Andere stijl, zelfde resultaat

Arlette van Weersel-Jonathan Speelman, Four Nations Chess League 2013. Zwart begint en wint.

‘V ergeet het wereldkampioenschapstoernooi van 2005 in San Louis, waar hij in de eerste helft 6,5 uit 7 scoorde, vergeet zijn WK-matches tegen Kramnik en Anand. Hij heeft nog nooit zo sterk gespeeld als hier.”

Dat zei de Russisch-Amerikaanse commentator Alex Yermolinsky over Veselin Topalov na diens overwinning in het grandprix-toernooi in de Zwitserse stad Zug, die inderdaad indrukwekkend was. Hij scoorde 8 uit 11 en bleef daarmee anderhalve punt voor op Nakamura en twee punten op Ponomariov en Caruana.

Topalov kon zich de bescheidenheid van een groot man permitteren. Hij zei dat hij geluk had gehad en dat hij geen partijen had gespeeld die in een boek met zijn mooiste partijen konden komen. Hij zal het zelf wel het beste weten, maar de rest van de schaakwereld genoot van zijn niet aflatende vechtlust.

Topalov staat nu vierde op de ratinglijst, een hoge plaats waar hij lang niet in de buurt is geweest. Soms was ik bang dat hij in de schaakgeschiedenis de rol zou krijgen van iemand als Lionel Kieseritzky, een topspeler uit de 19de eeuw die vooral bekend is gebleven door een schitterende verliespartij en door een droevige beschrijving van zijn begrafenis: ‘Alleen de ober van het Café de la Régence liep achter de dragers van de kist.’

In het geval van Topalov zou zijn onsterfelijke verliespartij die tegen Kasparov zijn van Wijk aan Zee 1999. Later werd hij kortstondig wereldkampioen en de laatste jaren viel hij niet erg op, maar nu is hij terug aan de top.

De volgorde op de ranglijst is nu 1. Carlsen (22 jaar) 2. Aronian (30) 3. Kramnik (37) 4. Topalov (38) 5. Anand (43).

Aan de leeftijden, een oplopende reeks, kun je zien dat het schaakleven nog lang niet voorbij is tegen het veertigste jaar, maar ook dat het toch beter is om jong te zijn.

Nederlands hoop Anish Giri verloor in Zug van Alexander Morozevitsj en zijn andere tien partijen werden remise. Hij eindigde gelijk met Peter Leko en Sergei Karjakin, wat uitstekend gezelschap is, maar een toernooi zonder winstpartij is natuurlijk nooit bevredigend.

Giri is heel sterk, maar er wordt soms geklaagd dat hij uitmunt in fijnzinnig filigraanwerk, maar dat zijn partijen de passie missen die het bloed doet kolken. Hij vindt dat zelf ook, geloof ik.

Na een reeks remises speelde hij in Zug opeens drie bloedstollende partijen. Tenminste, dat dacht ik in eerste instantie, tot ik ergens las dat hij en Caruana hun eerste 27 zetten in bliksemtempo hadden uitgevoerd. Voor de buitenstaander kon het bloedstollend lijken, maar de openingskenners zagen een voorbereide variant waarvan ze beiden wisten dat het remise moest worden.

Maar daarna werd het ernst. Tegen Karjakin offerde Giri een stuk en tegen Kasimdzjanov eerst een kwaliteit en vervolgens een volle toren. Niet voorbereid en ook niet tot in alle details berekend; het waren duidelijk speculatieve offers, en die zijn het mooist.

Remise werd het toch, na grote avonturen. „De stijl is veranderd, maar het resultaat blijft hetzelfde”, zei Giri berustend op een persconferentie.

Sergei Karjakin-Anish Giri, FIDE Grand Prix, Zug 2013

1. d4 Pf6 2. c4 g6 3. Pc3 Lg7 Giri speelt het Koningsindisch niet vaak en dat hij het nu wel doet, laat zien dat hij een scherpe strijd zoekt. 4. e4 d6 5. f3 0-0 6. Le3 c5 7. d5 e6 8. Dd2 exd5 9. cxd5 Pbd7 Meestal wordt hier 9…Te8 gespeeld, om wits paard van h3 af te houden. Mijn hand schoot uit en voor ik het wist had ik Pd7 gespeeld, zei Giri na afloop. 10. Ph3 a6 11. a4 Pe5 12. Pf2 Ld7 13. h3 Dit dreigt 14. f4, maar de verzwakking van veld g3 heeft ook een bezwaar. 13…b5 14. f4 Met zijn pion op h3 kon wit zwarts pionoffer niet goed aannemen, want 14. axb5 axb5 15. Txa8 Dxa8 16. Pxb5 Lxb5 17. Lxb5 Tb8 18. Le2 Ph5 zou heel goed voor zwart zijn. 14…Pc4 15. Lxc4 bxc4 16. 0-0 Ph5 Zwart moet tegenspel zoeken om niet langzaam weggedrukt te worden. Na 16…Te8 wilde Karjakin 17. g4 spelen. 17. g4 Dh4 Een misschien niet helemaal correct, maar wel kansrijk stukoffer. Een andere interessante mogelijkheid was 17…Pg3. 18. gxh5 Dg3+ 19. Kh1 Lxh3 20. Tg1 Wit gaat remise door eeuwig schaak na 20. Pxh3 Dxh3+ uit de weg. 20…Dh4 21. Tg2 Lg4+ Na 21…Lxg2+ 22. Kxg2 zou wit beter staan. 22. Kg1 Lf3 Niet met de bedoeling om meteen op g2 te slaan, want dat had hij al eerder kunnen doen. Zwart wil zijn stelling rustig versterken.

Zie diagram links

23. f5 Karjakin had ook aan 23. Pe2 gedacht, maar de sterke zet 23. e5 vond hij te chaotisch. Toch zou hij beter staan na 23. e5 dxe5 24. h6 Lxh6 – 24…Lh8 25. f5 is goed voor wit – 25. fxe5 Lxe3 26. Dxe3, hoewel het een zware strijd blijft. 23…Le5 24. Lg5 Lh2+ 25. Kf1 Hierna is het vrij geforceerd remise, maar met 25. Txh2 Dg3+ 26. Kf1 Dxh2 zou wit zichzelf in gevaar brengen. 25…Lxg2+ 26. Kxg2 Dg3+ 27. Kh1 f6 28. Lh6 Dh4 29. Kg2 Na 29. Pxh3 Le5 30. Dg2 g5 31. Lxf8 Kxf8 zou zwart een zware aanval krijgen voor het stuk dat hij achter staat. 29…Dg3+ 30. Kh1 Dh4 31. Kg2 Dg3+ 32. Kh1 Remise