Zelfs de Hema geeft nu trainingen over mishandeling

Hoe ga je om met kindermishandeling? Op 1 juli moeten scholen dat weten, maar hard gaat het nog niet. Cursussen zijn overal te koop.

Scholen moeten heel veel: plannen tegen pesten, tegen overgewicht, voor verkeersveiligheid „en ga zo maar door”. Op 1 juli komt de mishandelingscode. Foto Hollandse Hoogte

In een filmpje komt Kyra van zes verlegen in haar onderbroek en hemd de gymzaal binnen. Haar gymspullen heeft ze niet mee. Ze ziet er smoezelig uit. Eenzaam gaat ze in een hoekje zitten. De leerlingen die haar passeren zeggen dat ze stinkt. De gymleraar kijkt moeilijk. Wat moet hij doen?

De videocasuïstiek is onderdeel van The Next Page, een online cursus om kindermishandeling aan te pakken. De lessen zijn bedoeld voor leerkrachten, intern begeleiders en schoolleiders in het speciaal en basisonderwijs. Maar die zijn vooralsnog niet heel happig, vertelt Marielle Dekker, directeur van The Next Page. En dat is opvallend want per 1 juli geldt de Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Dat houdt in dat iedereen in het onderwijs volgens deze code en het bijbehorende stappenplan moet kunnen handelen.

De meldcode geldt ook voor ziekenhuizen, huisartsenposten, ambulancemedewerkers, jeugdzorg en justitie. The Next Page, die samenwerkt met het ministerie van Volksgezondheid, leidde naar eigen zeggen meer dan 20.000 mensen in deze branches op. Om het onderwijs nu zo ver te krijgen, houdt de organisatie een belactie. „We bellen dus ruim 8.000 scholen om ze te informeren over het belang van de meldcode.”

Uit een onderzoek van Bureau Veldkamp eind vorig jaar, in opdracht van het ministerie van VWS, blijkt ook dat het onderwijs achterblijft „bij de implementatie van de meldcode”. Slechts 37 procent van de scholen heeft zo’n code. In de studie staat dat „veel professionals zich onvoldoende toegerust voelen om goed om te gaan met vermoedens van kindermishandeling”. Slechts 11 procent van de leerkrachten heeft een cursus gevolgd, 47 procent heeft behoefte aan scholing.

Een ronde langs grote onderwijsorganisaties bevestigt het beeld dat de meldcode nog niet zo leeft. Zo krijgt de Algemene Vereniging Schoolleiders geen enkele vraag binnen en „dat zou je wel verwachten zo vlak voor de deadline”. De Besturenraad, de koepelorganisatie voor christelijke onderwijsinstellingen, weet dat de code bekend is bij enkele leden „maar we horen er verder weinig over bij onze achterban”. De PO-raad denkt dat zorgcoördinatoren wel op de hoogte zijn maar dat „een willekeurige leraar niet precies weet waar de meldcode over gaat”.

Dit kabinet en het vorige hebben het bestrijden van kindermishandeling hoog op de agenda gezet. De overheid probeert iedereen te bereiken: de professionals door middel van de meldcode en het grotere publiek met radio- en televisiespotjes. Ook werd eind vorig jaar een taskforce Kindermishandeling ingesteld onder leiding van de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan. De taskforce moet beleid praktisch uitvoerbaar maken.

Niet iedereen denkt overigens dat de meldcode en cursussen de beste manier zijn om mishandeling tegen te gaan. Verschillende betrokkenen zijn bang voor een toename van wat ‘vals positieven’ wordt genoemd: onterechte meldingen. Het risico is dat alles wat afwijkt van de norm straks gemeld wordt. Terwijl er tegelijkertijd gekort wordt op jeugdzorg, die de behandelingen moet uitvoeren.

Daarnaast is de omvang van het probleem van kindermishandeling niet duidelijk. Recent onderzoek wijst uit dat ieder jaar 120.000 kinderen mishandeld worden, maar dit getal is niet onomstreden. Het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling heeft vorig jaar bijna 50.000 keer advies uitgebracht en is 19.000 onderzoeken gestart.

Toch is het niet onbegrijpelijk dat de overheid juist de leerkracht wil inschakelen, zegt Dekker van The Next Page. „Zij werken elke dag met kinderen, ze zijn zo’n belangrijke bron.” Dekker begrijpt wel waarom scholen nog niet warmlopen; scholen moeten al zo veel. Een plan tegen pesten, tegen overgewicht, een plan voor verkeersveiligheid „en ga zo maar door”. En dan is er ook nog weinig budget. Daarom prijst ze haar cursus nog maar even aan; leerkrachten kunnen voor 15 euro de opleiding doen (grote groepen krijgen korting) in twee uur tijd, via e-learning. Twee keer per jaar krijgen de leraren digitaal een opfrismoment van 10 minuten. En de school ontvangt een gratis online tijdschrift over kindermishandeling. „Zodat het thema op de agenda blijft.”

Maar The Next Page is niet de enige die een opleiding over de meldcode aanbiedt. Op internet zijn honderden trainingen te vinden. Afkomstig van particulieren en professionals. De inhoud is vrijwel overal hetzelfde; het stappenplan van de meldcode komt aan bod, leerkrachten leren mishandeling signaleren, hoe ze dit bespreekbaar moeten maken én hoe het onderwerp op de schoolagenda blijft. Bij de ene aanbieder krijgen de cursisten een methodiekboek mee, bij de ander een knutselkoffer en associatiekaarten. Sommige cursussen zijn online, maar in de meeste gevallen geeft een trainer ‘live’ les. De kosten daarvoor lopen uiteen van een paar honderd euro voor een dag tot een paar honderd euro per deelnemer per dag. Een groot deel van de aanbieders is opgenomen in een databank die te vinden is op de overheidssite huiselijkgeweld.nl. Iedereen kan zich in de bank laten opnemen, zo laat een woordvoerder weten. Dus er is geen controle op.

Een opmerkelijke aanbieder op de markt is de Hema. Het concern biedt sinds 9 maanden de cursus ‘meldcode kindermishandeling’ aan voor primair onderwijs. Meestal wordt de online training verkocht in een groot pakket van 30 verschillende cursussen, vertelt Helma van den Berg van de Hema Academie. In het pakket zit bijvoorbeeld ‘Klassenmanagement’, ‘Social media’ en ‘Wat te doen bij ongelukken.’ De bundel kost 50 euro per persoon, de meldcode-cursus 25 euro. En het loopt goed, zegt Van den Berg. „Bijna 1.300 mensen hebben de cursus gedaan en bijna iedereen heeft deze ook gehaald.”

Maar heb je echt een opleiding nodig om met de meldcode te werken? Misschien wel. Het blijkt dat leraren die iets vermoeden, vaak niet weten wat ze met dat vermoeden moeten doen. En dan kan juist zo’n opleiding helpen. Dekker vertelt dat „uit onafhankelijk en wetenschappelijk onderzoek blijkt dat beroepskrachten dankzij de cursus de procedures beter opvolgen, ze meer en betere vragen aan ouders en kinderen stellen en beter melden bij de Advies-en meldpunten Kindermishandeling.”