Alleen Ajax 1 wordt nog kampioen - dankzij Cruijff

Is Johan Cruijff verantwoordelijk voor het succes van Ajax? Ja, zegt Jaap Visser. Bij de maestro gaat het individu boven het collectief. „Teams debuteren niet.”

09-08-10 Dennis Bergkamp Debuut als Trainer van de D2 Ajax met als begeleider H Otto Ajax Louis van de Vuurst

Ajax wordt kampioen, zondag. Alweer, voor de 32ste keer. Is het een titel dankzij of ondanks Johan Cruijff?

Twee jaar geleden was mijn balans: ondanks Cruijff. Toen de grootste Ajacied aller tijden twee jaar terug zijn club op stelten zette, ontketende hij een vuige machtsstrijd waarbij het kamp Cruijff en het kamp anti-Cruijff er met gestrekte benen en de noppen vooruit invlogen. Volgens de Cruijffianen voltrok zich bij Ajax een fluwelen revolutie, hun slachtoffers repten van een meedogenloze guerrilla. Het was hoe dan ook een burgeroorlog, met grof verbaal geweld over en weer.

De kans dat Ajax kijvend ten onder zou gaan, leek destijds groter dan dat er na het bekvechten nog enig perspectief zou zijn. Van de ogenschijnlijk door rancune gedreven Cruijff viel niet veel te snappen en de wil hem te snappen kwijnde weg.

Tijdens Cruijffs colleges op Champions League-avonden bij de NOS raakte je het spoor bijster. Uitzendingen waarin interviewer Tom Egbers begrijpend zat te knikken bij de analyses van de legende, angstig broedend op een zinnetje waarmee hij niet door de mand zou vallen. Want de doodsbenauwde presentator had natuurlijk net zo goed als velen geen idee meer waar Cruijff het over had.

Maar toen kwam Dennis Bergkamp terug op zijn ‘nee’ tegen een boek over hemzelf: de beschrijving van zijn voetballeven, een biografie. De stille stilist had zijn afscheidswedstrijd bij Arsenal allang achter de rug toen hij maar bleef volhouden dat hij genoeg had gesproken, met zijn voeten. Stiftballen, steekpassjes en stijlvolle goals, meer viel er wat hem betreft niet te zeggen.

Als trainer begreep Bergkamp dat hij het niet meer met zijn voeten alleen kon afdoen. Dennis begon te praten, tegen jonge voetballers, tegen oudere, met trainers, met Cruijff en vorig jaar zei hij verrassend tegen mij dat een boek zo’n gek idee nog niet was. Hij had eigenlijk genoeg zinnigs te vertellen, over voetbal.

Stagelopend in het seizoen dat Marco van Basten als trainer stukliep in de Arena, 2008-2009, viel het Bergkamp op dat de jeugdteams van Ajax nog wel glansden, maar niet meer schitterden. Op alle niveaus werd keurig verzorgd positiespel gespeeld, braaf in de Ajax-traditie, met vier verdedigers, drie middenvelders en drie aanvallers: 4-3-3. De rechtsback deed zijn best om een goede rechtsback te spelen en de linksbuiten was bezig een typische linksbuiten neer te zetten. Alle jeugdteams presteerden naar behoren en stonden zo’n beetje allemaal bovenaan.

Maar Bergkamp vond het helemaal niets. Hij kwam tot dezelfde conclusie als Cruijff, aan wie de club weer eens om advies had gevraagd: Ajax produceert alleen nog maar meer van dezelfde soort voetballers, taakbewuste teamspelers met een beperkt repertoire. Wanneer je het teambelang ook in de jeugdopleiding zwaarder laat wegen dan persoonlijke ontplooiing, creëer je middelmatigheid, stelde Bergkamp met Cruijff. Zij constateerden bij het Ajax van vijf jaar terug nog net geen zesjescultuur, maar hoger dan een zeven scoorde in hun ogen bijna niemand meer. En met allemaal ‘zeventjes’ worden de jeugdteams van Ajax weliswaar elk jaar netjes kampioen en zou zelfs Ajax 1 nog weleens bovenaan in de eredivisie kunnen eindigen, maar dan houdt het op.

