Auto van de week

De Peugeot van Bas van Putten is – eindelijk – uit de garage.

Noem het nostalgie. De Peugeot bij de occasionboer is het model dat ik een eeuwigheid geleden nieuw kocht. Een 306 Break, een charmante blikkerige station met een diesel. De internetfoto’s flatteerden de haveloze werkelijkheid, maar een Macbook was duurder en een tweede met zo’n lage kilometerstand zou ik niet vinden. Noodzaak maakt blind.

Stelposten voor remmen en banden waren ingecalculeerd. Wat ik vergat was hoe de wet van Murphy kalverliefde afstraft. In de weken die volgden, betaalde ik stap voor stap de hoofdprijs voor achterstallig onderhoud. Maar afgelopen week was hij op wat kleinigheden na hersteld van al zijn kwalen. Dat moest gevierd. Dit weekeinde reed ik met de genezen patiënt van het hoge Noorden naar een dorp onder de rook van Rotterdam, bijna 500 kilometer op één dag. Om zijn kwetsbare gesteldheid te ontzien reed ik voorzichtig. Het herboren dieseltje beloonde me met een verbruik van 1 op 22. Bijna kreeg ik het gevoel dat de Peugeot iets van de pijn wilde compenseren. Tien van die ritten, en ik heb mijn radiateur terugverdiend. Autoliefhebberij is een soort Stockholmsyndroom, sadomasochistisch geluk voor dankbare slachtof-fers. „Maar hij loopt weer perfect hoor” – hoeveel berooide auto-mannen heb ik het niet horen zeggen?