het Auschwitz Comité in 2011 bij de regering het verzoek in om ook de jaarlijkse Holocaust/Auschwitz Herdenking de status van een nationale herdenking te geven. Toenmalig staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten (Welzijn) nam een half jaar de tijd voor haar antwoord en verrichtte een grondige studie om tot slot, begin vorig jaar, in een brief van vijftien A4’tjes afwijzend op dit verzoek te reageren. Tegelijkertijd erkende ze de grote waarde van deze herdenking en gaf daar blijk van door er meer subsidie aan te geven.

Het is goed dat er één nationale herdenking is, naast allerlei herdenkingsdagen die er ook in de loop van het jaar zijn. En naast allerlei lokale activiteiten. Laat die vierde mei vooral beperkt blijven tot waarvoor die dag is bedoeld: herdenking van de slachtoffers, primair van de Tweede Wereldoorlog. Dus: toch maar geen Duitse ambassadeur op de Dam die avond en geen kind van een NSB’er dat een gedicht voorleest.

Laat Rost van Tonningen junior op alle dagen van het jaar publiekelijk spreken, maar niet die dag. Burgemeesters die op 4 mei langs graven van Duitse militairen, op hun manier ook slachtoffer, willen lopen: kies een ander moment. Respecteer de gevoelens van de Joden, Roma, Sinti, homo’s en alle anderen die vervolgd werden om wie ze waren. Laat in die twee minuten stilte ieder het zijne denken.

Na 4 mei volgt een feestelijke dag. 5 mei is de dag van verzoening. Vorig jaar kreeg zij op waardige wijze gestalte doordat de Duitse president Joachim Gauck in Breda een lezing hield. Dat was een doorbraak. Hij was „dankbaar, geroerd en zeer verheugd”, en sprak wijze woorden. Het is ook de dag om te beseffen dat kinderen van NSB’ers geen daders zijn, een dag om ook naar hún gedichten en verhalen te luisteren.

De Dodenherdenking is vaak aan verandering onderhevig geweest. Zij was er oorspronkelijk alleen voor gesneuvelde militairen en verzetsstrijders. De herdenking was eerst in de Ridderzaal in Den Haag en vanaf 1961 op de Dam in Amsterdam. Toen ook al voor de Indië- en Korea-veteranen. Pas later kregen Joden en andere groeperingen een meer centrale plaats.

De belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog en voor de activiteiten op 4 en 5 mei is groot onder de Nederlanders, bleek deze week uit het Nationaal Vrijheidsonderzoek. 84 procent vindt de Dodenherdenking belangrijk en 73 procent de Viering van de Bevrijding.

Laten we dat onderscheid blijven maken. Op 4 mei herdenken we, 5 mei is de dag van feest en verzoening. Al het lawaai dat hieraan voorafgaat, kunnen we missen.