De oorlog was de beste tijd van haar leven

Een bezoeker van een lezing van Jan Brokken ontdekte dat ze de kleindochter van een Duitse soldaat is. „Mijn moeder vertelde nooit iets over haar jeugd.”

De oma van Linda Bais (rechts) kreeg tijdens de oorlog een relatie met een Duitse soldaat. In 1944 beviel ze van Wally, de moeder van Linda.

Een frêle vrouw, jong om te zien, al blijkt later dat ze 44 is. Ze zit op de achterste rij in de zaal van de bibliotheek waar Jan Brokken zijn zoveelste lezing over De vergelding geeft. Utrecht, vrijdagavond 12 april. In de pauze vertelt ze dat ze de kleindochter van een Duitse soldaat is. Ze weet het sinds haar achttiende. Haar oma is dood, haar moeder is dood en pas de laatste jaren moet ze er vaak aan denken wat ze hun nog allemaal had willen vragen. Linda Bais heet ze.

Een paar dagen daarna zit ze in haar atelier, vlak bij de Dom. Ze is fotograaf. Heerhugowaard – daar is ze geboren en opgegroeid. Haar ouders kwamen uit Den Helder. Haar moeder was schoonmaakster op een school, haar vader werkte bij de gemeente. Om de week ging Linda Bais een hele zaterdag met moeder en haar broer naar haar oma toe. Haar vader was dan bij een vriend van hem die een schip had liggen in de haven.

Het waren kleine dingen, die haar toen niet als bijzonder opvielen, maar nu wel. De radio die altijd op een Duitse zender stond en Duitse muziek liet horen. De oorlog waar haar oma altijd zo opgewekt over vertelde. Het was de beste tijd van haar leven geweest. Daarna was ze verbitterd geraakt en lastig geworden. „Tegen de buitenwereld was ze beleefd, tegen ons was ze snauwerig.”

Haar oma werkte in de oorlog in de keuken van de Wehrmacht in Den Helder. Ze beviel in november 1944 van Linda Bais’ moeder. De Duitse soldaat was toen al naar het Oostfront gestuurd. Nog één keer schreef hij een brief: is het een jongen of een meisje? Walther heette hij. Linda Bais’ moeder heette Wally. Sinds kort weet Linda Bais zijn achternaam – Bohrmann. Hij schijnt niet meer te leven. Dat heeft haar vader haar verteld.

„Mijn moeder vertelde nooit iets over haar jeugd. Ik weet dat ze samen met mijn oma bij mijn overgrootmoeder woonde. En ik weet – dat heeft mijn broer me verteld – dat mijn oma zelf ook een onecht kind was. Haar zusjes waren haar halfzusjes. Ze had er een slechte relatie mee. Een van die zusjes deed dingen voor het verzet. Dat verklaart misschien dat mijn oma voor de Wehrmacht ging werken.”

Linda Bais’ moeder is in 1996 overleden. Borstkanker. „Op het laatst had ze geen stem meer, ze kon alleen nog schrijven. Ze schreef: ik schaam me zo, ik schaam me zo. Ik dacht: ze schaamt zich voor ons omdat ze haar ziekte zo lang verborgen heeft gehouden en nu toch doodging. Nu denk ik: het moet die Duitse vader zijn geweest. Mijn moeder wilde niet dat mijn oma nog bij haar kwam. Ze heeft haar gewoon weggestuurd. Bij de crematie was mijn oma er wel, maar ik kan niet zeggen dat ik iets van emotie zag. Ik bedoel: ze zal wel verdrietig zijn geweest, maar ik heb haar niet zien huilen.”

Zo wonderlijk allemaal, zegt ze.

Als kind ging Linda Bais wel eens met haar vader op bezoek bij een oom van hem in Hoorn. Een aardige en vrolijke man, toevallig heette hij ook Walter. Een paar jaar geleden hoorde ze dat oom Walter bewaker was geweest in kamp Vught. Na de oorlog werd hij ter dood veroordeeld. Hij zat twee weken in de dodencel in Scheveningen, maar de executie werd niet voltrokken. Hij zat acht jaar gevangen in Breda en daarna nog zes jaar in Hoorn. „Hij heeft er altijd over gezwegen, in elk geval tegen de familie.”

Een paar jaar geleden ging Linda Bais mee op een rondleiding in kamp Vught. De Joodse gids vroeg wie van de deelnemers een persoonlijke reden had om daar te zijn. Zij dus. Maar dat zei ze niet. Ze dacht: ik moet die hele rondleiding nog door. Ze heeft ook lang tegen niemand durven vertellen dat haar opa een Duitse soldaat was.

Haar oma werd bij de bevrijding niet kaalgeschoren. „Ze is daar wel heel bang voor geweest. Maar in de Hongerwinter smokkelde ze eten mee voor mensen bij haar in de buurt. Dat zal haar gered hebben.”