Van Bint naar meester Bart

Mijn oma las mij vroeger vaak voor uit Kinderen uit mijn klas en Uit de school geklapt van P.J. Cohen de Vries. Het waren korte verhalen over een juf die veel liefde voor de kinderen in haar klas voelde, en die op de juiste momenten streng en rechtvaardig was. Wanneer een kind bespot werd door andere kinderen, kreeg het een rood koppie, waardoor juffrouw Cohen zich afvroeg wat er zich nu precies in het hoofdje met de prachtige blonde krullen afspeelde. Over een kind dat te veel praatte, schreef ze: ‘dat mondje, dat mondje! Met een veertje had je ’t open, met geen ankerketting snoerde je ’t weer de mond’.

Toen de boekjes in 1922 uitkwamen adviseerde een pater in De Tijd dat alle jonge leraren het werk van Cohen moesten lezen opdat ze leren ‘dat niet het onkruid de liefde, doch de liefde het onkruid moet en kan verstikken’. Mijn over het algemeen zwijgzame oma las de verhalen – die aanvankelijk begin jaren twintig als feuilleton waren opgenomen in NRC – met vuur voor en ik genoot.

Lange tijd dacht ik dat alle leraren zó hoorden te zijn, totdat ik zelf naar school ging. Naarmate ik ouder werd, bleken docenten meer van het type De Bree uit Bordewijks Bint, waarin de oorlog werd verklaard tussen een docent en een klas door middel van een handdruk (‘Deze handdruk is onze oorlogsverklaring, niet tussen hem en mij, maar tussen mij en de klas. Ik zit voortaan hier, àchter de tafel, mijn vesting. Storm nu maar aan, ik weet wie de sterkste is’). Waarin De Bree een klas gewoon als de hel zag, nooit opzij ging (‘Toen de laatste bel ging, dien dag, stond de Bree in de deur, en ging niet opzij. De klas maakte zich smal langs hem heen’) en over een dreigende zelfmoord droog opmerkte: ‘hij moet doen wat hij niet laten kan’.

Bordewijks visie op het onderwijs sloot beter aan op mijn visie van schoolgaan dan die van Cohen, maar ik ging blijkbaar in een ongelukkige periode naar school: de lieve juf – of in dit geval meester – is nu terug en hij geeft Engels op een school in de Bijlmer. ‘Meester Bart’ is vaak onder de indruk van de uitspraken die kinderen doen en verzamelde die op Facebook, en nu in een boekje onder de titel Ik hoef niet op te letten, ik weet alles al (Lebowski, € 9,95, dat vorige week na verschijning direct in de CPNB-bestsellerlijst stond, en inmiddels op nummer 18 staat). Je kunt het zien als een boek dat ouders bijhouden wanneer hun kinderen iets geestigs of liefs zeggen en dat voor het nageslacht willen bewaren – je doet dat vanuit liefde voor je kinderen. En daar is het Meester Bart ook om te doen.

Uitspraken van leerlingen in zijn klas die hem raakten, ontroerden of aan het denken zetten, zijn opgenomen. En die luiden dan bijvoorbeeld: ‘Meester, ik denk dat ik iets verkeerds ga zeggen. Maar als je je slecht kunt concentreren, kun je dan ook naar een concentratiekamp?’ en ‘Papa, fijne dag verder. Oh nee, ik bedoel meester’.

Ontroerd is hij ook wanneer een kind zegt ‘Meester. Als u ons als uw kinderen ziet, waarom geeft u ons dan nooit zakgeld?’ Meester Bart ziet hierin de liefde tussen hem en de kinderen bevestigd, ik met mijn bedorven Bordewijkgeest zie er een hebberige wijsneus in.

    • Toef Jaeger