Stuurloze expositie over artistiek samenwerken

Beeldende kunst

United We Make. T/m 14/7 in Stroom, Den Haag. Wo-zo 12-17 uur. Inl: www.stroom.nl **

„Overal wenken nieuwe kunstenaars”, schrijft de Duitse schilder Franz Marc in 1912. „Een blik, een handdruk is voldoende om elkaar te verstaan.” De groep avant-gardekunstenaars waar Marc deel van uitmaakt, groeit en bloeit, gelooft en werkt hartstochtelijk samen aan de schepping van een nieuwe vorm van kunst en leven.

De Eerste Wereldoorlog is nog ver weg. Alles is mogelijk. Alles klontert zo makkelijk samen.

Aan het fenomeen van artistieke samenwerkingsprojecten is op dit moment in Stroom in Den Haag de tentoonstelling United We Make gewijd. Het is het derde deel van het langdurige project Upcycling. De eerste twee delen waren verrassend, met interessante deelnemers en een goede mengeling van historische achtergrond en actualiteit.

Des te meer stelt het derde deel, United We Make, teleur. Dat ligt aan zo’n beetje alles: de keuze van de deelnemers, het soort werken dat is gekozen of in opdracht gemaakt, de geleverde achtergrondinformatie, en vooral de vraag naar: waarom nu?

In Stroom is een allegaartje van voornamelijk oudere werken op papier, (soms heel slecht gepresenteerde) video’s, ruimtelijke werken en historische voorwerpen bij elkaar gebracht.

Vijf deelnemers zijn gekozen. Representatief voor een stroming of groep zijn ze niet. Het werk wordt omlijst door een kleine selectie historische boekjes en blikken bussen van Coöperatieve Verenigingen. De vlag waaronder de deelnemers zijn gerangschikt, is onbegrijpelijk veelkleurig.

Zo is er werk van de in 1999 overleden Frank van Klingeren te zien, de architect van onder andere gemeenschapshuis De Meerpaal in Dronten en het conversatie bevorderend stapelbed. Hoe ingenieus het stapelbed ook is, en hoe nostalgisch de televisiereportages over De Meerpaal ook zijn, over actuele samenwerkingsverbanden van kunstenaars zegt dit werk helemaal niets.

Ook ontwerper Itay Ohaly is een vreemde eend in de bijt. Hij laat producten zien die zijn ontstaan door wat Stroom ‘ontkoppelde samenwerking’ noemt. Dit betekent dat Ohaly verschillende participanten opdracht geeft gegeven om blind een door hem ontworpen stukje van een voorwerp te maken. Zo krijg je vazen en tafels die eruitzien als babylonische spraakverwarringen.

Videokunstenaar Ante Timmermans toont weer heel autonoom werk: de fraaie palindroom ‘droomoord’, die in Fragment #5 gestalte krijgt, zegt inderdaad iets over het onafhankelijk bewegen van linker- en rechterhand.

Maar inmiddels ben je dan als toeschouwer verdwaald in een moerasgebied, waar elke vorm van geëngageerde kunst samenwerking kan heten en waar coördinatie tussen twee handen iets zeggen over het hoe en waarom van collectiviteit.

Ronduit armzalig is de bijdrage van het duo Gerlach en Koop. Het tweetal nam de benedenruimte van Stroom onderhanden door de vloer op te hogen en een doorgang dicht te metselen. Zaken die inmiddels doodgewoon zijn in de hedendaagse inrichtingspraktijk van een museum. Het enige aardige van Gerlach en Koops werk is de uitnodiging aan de Thaise kunstenaar Pratchaya Phinthong.

Gelukkig is er één collectief in Stroom dat haar aanwezigheid wel waarmaakt. Potential Estate maakt gebruik van hedendaagse massamedia en laat zien dat een met zijn allen gemaakt kunstwerk net zo goed kan zijn als een individueel hoogstandje.

In 2008 konden kopers in Antwerpen op een veiling bieden op delen van een verhaal. Was een lot verkocht, dan werd dat stukje van het verhaal verteld. Zo smeedden kopers, kunstenaars en de veilingmeester samen een even wonderlijk als poëtisch videowerk over het utopische plaatsje Belgium in Wisconsin, dat alleen op gruwelijke wijze buit kon worden gemaakt.