Verwerp overal alle gezag! Nu!

Als anarchisten hebben twee Russische immigranten zich in de VS en Europa ingezet voor de revolutie. Emma Goldman en Alexander Berkman waren onvermoeibaar.

Alexander Berkman en Emma Goldman waren anarchisten, leiders van een beweging, gevleugelde namen voor uiteindelijk miljoenen mensen overal ter wereld. Hun erfenis is ongrijpbaar, want het anarchisme is als beweging op z’n zachtst gezegd marginaal. Wat blijft zijn hun geschriften en de voorbeeldwerking die van hun levens uitgaat.

Berkman en Goldman waren idealisten die compromisloos vasthielden aan hun idealen, al werden ze beschimpt en gevangengezet. Ze bleven streven naar een betere wereld. Dat deden ze door geld in te zamelen voor mensen en ideeën waar ze in geloofden, maar ook door optredens. Bovenal waren ze een halve eeuw goed bevriend, zodat ze vaak in één adem worden genoemd.

De dubbelbiografie Sasha and Emma is het levenswerk van Paul Avrich (1931-2006), voltooid door zijn dochter Karen. Avrich senior, die eerder veel schreef over de geschiedenis van het anarchisme, heeft jarenlang materiaal verzameld en betrokkenen geïnterviewd. Het resultaat is een biografie die soms leest als een telefoonboek van het anarchisme.

Berkman (1870-1936) en Goldman (1869-1940) leerden elkaar kennen in New York in 1889. Beide Russische immigranten waren, net als alle anarchisten overal op de wereld, getroffen door het ter dood brengen van de Haymarket-anarchisten in Chicago in 1887. Na een bomaanslag waren acht verdachte activisten zonder fatsoenlijk proces veroordeeld tot de galg of levenslange gevangenisstraf. Hun anarchistische ideeën kwamen neer op verwerping van alle gezag. Door zelfontplooiing zou iedereen na de revolutie zijn plaats vinden. Macht en productiemiddelen moesten iedereen toebehoren.

In New York was met name de enorme Duitstalige gemeenschap een broeinest van politieke activisten die geweld niet afwezen. Omdat Goldman ook Duits sprak voelde zij zich daar al snel thuis. Met name Johann Most, hoofdredacteur van het blad Freiheit was een centrale figuur. Sasha en Emma trokken veel op met Modsta Aronstam, de neef van Berkman. Om geld te verdienen vestigden ze zich gedrieën in Worcester, in de staat Massachusetts, met een portretstudio. Later begonnen ze er een restaurant, om geld te sparen en terug te kunnen keren naar Rusland, waar de revolutionaire beweging opbloeide.

In 1892 brak in de fabrieken van Andrew Carnegie in Pennsylvania een staking uit van staalarbeiders. Zijn voorman Henry C. Frick trad met steun van zijn baas keihard op tegen de stakers. Het werd een veldslag met doden aan beide kanten. Aronstam, Berkman en Goldman sloten hun restaurant om een aanslag op Frick te beramen. In juli 1892 schoot Berkman zijn pistool op hem leeg. Frick overleefde de aanslag, maar Berkman werd veroordeeld tot twintig jaar cel. Tot zijn verbazing waren de stakers woedend op hem.

Journalisten

Tijdens Berkmans gevangenschap zette Goldman haar anarchistische activiteiten voort. Ze reisde heel Amerika door. Haar openbare optredens maakten altijd veel indruk, talloos zijn de verslagen van geïmponeerde journalisten. Haar verdediging van Berkmans aanslag leidde tot een jaar gevangenisstraf. Het proces en de veroordeling vergrootten haar bekendheid: ze werd ‘Red Emma’.

In 1901 leidde de aanslag op president McKinley tot maatregelen van de Amerikaanse overheid tegen anarchisten en andere vrijdenkers. De dader, Leon Czolgosz, een verwarde man die zich anarchist noemde, beweerde dat Emma Goldman hem had geïnspireerd. Goldman kreeg het zwaar te verduren. Overal werd ze in de gaten houden en soms werd haar het spreken verboden. Over zijn veertien jaar in de gevangenis schreef Berkman Prison Memoirs of an Anarchist dat nog steeds fris is door zijn openhartigheid. Het is een aanklacht tegen de wrede behandeling van gevangenen en leidde tot een onderzoek naar wantoestanden in Amerikaanse gevangenissen.

Berkman en Goldman bleven radicale acties en stakingen consequent steunen. Of het nu een staking was in Los Angeles die in 1910 leidde tot een aanslag op het gebouw van de Los Angeles Times of een bloedige mijnwerkersstaking in Colorado, altijd verklaarde het tweetal zich solidair met de radicale elementen.

Na een verblijf van meer dan dertig jaar werden Goldman en Berkman in 1919 het land uitgezet. In die tijd had Goldman in talloze speeches het anarchisme gepredikt. De ijverige ambtenaar J. Edgar Hoover, de latere FBI-directeur, zag toe op hun verwijdering.

In 1923 en 1925 publiceerden Goldman en Berkman los van elkaar een aantal uiterst kritische boeken over de Sovjet-Unie. Aanvankelijk waren ze voorzichtig positief over de jonge communistische staat, maar binnen twee jaar veranderden ze van mening. In die periode reisden ze er rond, ontmoetten ze Lenin en Trotski, en waren ze getuige van de terreur.

Onsentimenteel

Westerse communisten namen de kritiek op de Sovjet-Unie van deze westerse geloofsgenoten niet in dank af. Maar uit onverdachte hoek kregen de twee lof toegezwaaid. De Amerikaanse journalist en criticus H.L. Mencken prees hen: ‘Ze denken helder, onsentimenteel, zelfs enigszins briljant. In de VS, waar zulke kritiek even hard nodig is als in Rusland en waar het tien keer beter kan worden benut, kunnen we niets anders bedenken voor een man als Berkman dan hem op te sluiten in het gevang.’

Berkman en Goldman waren evenmin welkom in Europa. In Sacha and Emma wordt gemeld dat Goldman naar Amsterdam reisde, maar direct het land werd uitgezet. Berkman bleef tot zijn dood problemen houden met zijn verblijfsvergunning. Uiteindelijk sloot Goldman een schijnhuwelijk om een Brits paspoort te krijgen. Ze publiceerde haar memoires, Living My Life. Berkman publiceerde voort, maar kwakkelde steeds meer met zijn gezondheid en pleegde in 1936 zelfmoord.

Goldman bleef actief. Al in 1932 waarschuwde ze voor Adolf Hitler. Nog éénmaal werd haar een verblijf van drie maanden in Amerika gegund. In 1936 ging ze naar Spanje voor de Spaanse Burgeroorlog, maar al gauw zag ze daar weinig kansen voor links. Vandaar verhuisde ze naar Toronto, vlakbij het verboden, geliefde Amerika. Ze stierf in 1940 en mocht begraven worden op Waldheim in Chicago, bij de Haymarket-anarchisten.