Machteloze symboliek

De renteverlaging die de Europese Centrale Bank (ECB) gistermiddag aankondigde, heeft een symbolische betekenis tegen een sombere achtergrond.

De verlaging van de rente met een kwart procentpunt tot 0,5 procent geeft vooral een goed gevoel. ECB-president Draghi laat nogmaals zien dat hij bereid is een bijdrage te leveren aan het economisch herstel dat politici en partijen op de financiële markten zo gretig van hem verwachten.

Op papier moeten de banken de lagere rente doorgeven aan hun klanten. Het midden- en kleinbedrijf krijgt soepeler krediet om investeringen te financieren. Consumenten kunnen de verleiding van lagere rentekosten niet weerstaan en kopen toch hun droomhuis.

Tot zover de theorie.

De rente is al zo laag. Financieringsvoorwaarden zijn zeker een probleem voor kleinere bedrijven, maar hun afzet is dat ook. Klanten kopen niet. De verlenging van de ECB-leningen tegen extreem lage rente aan banken heeft praktisch gesproken wellicht meer positieve invloed op de bancaire kredietverlening dan de verlaagde rente.

Tot nu toe wil het, bijvoorbeeld in Nederland, niet erg vlotten met het doorgeven van de lagere officiële rentetarieven aan huizenkopers en ondernemers. De banken zitten, bijna zes jaar na de start van de kredietcrisis, nog steeds met lage kapitaalbuffers. Zij denken eerst aan zichzelf en voeren voor dat gedrag de maatregelen aan die politici hebben bedacht om hen te straffen (bankenbelasting) en om herhaling van de kredietcrisis te voorkomen (hogere buffers).

De renteverlaging is echter niet alleen een poging om de grondstof van de economie (krediet) goedkoper te maken. Het is ook een strafexpeditie tegen spaarders. Zij moeten genoegen nemen met een steeds lagere rente, opdat zij meer geld gaan uitgeven. De lage rente maakt intussen een lachertje van het fictieve rendement op spaargeld van 4 procent dat de Belastingdienst hier blijft hanteren.

De renteverlaging naar een niet eerder ingenomen niveau reduceert de vrijheidsgraden van de ECB. Nog maar enkele stappen resteren voordat ook de ECB met de vraag wordt geconfronteerd of zij haar eigen experimentele monetaire politiek wil gaan voeren. Japan en de Verenigde Staten doen daarmee inmiddels ervaring op.

Per saldo is de renteverlaging een symbool van machteloosheid. De werkloosheid stijgt, de industriële productie krimpt en de vermoeidheid onder kiezers met nationale bezuinigingspolitiek groeit. De renteverlaging leidt voor even de aandacht af. Draghi speelt een sleutelrol, maar heeft niet de sleutel in handen. De eurocrisis is een politieke crisis die ook met politieke maatregelen, zoals fundamentele hervormingen en schuldbeheersing, moet worden opgelost.