Column

De koning is in de krant een mens, de maatschappij een infographic

Zal ik nu weer?

Afgelopen week had ik ijsvrij, omdat het katern Opinie & Debat plaatsmaakte voor een speciale bijlage over Koning Willem-Alexander. Niet gekniesd, een geringe prijs om te betalen voor mijn ramptoerisme als student op 30 april 1980 (nee, geen stenen gegooid, ook geen brommerhelm gedragen).

Maar nu. Hoe versloeg NRC Handelsblad de troonwisseling?

Allereerst, het was veel. Ik telde vanaf zaterdag 13 april tot afgelopen donderdag 77 pagina´s over monarchie en troonwisseling. Runner up: de aanslag in Boston (11).

Dat werd zelfs sommige anti-republikeinse lezers te machtig. Een abonnee die vorig jaar nog klaagde dat de krant de verjaardag van de koningin ,,kleingeestig’’ had ,,weggestopt onderaan pagina 7’’, verzuchtte afgelopen zaterdag, vermoeid: ,,Wat zal ik blij zijn als het achter de rug is.’’ Ongetwijfeld speelt daarin mee dat alle andere media natuurlijk óók in de ban waren van het Historische Moment.

Aan de andere kant: je krijgt niet elke dag een nieuwe koning. Bovendien, het grijpen naar de overtreffende trap is een vaste reflex geworden in de hypercompetitieve dagbladwereld. Zie het Rijksmuseum. Geef de lezer veel, dan kan hij zelf kiezen. De Volkskrant en andere kranten deden in volume niet onder voor NRC Handelsblad.

Dan de inhoud.

Ik heb, als zéér passief republikein, veel knap journalistiek werk voorbij zien komen. Verslaggevers Daniëlle Pinedo en Kees Versteegh wisten op basis van eigen bronnen een dag voor zijn tv-interview loepzuiver neer te zetten hoe Willem-Alexanderzijn koningschap wil invullen (Het nieuwe koningschap: vrolijk meedoen en wél linten knippen, 16 april). Correct, trouwens: ‘linten’ en niet ‘lintjes’, zoals je ook hoorde. Die kun je ook knippen, maar dat is tamelijk beledigend.

Pinedo en Versteegh, die heel veel voor hun rekening namen, hadden meer nieuws, bijvoorbeeld over het schrappen in beschermheerschappen. Ook goed: verslaggever Tom Kreling sprak met Edwin De Roy van Zuydewijn, die nog steeds wordt achtervolgd door zijn bonje met de Oranjes. Goed idee, elke monarchie heeft een rafelrand die ook aandacht verdient.

Maar mijn passief-republikeinse wenkbrauwen gingen op andere momenten wel link omhoog. Gaandeweg leek de krant, net als de rest van de vaderlandse media, compleet bevangen door het feestelijke gevoel van nationale eenheid. In de barrage aan stukken over hem en over haar, drong zich allengs de vraag op: wanneer gaat het nu eens over óns? Hoe is dit land eigenlijk veranderd onder Beatrix?

Het begin van een antwoord kwam in nrc.next, met vier pagina’s infographics over Nederland toen en nu (Hoe Nederland veranderde, 29 april), die die dag ook achterin NRC Handelsblad stonden. Alleen, toch verwacht je dan ook tekst en uitleg – de maatschappij bestáát, weten we ondanks Margaret Thatcher, maar het is meer dan een verzameling mooie grafieken.

De krant bracht wel stukken over de ,,generatie’’ van Willem-Alexander en columns over de ,,betekenis” van de troonwisseling, die van Bas Heijne zelfs op de voorpagina (al was zijn behoedzame conclusie: ,,We zullen zien’’). Maar waar lopen de stippellijntjes tussen die infographics en de meningen, zodat de lezer de maatschappelijke tekening zelf kan afmaken? Het dichtst in de buurt kwam, vond ik, het stuk van Hubert Smeets in de bijlage Boeken (Het lange decennium, 26 april), waarin hij de rellen van 30 april 1980 interpreteerde als einde van ‘de lange jaren zeventig’. Maar welke periode is dan nu voorbij?

Schitterend afwezig waren bijvoorbeeld allochtone Nederlanders. Je hoort wel dat het koningshuis, met name de huwelijksimmigrant Máxima, hen eerder aanspreekt dan een cursus over de VOC. Maar waar waren al die ambitieuze Marokkaanse meiden of hun broers, die het land op niet-feestdagen zo bezighouden? Ik zag op Facebook van alles langskomen, tot een speciale oranje postzegel (met hoofddoek) van de islamitische vrouwenorganisatie Al Nisa – maar geen spoor ervan in de krant.

Ook het straatonderzoek onder ‘gewone Nederlanders’ in de bijlage Mens& leverde voor 99 procent meningen op van redelijk welvarende, witte middenklasseburgers. Ja natuurlijk, dat ‘wij’ mag er ook zijn – maar waar was de rest? Opvallend trouwens, dat je onder die burgers hard core orangisme met een vergrootglas moest zoeken.

De omissie is des te curieuzer, omdat Beatrix juist nadrukkelijk contact zocht met vertegenwoordigers van minderheden, om maar te zwijgen van haar schoondochter (,,Dé Nederlander bestaat niet’’), toen die nog mocht spreken.

En hoe politiek was de berichtgeving? In de krant van 1 mei besprak Bart Funnekotter de rede van de koning, op pagina 6 , maar een Haagse analyse ontbrak. De krant hechtte dus wel heel veel belang aan de dag, maar toch minder aan het belangrijkste onderdeel ervan.

Iets anders viel me ook op, meer terloops: het taalgebruik. NRC Handelsblad is een krant die, volgens de Beginselen, ,,ieder collectief’’ wantrouwt. Een krant voor burgers, en niet voor onderdanen.

Toch dook die laatste term op in de krant, net als ,,het volk’’ . Maar ,,het volk’’, zou je met een aangepaste Thatcher kunnen zeggen, dat bestaat niet. De staat heeft burgers.

Ja, natuurlijk ging het dan vaak om ironie, met de tong diep in de wang, en inderdaad, een koningshuis is ook een beetje camp – maar de grens met ernst is dun.

De koning zelf gebruikte in zijn minicollege staatsrecht in de Nieuwe Kerk zegge en schrijve nul keer het woord volk. Wél vijf keer het woord burgers.

Ik zeg het wat passief, maar op dat punt kan de krant een voorbeeld nemen aan de koning.

Sjoerd de Jong is ombudsman van NRC Handelsblad. Statuten www.nrc.nl/ombudsman. Reacties ombudsman@nrc.nl