BRIEVEN

Kankeroptimisme

Als zorgconsument proef ik uit de column van professor Borst (‘Kankermierenhoop’, wetenschapsbijlage 27 & 28 april) zowel prudentie als ‘opwinding en optimisme’. Dit laatste betreft echter de opwinding en het optimisme van kankeronderzoekers; het is niet omdat het kankeronderzoek voor de consument veel oplevert. ‘Hopelijk’ kan straks worden bepaald voor welke anti-kankermiddelen, in een reageerbuis gekweekte kankercellen, gevoelig zijn. En herceptine kan borstkanker ‘soms’ lang onder controle houden. Er worden veel voorbehouden gemaakt waar het gaat om de voortgang van het kankeronderzoek.

En is het feit dat er zoveel antikankermiddelen worden ontwikkeld niet eerder een bewijs dat men nog niet weet wat het precieze aangrijpingspunt van deze middelen is? Professor Borst zegt dat kankercellen groeiverslaafd zijn en creatief in het vinden van alternatieve routes om aan hun gerief te komen. Anti-kankermiddelen moeten op die verschillende groeipaden aan kunnen grijpen, anders heeft de behandeling geen of onvoldoende effect. Alweer een teken dat veel, heel veel, nog niet duidelijk is en het onderzoek nog een lange weg te gaan heeft.

Hierom een pleidooi voor een kwalificatie van het begrip optimisme als morele plicht. Eigenlijk zou iedereen die beweert optimist te zijn de reikwijdte van dat optimisme erbij moeten leveren. Het optimisme van de medisch wetenschapper is niet hetzelfde als dat van de zorgconsument.

Willibrord Beemsterboer

Maastricht

Naschrift Piet Borst:

Misverstand: het optimisme geldt de toepassing bij de patiënt. Er zijn nu al veel kankerpatiënten die een zinvolle levensverlenging te danken hebben aan nieuwe chemotherapie en dat aantal gaat sterk stijgen, denk ik. De pijplijn van nieuwe middelen is zo vol door kennis van kanker, niet door gebrek aan kennis, zoals in het pre-antibiotica tijdperk. Er zijn nu ook patiënten die met nieuwe vormen van immunotherapie worden genezen van uitgezaaide vormen van kanker, zoals het melanoom, waar vroeger niets aan te doen was. Ook die categorie genezen patiënten gaat toenemen. Ik kom er op terug.

Situla

In de dubbele pagina gewijd aan het Vorstengraf van Oss (‘Begraven met een verbrande plank en krammetjes’, wetenschapsbijlage 27 & 28 april) wordt gesproken met enkele archeologen, en er wordt gewezen op de Hallstat-periode, en natuurlijk op de beroemde situla van Oss. Er worden vergelijkingen gemaakt met vondsten in Duitsland, maar dat er naast deze situla in 1993 in ons land nóg een situla is gevonden, de tweede in Nederland, geen woord hierover. Weliswaar is het Rhenense grafveld van de Koerheuvel niet zo spectaculair als dat van Oss, maar de zeldzame situla bestaat toch echt (zie foto). Ook in Baarlo werd in 1934 een situla gevonden, maar dat is écht geschiedenis!

Dr. H.P. Deys

oud-voorzitter Historische Vereniging Oud Rhenen

    • Willibrord Beemsterboer
    • Dr. H.P. Deys