Beschuit met bloemengeur

Buiten smaakt alles lekkerder. Thuiskok Marjoleine de Vos maakt asperges en geen gedoe-taart.

Eten in de tuin. Het klinkt zo verrukkelijk. Je ziet het voor je, een warme avond, wijnkoelers in het late zonlicht, een geroosterd visje zo van de barbecue. Of ontbijt, wat is er heerlijker dan in de tuin te ontbijten, met een geblokt kleed over de tafel, het gras nog een beetje vochtig, de geluiden wat gedempt, bloemengeuren vermengd met de thee, de beschuitjes, het krentenbrood en de eieren.

Ach! Oh!

De mensen met de buitenkeukens, ik begrijp ze wel. Zo’n keuken is een droom. De tuin is bij uitstek een droomgebied, waar voorstellingen van hoe het zal worden – later in het seizoen, het vólgende seizoen – en de werkelijkheid met kleine verrukkelijke details elkaar afwisselen.

Natuurlijk moet je er altijd iets tegenin brengen, of eigenlijk hoeft dat niet eens, dat iets brengt zichzelf er al tegenin: het weer. Het weer wil nog wel eens veroorzaken dat er helemaal niet buiten gegeten kan worden, want wie vindt het prettig om in een kille wind de servetjes om de oren te hebben waaien terwijl het eten te snel afkoelt om voor innerlijke behaaglijkheid te zorgen?

Als ik denk aan eten in de tuin, denk ik al snel aan de verrukkelijke high tea op een groot gazon in Zuid Afrika – de thee Engels, met scones en clotted cream en jam, het weer Afrikaans – zonnig, heerlijk. Of aan lunches daar, met zelfgevangen langousten die buiten op de grill werden gelegd, terwijl we binnen salades maakten met de groenten uit de tuin en daarna allemaal onder een groot zonnescherm de zaak gingen opeten, vergezeld van Afrikaanse wijn.

Ja, warme landen en buiten eten dat gaat makkelijk. De droge tijmgeur van Griekenland waar je in de schaduw van een kerkje zittend stukjes harde worst afsnijdt, en overheerlijke tomaat, en brood en olijven, terwijl de cicades oorverdovend tsjirpen. Gewoon water is dan al een godendrank.

Hoe ver is bij dit alles de gedachte aan een buitenkeuken. In de meeste landen waar ze veel buiten doen, hebben ze geen keuken buiten. Hooguit een oven, vaker nog alleen een vuur waar iets boven geroosterd kan of waar een ijzeren pot in gezet kan worden met stovende heerlijkheden. Maar om die op de juiste maat te snijden heb je toch eigenlijk wel weer een aanrecht nodig, en een plank en een goed mes. Of yogalessen, zo lang tot je moeiteloos op je hurken kunt zitten. Buiten eten is ook vaak een gymnastische aangelegenheid.

Lunchtuinfavorieten

Hoe dan ook – het is nog helemaal geen tijd voor ’s avonds buiten, als die tijd überhaupt gaat aanbreken. Het is tijd voor soms overdag buiten eten als het weer het toelaat, gewoon je boterhammetje met tomaat, dat buiten drie keer zo lekker smaakt (zeker als je er een likje van ‘Tons Belse Majoneis’ opsmeert, de lekkerste mayonaise uit een pot).

Als je in een wat uitvoeriger bui bent dan is wel duidelijk wat je daarbuiten gaat eten: asperges. Heel verse. Ik had ze laatst en als elk jaar viel me weer op hoe oneindig veel lekkerder verse asperges zijn dan die houten stokjes die te lang in de supermarkt hebben gelegen. Verse smaken van zichzelf naar boter. Echt waar. Een heerlijke boterige smaak. Je hoeft er bijna niets aan te doen – beetje extra gesmolten zoute boter erbij met een drupje citroensap erin om die botersmaak nog wat meer tot zijn recht te laten komen. En eventueel, als je echt wilt uitpakken, een stukje rosé gegrilde goede zalm erbij. Klaar is Kees. Glas witte wijn. Alles heel makkelijk even binnen te bereiden en dan op voorverwarmde borden, of in een warme schaal met een deksel, naar buiten te dragen.

En wie het dan nóg feestelijker wil maken, zorgt dat er iets lekkers toe is. Uiteraard. Taart is daarvoor ideaal, die kun je voorbereiden en ’s ochtends bakken, dan heb je niets geen gedoe bij de tuinlunch. En ik weet een taart – oei. Levensgevaarlijk, maar overheerlijk, vol boter, noten, sinaasappel en kardemom. Zie het recept.

Maar zoals gezegd: het kan ook veel eenvoudiger. Tunesische shakshoeka is ook een lunchtuinfavoriet – shakshoeka is eigenlijk een mooie naam voor een feestelijk aangekleed gebakken ei. Dat wil zeggen: je bakt paprika, ui, komijnzaadjes, wat chilivlokken en als dat zacht wordt tomaat erbij, ook zacht laten worden, kuiltje in het midden maken en daar een ei in laten glijden. Laten stollen. Bestrooien met peper en zout en eventueel met koriander en/of peterselie. Ik heb wel foto’s van mijn tuintafeltje in de schaduw, gedekt voor één persoon, een kan water en een glas erop, een boek, en als stralend middelpunt de shakshoeka. Het is in al zijn eenvoud zo’n ongehoord feest om zoiets op een zonnige dag voor jezelf klaar te maken, dat je echt een foto wilt nemen om achteraf te kunnen geloven hoe je het hebt getroffen. Als er meer mensen bij betrokken zijn hoeft dat niet natuurlijk, dan kunnen die later ook nog zeggen dat we het zo troffen, in de tuin zittend met shakshoeka. Of op het balkon. Of achter het raam in de zon. Een glimpje buiten is genoeg.