Opvoeden een kunst

De vraag hoe je kinderen het best opvoedt wordt op televisie, vooral bij de commerciële zenders vaak net zo behandeld als kwesties rond eten bereiden, huis en tuin verzorgen, gezond leven en je volgens de laatste mode kleden. Je zoekt naar mensen die er veel moeite mee hebben, zorgt dat ze daar veel emoties bij ervaren en laat de problemen oplossen door een genereuze en troostende presentator en een strenge coach, die precies vertelt hoe het wel moet. Aan het einde roept iedereen ah! en oh!

De toon van de achtdelige serie De kunst van het opvoeden (NTR) is op een heel andere manier educatief, meer passend bij de publieke omroep. Het gaat hier om dilemma’s die je op verschillende manieren kunt oplossen, en er is aandacht voor geschiedenis en theorie van de pedagogiek. Niet vermeld wordt dat de serie deels gebaseerd is op het boek Het verlangen naar opvoeden van Jeroen Dekker, zoals ook de makers van de televisieserie onvermeld blijven. Dat mag niet meer bij de publieke omroep, omdat kijkers bij de aanblik van credits zouden kunnen wegzappen.

Presentator Edwin Rutten begint elke aflevering met de opmerking dat opvoeden een hele kunst is, en dat al eeuwen lang. De opzet is om ook via schilderijen of andere kunstvoorwerpen te onderzoeken hoe er vroeger over kinderen gedacht werd.

Dit fantastische idee wordt een beetje mager uitgewerkt. Wat we zien zijn geen topstukken, en het portret van de 17de eeuwse rijke burgerzoon Michiel Pompe van Slingelandt door Jacob Gerritsz Cuyp verraadt weliswaar de hoge verwachtingen van de ouders, maar heeft verder weinig te maken met het hoofdthema van de aflevering: de verwachtingen van ouders zijn soms zo hoog gespannen dat afwijking van de norm eerder een maatschappelijk dan een individueel probleem wordt. De moeder van de meervoudig beperkte Elias legt uit hoe grievend de uitdrukking ‘een ongelukkig kind’ voor haar is. Een man die op zijn 60ste hoorde dat hij ADHD had is juist wel blij met dat label, omdat nu door de juiste medicijnen „het orkest in mijn hoofd eindelijk een dirigent heeft.”

Ook zijn er steeds twee deskundigen, in dit geval een orthopedagoog en een kinderarts, en zingt Rutten een toepasselijk liedje. De opzet is eerder rationeel dan emotioneel, en slaagt er daadwerkelijk in om inzicht te verschaffen zonder te beleren.

Maar waarom werkt die kunstkeuze zo matig? Misschien omdat er samengewerkt wordt met het Dordrechts Museum voor een gelijktijdige expositie en de keuze daar beperkt bleek.