De affaire rond de woekerpolis kan zo weer oplaaien

Over woekerpolissen is zo goed als alles gezegd. De politiek is er klaar mee, maar de gedupeerden zijn nog lang niet tevreden.

Politiek is men nu wel een beetje klaar met de woekerpolisaffaire. Mag ook wel, zal men in Den Haag vermoedelijk denken: het heeft lang genoeg geduurd. Meer dan zes jaar sleepte de zaak zich voort. Onderzoek na onderzoek werd eraan gewijd. De ene commissie volgde op de andere.

Afgelopen week stuurde minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) het eindrapport over de nazorg door verzekeraars bij woekerpolissen naar de Kamer. In het onderzoek werd gerapporteerd hoe verzekeraars het afgelopen jaar hebben geprobeerd de situatie van gedupeerden te verbeteren. Door hen bijvoorbeeld te informeren over mogelijkheden de polis om te zetten. Het was in feite het politieke sluitstuk van het dossier.

Dijsselbloem toonde zich „tevreden”. Ja, er was natuurlijk nog wel wat aan te merken. Dat sommige verzekeraars nog altijd afkoopsommen rekenen voor klanten die hun woekerpolissen proberen te beëindigen. Terwijl was afgesproken dat dat niet mocht. Maar „op de meeste punten” was de nazorg toch „in lijn met de best of class”, de afspraken over goed gedrag die waren gemaakt. En eigenlijk zei hij daarmee ook: de kous is nu af.

Of dat voor de gedupeerden ook zo is, blijft de vraag. De brand lijkt geblust, maar waar het om gaat is wat er achterblijft tussen de rokende puinhopen. Zijn alle problemen écht opgelost? En wat heeft men nu geleerd?

Eerst even terug naar het begin. De woekerpolisaffaire begon in de jaren negentig. Eigenlijk alle verzekeraars in Nederland begonnen toen massaal beleggingsverzekeringen te verkopen. Bij die verzekeringen werd de premie belegd, in bijvoorbeeld aandelen. Huishoudens gebruikten ze als aanvulling op hun pensioen. Of om later hun hypotheek af te lossen. Het was de tijd van de nieuwe economie, van de eeuwige groei, ook op de beurs. Rendement gegarandeerd.

Ruim 2,5 miljoen mensen kochten die beleggingsverzekeringen, volgens de AFM. Maar in totaal werden er 7,2 miljoen afgesloten – veel mensen kochten er meer dan één. Er waren koopsompolissen, pensioenverzekeringen, studieverzekeringen. Vaak zat er ook nog een overlijdensrisicoverzekering aan vast. De verzekeringen werden fiscaal gestimuleerd door de overheid, via de hypotheekrenteaftrek. Voor verzekeraars waren het al helemaal gouden tijden. Volgens schattingen van de gedupeerdenstichting Woekerpolis.nl streken zij 100 miljard euro aan premies op.

Naderhand bleken veel van de verzekeringen echter een stuk minder aantrekkelijk dan gedacht. Toen de beurzen een paar jaar later begonnen te haperen, ging het rap bergafwaarts met de vermogensopbouw. Mensen zagen ineens het onheilspellende scenario op zich afkomen dat ze met een pensioengat kwamen te zitten. Of met een niet afbetaald huis. Wat nog veel erger was: de verzekeraars bleken een groot deel van de inleg niet eens te beleggen – wat natuurlijk fors mee drukte op de opbouw. Het geld ging op aan hoge kosten en verzekeringspremies. Soms 30 of 40 procent. Bovendien bleek de informatievoorziening hierover onvolledig. En soms zelfs ronduit onjuist. Kortom, de consument was misleid, concludeerde de toezichthouder.

De AFM had een en ander al in 2003 in het vizier. Maar het moest tot 2006 duren voor de affaire bij het grote publiek aan het licht kwam. Televisieprogramma Radar van de Tros wijdde er toen een vernietigend item aan. De makers gebruikten de term woekerpolis. De woekerpolisaffaire was geboren. Het gros van de beleggingsverzekeringen bleek een woekerpolis (zie voor een overzicht van alle woekerpolissen kifid.nl).

Vanaf dat moment ging ook de politiek zich ermee bemoeien. Er kwam een feitenonderzoek. Er werden allerlei maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat de wanpraktijken niet nog eens konden voorkomen – zo kwam er een provisieverbod en werden de richtlijnen voor productinformatieverstrekking en productontwikkeling aangescherpt.

