Renske Rondneuzen

Een vriendin van mij verhuurt af en toe haar huis via AirBnB. Het is bijzonder makkelijk geld verdienen: het enige wat ze hoeft te doen is een nachtje bij haar vriend slapen en even een nat lapje over de wc-bril halen. „En je geheimen dan?”, vroeg ik. „Al die onbekende mensen die ongelimiteerd op zoek kunnen naar je liefdesbrieven, je seksspeeltjes, je uitgebreide cd-collectie van Modern Talking?”

Dit bleek een typisch geval van: zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten. De vriendin verzekerde me dat ze geen noemenswaardige geheimen bezat. Ik zou daarentegen voor de gelegenheid een kartonnen doos aanschaffen, hierop met een marker ‘PRIVÉ!!!’ schrijven en die vervolgens vullen met oude knuffels, Valentijnskaarten afkomstig van mijn opa en middelbare schoolrapporten – alles om de nieuwsgierige aagjes af te leiden van mijn wérkelijke brandkluizen. Want dat een AirBnB-gast zijn Amsterdamse avond indeelt met 1. een uurtje naar het Concertgebouw 2. een uurtje naar de Bulldog 3. zes uur het logement doorzoeken op belastend materiaal, leek mij evident.

Ik snuffel in spullen – ik beken. De nieuwsgierigheid wint het vaak van het moreel kompas. Ooit heeft een vriend zijn mailaccount geopend op mijn computer en om onduidelijke redenen heeft mijn computer zo’n grote voorkeur voor zijn account dat iedere keer als ik die site bezoek het automatisch wordt geopend. Het kost ijzeren discipline om het ongelezen weg te klikken, zelfs al is er helemaal niets waarvan ik vermoed dat ik er op clandestiene wijze van op de hoogte gehouden wil worden. In de paar maanden dat ik in Berlijn woonde, heb ik alle kastjes geopend. Uiteindelijk vond ik een paar dagboekachtige brieven van de bewoner, die een depressieve beroepsclown bleek – het was de enige keer daar dat ik werkelijk mijn uiterste best heb gedaan om mijn school-Duits weer op te halen.

De grootste rondneusbehoefte voel je uiteraard bij nieuwe geliefden. De eerste keer dat je in het huis van de ander bent, alleen, met een paar uur in het vooruitzicht waarin je lief gegarandeerd niet onverwacht binnen gaat komen. Dan gaan de laatjes en dozen open. En het ergste is: je weet wat je zoekt en je weet dat je het eigenlijk niet wil vinden. Vakantiefoto’s van hem en zijn vorige liefde, dicht tegen elkaar aan, lachend. Kaartjes van haar, ‘liefje ik hou van je toen je zei dat ik de liefde van je leven ben wist ik zeker dat ik altijd bij je wil blijven’ – dat werk. Tóch op zoek gaan, heeft iets weg van jezelf pijnigen, expres dat wattenstokje met alcohol tegen die aft in je mond duwen. Niet prettig voor jezelf en niet helemaal ethisch verantwoord tegenover de nieuwe liefde, uiteraard. Wat mij betreft zou gewoon iedereen zo’n kartonnen doos moeten inrichten, een faux-kluis om de ziekelijk nieuwsgierigen onder ons mee gerust te stellen.