Concentratiekamp overleefd dankzij accordeon

Flora Schrijver-Jacobs zat in Auschwitz in het kamporkest.

Flora Schrijver-Jacobs Foto Pieter Boersma

Muziek redde het leven van Flora Schrijver-Jacobs (1923-2013). Ze speelde accordeon in het orkest van Auschwitz, en overleefde zo een verblijf van anderhalf jaar in de vernietigingskampen van de nazi’s. Na de oorlog legde ze in een boek en interviews getuigenis af over de Holocaust. Schrijver-Jacobs, het enige vrouwelijke Nederlandse lid van het Auschwitzorkest, overleed op 22 april in Amstelveen.

Flora Jacobs werd geboren op 26 januari 1923 in een Joods gezin in Nijmegen. De familie verhuisde naar Amsterdam, waar haar vader een stoffenwinkel had. Ook was hij actief als muzikant. Flora leerde als kind piano en accordeon spelen. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zat ze korte tijd ondergedoken, maar in februari 1943 werd ze met haar familie opgepakt door de Duitsers en afgevoerd naar Westerbork. Flora trouwde met een Joods-Duitse vluchteling, in de hoop daardoor van verder transport te zijn gevrijwaard.

Eind augustus 1943 werd ze toch naar het oosten gestuurd, via Sobibor naar Auschwitz. Na aankomst stond ze daar arm in arm met haar moeder voor kamparts Josef Mengele. Flora werd gespaard, haar moeder werd afgevoerd naar de gaskamers. Ook haar man en vader werden in Auschwitz vermoord.

Jacobs was na enkele weken aan het einde van haar krachten toen bekend werd dat het kamporkest nieuwe leden zocht. Ze meldde zich aan, en hoewel orkestleider Alma Rosé niet onder de indruk was van haar vaardigheden op de accordeon, werd ze aangenomen. Ze speelde muziek als de gevangen die dwangarbeid deden het kamp verlieten en gaf concerten voor de SS.

Vrezen voor haar leven moest Jacobs nog steeds. Toen ze een keer niet kon spelen omdat ze haar arm had verbrand, zei een kampbewaker: „Heb jij even geluk dat ik maar twee accordeonistes heb, anders had ik je laten vergassen.”

In augustus 1944 werden de Joodse orkestleden afgevoerd naar Bergen-Belsen. Een van de officieren daar, die haar kende uit Auschwitz en van wie ze had gezien dat hij vrouwen doodschopte, stelde haar aan als kindermeisje van zijn twee zoontjes. Bij het naderen van de geallieerden werd Jacobs teruggestuurd naar het kamp, waar ze tyfus opliep. Ze overleefde tot de Engelsen Bergen-Belsen in april 1945 bevrijdden.

In 1946 trouwde ze met Appie Schrijver, de verloofde van haar omgekomen zus. In 1994 verscheen haar levensverhaal in boekvorm. Ook ging ze schoolklassen langs om over de oorlog te vertellen. Dat was haar manier om de geschiedenis te verwerken. In een interview in 2000 vertelde ze daarover: „Iemand zei ooit tegen me: ‘Huil toch eens een keer Flora!’, maar ik doe het niet. Ook niet stiekem in m’n eentje.”