En als klap op de vuurpijl was er in 2008 de aanbeveling van de ombudsman financiële dienstverlening, Jan Wolter Wabeke. Hij zei dat verzekeraars nooit meer dan 3,5 procent van de inleg hadden mogen rekenen aan klanten als kosten. En dus moesten zij de te veel gerekende kosten terugbetalen. Schoorvoetend gingen de verzekeraars, althans een deel ervan, uiteindelijk akkoord met een schikking. Ze beloofden zo’n 3 miljard euro terug te betalen. Het nazorgrapport was in feite de laatste stap.

Volgens Dijsselbloem is daarmee de zaak nu dus afgerond. Maar dat zou weleens tegen kunnen vallen. Er is felle kritiek van gedupeerdenorganisaties op de hoogte van de compensatie. Die zou een schijntje zijn vergeleken bij wat de verzekeraars aan de polissen hebben verdiend. En wat er aan schade is geleden. Hoogleraar Financiële Markten Arnoud Boot schatte de schade voor consumenten in 2011 op 20 à 30 miljard euro.

Bovendien zijn er ook verzekeraars, met name kleinere, die niet aan compensatie doen, zoals Robein uit Den Haag. De grote verzekeraars die wél toezegden om te compenseren, hebben jaren gesteggeld over wanneer ze dat zouden doen: aan het einde van de verzekering, of nu al. Dat maakt met het oog op zekerheid voor de klant nogal wat uit.

Tal van gedupeerdenorganisaties – de afgelopen jaren tierden die ongeveer net zo welig als de woekerpolissen zelf – proberen daarom nu via de rechter verder schadeloos te worden gesteld. Een belangrijke zaak die speelt is die tegen Aegon, rond een woekerpolis die Koersplan heet. Deze zomer zal de Hoge Raad zich over de zaak uitspreken. Als die de klagers in het gelijk stelt, kan dat Aegon volgens Woekerpolis.nl misschien wel een miljard euro gaan kosten.

Het belangrijkste is echter dat veel huishoudens nog altijd met de woekerpolissen zitten, ondanks alle nazorg. Verzekeraars kunnen klanten informeren over het omzetten, goedkoper maken of afkopen van een woekerpolis, maar die moeten dat dan wel doen. En dat gebeurt niet, althans niet op grote schaal, zo blijkt. Dijsselbloem zegt in het eindrapport dat hij bezorgd is „of het beleid ook daadwerkelijk leidt tot activering van de klant”. Cijfers over het aantal mensen van wie de situatie nu is verbeterd, heeft de AFM overigens niet.

Daaraan kleeft een enorm maatschappelijk risico. Als die mensen over twintig jaar met pensioen gaan, of hun hypotheek moeten aflossen, kampen ze vrijwel zeker met forse tekorten. Ook al zijn de kosten van de beleggingsverzekeringen fors omlaag gebracht door de verzekeraars.

Waarom mensen met woekerpolissen geen actie ondernemen, is niet helemaal duidelijk. De AFM deed er eerder onderzoek naar en zei toen dat consumenten zelf ook meer verantwoordelijkheid moesten nemen. Maar de toezichthouder verweet de verzekeraars tevens te weinig te doen. „Alleen brieven sturen is onvoldoende”, zei AFM-bestuurder Theodor Kockelkoren op 3 april.

Er zijn wel een paar mogelijke oorzaken aan te wijzen. Switchen, of een woekerpolis stopzetten blijft ingewikkeld voor veel mensen. Sommige consumenten weten bovendien nog steeds niet dat ze een woekerpolis hebben, ondanks de brieven van de verzekeraars. Daarnaast betekent afkopen onherroepelijk dat de klant een verlies zal moeten nemen. En voor switchen geldt dat eigenlijk ook, zij het wellicht minder.

Het helpt daarbij niet dat er in de laatste maanden van vorig jaar allerlei onafhankelijke financiële adviseurs waren die consumenten thuis opbelden en hen dringend aanraadden om de woekerpolissen over te zetten, terwijl dat in lang niet alle gevallen het beste is – waarbij ze meestal ook zwegen over kosten die daaraan verbonden waren. De Consumentenbond waarschuwde hier in september vorig jaar voor. De adviseurs zouden proberen om voor de invoering van het provisieverbod, op 1 januari dit jaar, nog even snel een slaatje uit de gedupeerden te slaan.

Wie die dingen allemaal bij elkaar zet, weet dat de woekerpolisaffaire nog lang niet is afgesloten. Sterker, zolang mensen niet in actie komen, tikt er ook nog een tijdbom tussen de smeulende puinhopen.