Maleisië raakt nu wel uitgekeken op oom, vader en zoon Razak

Zondag kan Maleisië na 56 jaar zijn regering wegstemmen. Ondanks economisch succes is een steeds grotere groep de politieke stagnatie beu.

Aanhankelijkheidsbetuiging voor premier Razak op een verkiezingsbijeenkomst van de regerende Barisan Nasional. Foto AFP

Malakka. - Halverwege de Heerenstraat, niet ver van het Stadthuys, lacht Najib Razak behoedzaam de inwoners van Malakka toe vanaf een campagneposter. Gestoken in een blauwe sarong, met een snorretje en zijn dunnende haar verborgen onder een traditioneel hoedje, ziet de Maleisische premier dat het goed gaat met Malakka.

Vroeg in de ochtend trekken Chinese, Japanse, Arabische en westerse toeristen door het historische centrum van de stad. Tegelijkertijd stromen de parkeerplaatsen buiten de stad vol met scooters en auto’s. De ochtendploeg arriveert bij de high-techfabrieken van Texas Instruments (rekenmachines en semiconductors) en Konica-Minolta (lenzen voor camera’s).

Het lachje van Najib Razak is terecht voorzichtig. Zondag gaat Maleisië, met bijna 30 miljoen inwoners, naar de stembus voor ‘de moeder aller verkiezingen’. Sinds de onafhankelijkheid in 1957 regeert de coalitie Barisan Nasional het land. Het is de langst zittende regeringscoalitie van een democratisch land ter wereld. Maar volgens de laatste peilingen is de kans reëel dat Najib Razak de eerste Barisan-leider wordt die bij verkiezingen geen absolute meerderheid weet te behalen.

Nog nooit heeft Barisan Nasional er zo slecht voor gestaan. Het Maleisische volk ervaart het teveel aan politieke stabiliteit als verstikkend en snakt in toenemende mate naar verandering.

Het vertrouwen van het volk in de coalitie hing decennialang nauw samen met het economische wonder dat zich in Maleisië voltrok. Wat in Malakka gebeurde is representatief voor het land. De handelsstad, veroverd door de Portugezen (1511), verwaarloosd door de Nederlanders (vanaf 1641), overgedragen aan de Britten (1795), is al eeuwen niet meer een knooppunt in de wereldhandel, zo beschrijft een tentoonstelling in het scheepvaartmuseum.

De handel verdween naar Batavia en Singapore. Motorschepen hoefden in Malakka niet meer te wachten op gunstige moessonwinden. De enige faam die Malakka vanaf de zeventiende eeuw had, is dat het de naam deelt met een van de drukste zeestraten ter wereld. Een constante stoet olietankers en containerschepen passeert de stad: op weg naar Singapore, Shanghai en verder, afkomstig uit Rotterdam, Hamburg of de oliehavens in het Midden-Oosten.

Maar Malakka is zeker geen vergane glorie. Het is geen rottende bouwval zoals Kota Tua, het oude Batavia, in Jakarta. Malakka is trots op het verleden. Zie de gerestaureerde koloniale huizen. Maar het is bezig met het heden. De stad is niet meer afhankelijk van buitenlandse mogendheden, maar rijk geworden door het Maleisische ontwikkelingsmodel.

Maleisië is nooit welvarender geweest. Sinds de Aziëcrisis van 1997/98 is het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking, volgens cijfers van het Internationaal Monetair Fonds, toegenomen van achtduizend tot ruim zestienduizend dollar vorig jaar. De economie groeit met 5,6 procent. Inflatie is beperkt. Armoede is bestreden, de infrastructuur fors verbeterd.

Kuala Lumpur beschikt over een enorm vliegveld dat met staatsbedrijf Malaysian Airlines en prijsvechter Air Asia een onmisbare hub is in Azië. Vorige week kondigden Maleisië en Singapore aan een hogesnelheidslijn te bouwen waarbij de reistijd tussen de stadstaat en Kuala Lumpur hooguit 90 minuten moet bedragen. Zo ziet Maleisië zichzelf als een onmisbare schakel in een spoornetwerk dat het zuiden van wereldmacht China moet verbinden met het rijke Singapore. Geen wonder dat Najib Razak een doel heeft. Zijn Maleisië moet een Zuid-Korea net boven de evenaar worden.

Voor de 59-jarige premier Mohammed Najib bin Tun Haji Abdul Razak zou een nederlaag dan ook een drama zijn. Regeren zit in zijn bloed. Vader Abdul Razak was de tweede premier van het land, oom Hussein Onn de derde. In 2009 werd Najib Razak premier, zonder mandaat van het volk. Zijn voorganger, moest het veld ruimen omdat Barisan Nasional bij verkiezingen opeens eenderde van de stemmen kwijt was aan de oppositie, een ongekende dreun.

In de Chinese wijk van Malakka wordt duidelijk waarom de ooit zo brede steun is afgekalfd voor Barisan Nasional, een verbond tussen dertien politieke partijen waar alle etnische groepen van het land in vertegenwoordigd zijn. Ook in de Chinese straten hangen duizenden blauwe vlaggetjes met een witte weegschaal, het symbool van de coalitie dat voor rechtvaardigheid en gelijkheid staat.

Teoh Boon Seong kan de vlaggen niet meer zien en de, in zijn ogen, hypocriete boodschap niet meer luchten. In een café komt hij bij van een vermoeiende reis naar Singapore. Hij werkt voor een bedrijf dat antibiotica en antidepressiva verkoopt. Zijn collega had de zaakjes met Singapore laten sloffen. Nu moet Teoh de boel rechtzetten. Ondanks zijn vermoeidheid wordt hij nijdig. „Najib Razak, ach ja. Het is een corrupte machtswellusteling die verdeeldheid zaait”, zegt Teoh.

