Brieven

Invasieve soorten moet je juist altijd bestrijden

Volgens bosecoloog Bart Nyssen moet je de beruchte invasieve exoot, de Amerikaanse vogelkers, hooguit onder controle houden, en wel door de juiste bomen aan te planten. Zo maak je een ‘weerbaar bos’ (NRC Handelsblad, 29 april). Nyssen timmert al vele jaren aan de weg om de ‘prunus’ geaccepteerd te krijgen, want: uitroeien lukt niet.

Logisch, die bestrijding is nooit goed geweest. In overhoekjes liet men struiken staan, in de wetenschap dat de prunus zich toch verspreid vanuit de wijde omgeving. Uitroeien zal overal lukken als de soort verboden zou worden, dat stimuleert de natuurbeheerders tot eindbestrijding . Zelfs als nu de prunus massaal voorkomt is hij uit te roeien, zoals in de kuststrook bij Haarlem wordt bewezen. Hier komt de soort geïsoleerd voor, het veenweidegebied vormt een bufferzone. Vrijwilligers wisten al een flink deel van de duinen te bevrijden.

Nyssen stelt: je moet „de bossen rijker maken’’. Praat hij alleen over productiebossen? Ja, plant dan maar vol. In kwetsbare, matig voedselrijke ecosystemen, zoals duinen, heidevelden en inheemse bostypen is bestrijding noodzaak, anders gaat de natuur teloor, terwijl de beheerder het Biodiversiteitsverdrag overtreedt. Dat stelt uitroeiing van invasieve exoten verplicht, indien ‘passend en mogelijk’.

K. Piël

werkgroep Herstel Inheems Duin

Wij hadden het niet breed

Ten tijde van de kroning van prinses Beatrix heerste een zware economische crisis. Duizenden mensen zonder werk, vooral jonge mensen kregen geen baan. Ook in de medische wereld had men het zwaar. Na jaren studie waren er vestigingsplaatsen noch vervolgopleidingen voorhanden. Als basisarts moest je een vervolgopleiding doen, ook om huisarts te worden. Bul-uitreikingen waren grafredes. Vervolgopleidingen sloten of hadden voor jaren hun plaatsen vergeven. Basisartsen moesten soms vier jaar wachten voordat zij een vervolgopleiding konden starten. Men vulde de tijd door te werken als arts assistent niet in opleiding. Een baan waarbij men ongeveer 2.300 gulden (1.045 euro) netto kreeg. Een CAO was er nog niet, een weekenddienst betekende vrijwel continu werken. Ook weken artsen en tandartsen massaal uit naar het buitenland: België, Duitsland, Italië waren geliefd. De meeste medisch specialisten van nu waren pas klaar met hun hele opleiding toen zij eind dertig waren. Daarna was het nog geen sinecure om een vaste werkplaats te krijgen. Jaren werkte men als chef de clinique of ‘jonge klare’, terwijl men toch al niet zo jong meer was, en al veel werkervaring had. Ook zij wilden een gezin starten en een huis kopen. Met een inkomen van 2.300 gulden, zonder uitzicht op vastigheid, was dat vrijwel onmogelijk. De meesten zijn er uiteindelijk wel gekomen, maar makkelijk ging het niet. Is dit de generatie die u bedoelt als u het heeft over: „Vroeger hadden zij zó werk en een stevig salaris” (NRC Handelsblad, 30 april)?

J. Oostenbroek-Bisschop

Tandarts, afgestudeerd 1984

Bultruggen in contact

In Bultruggen leren elkaar voedseltrucjes (NRC Handelsblad, 29 april) denken biologen dat trucjes om aan voedsel te komen zich verspreiden door sociaal contact tussen de bultruggen. Communicatie tussen bultruggen verloopt echter veel sneller, omdat alle bultruggen in bewustzijn met elkaar zijn verbonden. Hierdoor bestaat er ogenblikkelijke communicatie met elke andere bultrug over iedere willekeurige afstand. Elke bultrug staat direct, zonder dat er tijd verstrijkt, in contact met elke andere bultrug door middel van een krachtveld dat alle dieren met hun bewustzijn met elkaar verbindt. Alles wat een bultrug doet heeft effect op de rest van het geheel, en omgekeerd heeft elke gebeurtenis in het geheel effect op iedere afzonderlijke bultrug.

Claudia Valk

Zoetermeer