Wil je meer, weer eens een rol van betekenis spelen op het Europese podium, dan heb je ‘achten’ nodig, en hier en daar een ‘negen’. Dan moet je streven naar een nieuwe Bergkamp, Van Basten, Frank de Boer, ja, zelfs naar het allerhoogste: een nieuwe Cruijff.

Toen Cruijff trainer van Ajax was, zag hij in de A-junior Bergkamp een zeven van wie makkelijk een acht te maken was en die het in zich had een negen te worden. Cruijff haalde hem bij het eerste en liet hem trainen met het tweede, op tijden dat het de scholier Bergkamp het beste uitkwam. De training van Ajax 2 werd volledig afgestemd op de behoeften van dat ene talent dat ooit een uitblinker in Ajax 1 zou kunnen worden.

In die geest, zijn geest, moest Ajax weer gaan werken, eiste Cruijff in het voorjaar van 2008, toen hij technisch adviseur zou worden. De groei van de meest beloftevolle jeugdspelers moest boven de ontwikkeling van het team worden gesteld. Marco van Basten, toen nog bondscoach, maar al wel benoemd tot de volgende Ajax-trainer, onderschreef die gedachte, maar vond de personele ingrepen die Cruijff voorstelde – alle jeugdtrainers eruit en opnieuw beginnen – veel te ver gaan en stak er een stokje voor. Cruijff haalde de schouders op en keerde Ajax de rug toe. Dan niet.

Maar drie jaar later kwam de grote omwenteling er dus toch en vlogen allerlei personeelsleden de laan uit. En dat waren niet alleen de trainers in wie Cruijff en zijn naaste volger Bergkamp geen vertrouwen hadden. Het had er de schijn van dat iedereen die bij Ajax ooit goed met Louis van Gaal was geweest, eruit moest. Van Gaal had zich immers als de prediker van het teamevangelie – niemand is groter dan het elftal en het hoogste belang is het teambelang – tot de grote tegenhanger van Cruijff ontwikkeld. Ik kon mij niet aan de indruk onttrekken dat de drang om de sporen van Van Gaal uit te wissen mede bepalend was voor het personeelsbeleid van de nieuwe machthebbers.

Natuurlijk wordt Ajax zondag kampioen, omdat Dick Advocaat, die dacht dat hij aan PSV een routineklusje zou hebben, een onevenwichtige selectie niet in balans kreeg. Omdat de clichéklets van Steve McClaren FC Twente niet meer kon inspireren. Omdat Feyenoord net iets te veel last had van jeugdige wispelturigheid. Omdat bij Vitesse de overtuiging ontbrak om het driejarenplan van eigenaar Merab Jordania ook echt met de landstitel te kunnen voltooien. En omdat Frank de Boer de kunst verstaat teamverband aan te brengen in een elftal met jeugdige uitblinkers.

Maar het is ook de verdienste van Cruijff. Pratend met Bergkamp ben ik ‘De Verlosser’ gaan begrijpen. In de nieuwe tijd, met Bergkamp als de coördinator van het technisch beleid binnen de hele club, is het individu belangrijker dan het elftal. Totdat het individu is doorgedrongen tot Ajax 1. Pas dan zal hij bovenal teamspeler moeten zijn.

In de nieuwe tijd, in het jaar twee na de machtsovername van JC, staan de jeugdteams van Ajax niet meer per definitie bovenaan, maar vallen zij wel vaker op, door uitblinkende individuen. En zo wil Cruijff het hebben, want het zijn die eenlingen die zullen debuteren in het enige elftal dat er werkelijk toe doet, Ajax 1. „Denk erom”, zegt ‘het orakel’ elke keer wanneer hij zich vervoegt op De Toekomst, het trainingscomplex waar de Ajax-jeugd zich verenigt met het eerste elftal: „Teams debuteren niet.”

Dus ja, Ajax wordt zondag ook dankzij Cruijff kampioen. Sterker nog, dankzij Cruijff wordt straks alleen Ajax 1 nog kampioen.

Jaap Visser is columnist, voetbaljournalist en biograaf van Edwin van der Sar. In het najaar verschijnt van Visser en de Britse journalist David Winner een biografie van Dennis Bergkamp.