Ogenschijnlijk heeft Maleisië na de rassenrellen van 1969 een balans gevonden in de verhoudingen tussen de rijkere Chinese minderheid (21 procent van de bevolking), de armere Maleise (71 procent) meerderheid en de Indiase minderheid. Aan het geweld in 1969 lag, voor een deel, grote economische ongelijkheid ten grondslag. Vader Razak dacht dat zijn ‘Nieuw Economisch Beleid’ een antwoord kon bieden.

‘Vadertje Ontwikkeling’, zoals zijn bijnaam luidde, introduceerde regels om de inkomensverschillen recht te trekken. In de praktijk betekent het dat de islamitische Maleiërs ruim veertig jaar werden voorgetrokken. Tot woede van Chinezen zoals medicijnhandelaar Teoh. „Dat dit gebeurde toen Maleiers arm waren, was prima. Nu is het waanzin. Ze zijn rijk, maar worden altijd voorgetrokken”, zegt hij. Teoh geeft twee voorbeelden. Als een Maleier een huis koopt, krijgt die een wettelijke korting. Dus wat doen projectontwikkelaars als ze huizen aan Chinezen en Indiërs verkopen? Precies. Een hogere prijs vragen om de korting te compenseren.

Teoh vindt dat niet eerlijk. Maar wat hem nog meer steekt is onrecht in het onderwijsstelsel. Zijn tienerzoon is slim en wil naar een goede school. Maar scholen hebben een quotasysteem dat volgens Teoh relatief meer plekken gunt aan Maleiers, waardoor zijn zoon buiten de boot valt. Een school in Singapore, waar Chinezen de meerderheid vormen, biedt de jongen een beurs aan. „Maar ik ben geboren en getogen burger in Maleisië. Ik zou willen dat mijn zoon ook in dit land opgroeit”', zegt Teoh.

Volgens twee wetenschappers van de National University of Singapore heeft de positieve discriminatie voor Maleiers (Bumiputera: Zonen van de Aarde) geholpen. De armoede is gedaald en het beleid heeft een nieuwe koopkrachtige middenklasse gecreëerd, schrijven Edmund Gomez en Johan Sarvanamuttu. „Maar het was gebaseerd op een paradox: het gebruik van een voorkeursbehandeling van een etnische groep om eenheid in het land te stimuleren.”

Zoon en premier Razak heeft onlangs een paar scherpe randjes van Bumiputera geschaafd. Bedrijven hoeven niet meer zorg te dragen dat 30 procent van het eigendom in handen is van etnische Maleiers. Tegelijkertijd strooit Razak in aanloop naar de verkiezingen met douceurtjes. Smartphone-bezit werd gesubsidieerd en 1,3 miljoen ambtenaren kregen een extra salarisverhoging.

Maleisië heeft intussen als een van de weinige groeilanden in Zuidoost-Azië een begrotingstekort. Economen maken zich zorgen dat Barisan een enorme schuldenberg heeft opgebouwd door buiten de officiële staatsschuld om voor miljarden dollars leningen te garanderen.

De charismatische oppositieleider Anwar Ibrahim (65) voelt aan dat een groeiend deel van de kiezers Barisan Nasional beu is. In 2004 behaalde de coalitie nog 90 procent van de stemmen, nu zal dat waarschijnlijk minstens 40 procentpunten lager uitpakken. Ibrahim voert een onophoudelijke campagne tegen de dominantie van de regeringscoalitie, tegen haar ijzeren greep op staatsbedrijven, tegen het nepotisme en tegen het cliëntelisme. Hij probeert kiezers te overtuigen dat Maleisië niet instort bij een machtswisseling, zoals de regeringscoalitie beweert.

Ibrahim wijst erop dat hij zelf ook ruime ervaring heeft met de macht. Hij gold tot 1998 als de kroonprins van Barisan Nasional en schopte het tot vicepremier tot hij na een tal van ruzies brak met Barisan Nasional. Hij viel diep en belandde zelfs in de gevangenis. Hij zou seks hebben gehad met een mannelijke medewerker, een misdaad volgens de wet in het islamitische Maleisië.

Ibrahim heeft altijd ontkend en werd na een reeks rechtszaken deels vrijgesproken. Sindsdien is hij bezig met zijn politieke opmars. Bij de vorige verkiezingen veroverde de oppositie een derde van de stemmen en in vijf Maleisische deelstaten de macht.

Ondanks de gunstige peilingen en het momentum is het voor Ibrahim niet eenvoudig de verkiezingen te winnen. De grenzen van de kiesdistricten zijn zo getrokken dat Najib Razak zegeviert als zijn Barisan Nasional iets meer dan 40 procent van de stemmen behaalt.

Volgens de Chinese medicijnhandelaar Teoh Boon Seong is dat ook niet het belangrijkste. „De verkiezingen zijn een wake up call. We moeten duidelijk maken dat Razak en Barisan niet kunnen doen wat ze willen. Ze kunnen niet lukraak ons geld uitgeven zonder dat wij er iets voor terug zien”, zegt hij.

Teoh wijst op een dure en geflopte magneettrein in Malakka. Miljoenen zijn er uitgegeven, maar toen het project klaar was, bleek het een mislukking. Wat bleek? De voertuigen waren bij een slechte fabrikant gekocht. „En wat zegt Barisan dan? Het is de schuld van de Chinese treinenbouwer. Maar de politici hebben die dingen besteld. Zij hebben geen navraag gedaan naar de kwaliteit van het product. Na meer dan vijftig jaar aan de macht is Barisan lui geworden. Ze zijn niet meer scherp. En daarom moeten ze weg. Als het niet nu is, dan over een paar jaar.”