Schicksal

Armando was aan het werk in zijn atelier in Potsdam, waar hij op zijn drieëntachtigste nog stug doorschildert („Al wordt het wel eens tijd dat ik sterf.”). Per telefoon praatte ik hem bij over Vorden, waar net was besloten om op 4 mei toch maar níet langs graven van Duitse soldaten te wandelen. Dit onder druk van het Comité Vorden Fout.

„Je mag er wel iets over vragen”, zei Armando, „maar ik vind het heel moeilijk te antwoorden.”

Dat was precies waarom ik nieuwsgierig was naar zijn mening: sinds op de plek waar hij als kind speelde Kamp Amersfoort verrees, gaat zijn werk over daders, slachtoffers en schuld. Zoals zijn beroemde ‘schuldige landschappen’, schilderijen van bomen en bosranden, onbeschaamd doorgroeiende natuur rond Amersfoort, alsof daarachter niets verschrikkelijks was gebeurd.

Met Hans Sleutelaar schreef Armando in 1967 het roemruchte De SS’ers: Nederlandse vrijwilligers in de Tweede Wereldoorlog: acht interviews met voormalige Nederlandse leden van de Waffen SS, volledig vanuit hun perspectief opgeschreven. Toen het boek uitkwam, leidde juist dat ontbreken van afkeurend commentaar van de auteurs tot protest. Ik vergeleek de ophef rond de herdenking in Vorden met de controverse rond De SS’ers, destijds misschien even ongehoord. „Toch was dat anders”, zei Armando, „want wij spraken met mensen die nog 100 procent achter hun daden stonden.”

Ik vroeg wie hij zelf herdacht op 4 mei. „Ik denk er iedere dag aan”, onderbrak Armando.

Niet dat hij veel nadacht, zei hij. De oorlog is een dagelijkse aanwezigheid in zijn hoofd. „Het zijn altijd flitsen.”

Flitsen van beelden of woorden?

„Beide.”

Welke?

„Te vaag. Ik kan dat niet beschrijven.”

Wat hij schildert, bromde hij. Dát.

„Weet je wat mijn standpunt is”, zei Armando toen opeens toch: „Ik heb er wel begrip voor dat mensen graven van Duitse soldaten willen bezoeken. Ik ben er een voorstander van. Soms heb ik medelijden met die jongens die daar liggen. Je zult toch maar achttien, negentien zijn geweest en in Duitsland geboren.” Armando noemde een woord dat hij ook wel voor zijn eigen werk gebruikt: Schicksal - noodlot.

„Als ze zulke jongens in een Dodenherdenking willen betrekken, dan heb ik daar begrip voor. Maar als anderen daar moeite mee hebben, dan vind ik tóch dat die meer recht van spreken hebben dan ik.”

Dit najaar gaat een nieuw Armando Museum open in Landhuis Oud-Amelisweerd, bij Utrecht, omdat het oude in Amersfoort afbrandde en de gemeente geen nieuwe locatie bood. Armando is daar nog steeds wat bitter over. „Maar iemand vertelde me dat de laatste bewoonster van Landhuis Oud-Amelisweerd een vurig NSB’ster was. Dus dan ben ik daar tóch weer op mijn plek.”