Pappa is soms een beetje dom

Het was de op één na belangrijkste dag van mijn leven. De belangrijkste komt later, als ik groot ben en als ik tegen pappa zal zeggen dat hij ermee moet stoppen. Het leek alsof het de dag van pappa was. Misschien dacht hij dat zelf ook wel, want pappa is soms een beetje dom. Maar dat geeft niet. Laat hem maar denken dat al die mensen voor hem stonden te juichen. Ze juichten een beetje voor mamma en oma. Maar ze juichten vooral voor mij.

Toen oma ’s ochtends haar handtekening zette, was pappa officieel koning. Zagen jullie hoe mamma op dat ogenblik naar hem keek? Ze glimlachte vals en gaf hem zelfs een knipoog. Ik ken die blik van mamma. Zo kijkt ze altijd als ze haar zin krijgt. Zo kijkt ze vaak, want ze krijgt vaak haar zin. En als ze echt iets wil, krijgt ze altijd haar zin, want zij is veel slimmer dan pappa. En er was niets wat ze liever wilde dan dit. Hier had ze haar hele leven naartoe geleefd. En eindelijk was het gelukt. Eindelijk was ze de koningin van Nederland, de opvolgster van oma, de baas van pappa en daarmee de baas van alle mensen. Daarom glimlachte ze zo vals. Daarom knipoogde ze. Ik begrijp mamma heel goed.

Toen we daarna op het balkon kwamen, wist pappa niet eens dat hij moest wuiven. Dat moest oma tegen hem zeggen. Ik begon gelijk te wuiven en alle mensen op het plein begonnen voor mij te applaudisseren. Niemand kan zo goed wuiven als ik. Pappa legde zijn hand op mijn schouder en zei dat ik nu de kroonprinses was. Alsof ik dat niet wist. Alsof ik niet mijn hele leven naar deze dag heb toegeleefd, zoals ik vanaf nu zal toeleven naar de dag dat ik mamma mag opvolgen en koningin zal worden. Ik lijk meer op mamma dan op pappa. Ik begrijp dingen. Zoals ik bijvoorbeeld begrijp dat het het allerbelangrijkste is voor een koningin om goed te kunnen wuiven. Daarmee betover je het volk en daarna doet het alles wat je zegt.

Daarna gingen we naar de kerk. Mijn zusjes hadden er heel erg tegenop gezien. Ze moesten heel lang stil zitten en vonden het saai. Maar zij zijn klein en zij begrijpen niets. Ik had mij er juist op verheugd en ik vond het prachtig. Ik stelde mij de hele tijd voor dat ik daar zou zitten op de troon. Ik oefende alvast om als een koningin te kijken, boos en streng, als iemand die de baas is van alle mensen. Oma legde mij dingen uit. Dat deed zij omdat ik koningin ga worden. Tegen mijn stomme zusjes zei ze niets.

Die nacht heb ik heel mooi gedroomd. En het mooie is dat ik weet dat die droom zal uitkomen.

Ilja Leonard Pfeijffer is schrijver en columnist van nrc.next. Onlangs verscheen zijn nieuwe roman La Superba. Elke vrijdag schrijft hij op deze plek over politiek en actualiteit.