Vogelgriep heeft wereldwijde wortels

Het vogelgriepvirus H7N9 dat dit jaar in China al meer dan honderd mensen heeft besmet, is ontstaan uit een combinatie van tenminste vier aparte vogelvirusstammen. Dat schrijven Chinese wetenschappers onder leiding van George Gao van het Chinese centrum voor infectieziekten in Beijing in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet (1 mei). Ze baseren zich op het meest gedetailleerde onderzoek naar de oorsprong van het virus tot nu toe. Aan de hand van de kenmerkende volgorde van het erfelijk materiaal van griepvirussen dat werd aangetroffen in eerder verzamelde dode vogels en vogelpoep maakten zij een stamboom van het H7N9-virus.

Het virus blijkt de twee eiwitten aan de buitenkant van zijn omhulsel (hemagglutinine en neuraminidase) te hebben geërfd van wilde vogels die tijdens de trek het virus kennelijk over grote afstanden hebben getransporteerd. De wortels van het H7-eiwit gaan terug tot virussen die eerder aangetroffen werden in onder meer een Nederlandse eend. N9 maakte ook een wereldreis en toont grote verwantschap met een virus uit een Tjechische eend. De genen voor de zes interne eiwitten van het H7N9-virus zijn waarschijnlijk afkomstig van tenminste twee H9N2-stammen die circuleren onder pluimvee in Zuidoost China.

In een begeleidend commentaar in The Lancet merkt de de Belgische viroloog Marc van Ranst op dat nog veel over de herkomst van het virus onduidelijk blijft, bij gebrek aan voldoende monsters. En dat Nederland regelmatig opduikt in de stamboom is ongetwijfeld een weerspiegeling van het feit dat Rotterdamse virologen hier veel monsters hebben verzameld van wilde vogels.

Vooralsnog blijkt de infectie niet overdraagbaar van mens op mens. Maar door nieuwe vermenging zou het virus die eigenschap wel kunnen verwerven, waarschuwen virologen.