Leden 'verzorgingsverzet' inspiratie voor Reves De avonden

De Tweede Wereldoorlog wordt bij sommige herdenkingen wat overschaduwd, nu er ruimere thema’s voor de Nationale Dodenherdenking zijn. Victor Poort uit De avonden (1947) zou zich hiertegen fel hebben verzet. Schrijver Gerard Reve modelleerde Poort in die roman naar de oud-verzetsman Bob van Amerongen, de latere classicus en rector van het Haarlemse Stedelijk Gymnasium.

Al tijdens de bezetting stoorde het hem dat zijn landgenoten de oorlog vergaten. ‘Het is oorlog,’ wilde hij op de muren en straten kalken. De pijn van Van Amerongen (1924), die ernstig ziek is, „is niet zozeer om dezen oorlog, als wel om het weinig verheffende schouwspel dat onze landgenoten bieden”, schreef hij op 23 september 1943 in zijn dagboek. „De strijd is gestaakt. Ze vinden lijdelijk verzet al heel heldhaftig.” Van Amerongen zocht toen voor vervolgde joden onderduikadressen. En met Jan Hemelrijk (1918-2005), die persoonsbewijzen vervalste, verzorgde hij hen in het dagelijkse leven. De latere gepromoveerde wiskundige figureerde in De avonden als Herman. Over dit Amsterdamse ‘verzorgingsverzet’ schrijft Lou de Jong in Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog weinig. Ook joods verzet bleef onderbelicht. „Terwijl twintig procent van het Amsterdamse verzet een Joodse achtergrond had”, zegt de journaliste Loes Gompes. Ze maakte de documentaire Fatsoenlijk land. Porgel en Porulan in het verzet waarbij ze een gelijknamig boek (Rozenberg Publishers) schreef over het verzetswerk van Bob en Jan, beiden zoons van joodse vaders.

Van Amerongen, de oud-leraar van Job Cohen („wij wisten niets van Bobs verzetswerk”), staat centraal in Gompes’ werk. De dagboekfragmenten zijn pakkend en eigenzinnig. In de film (op dvd bij het boek) waarin twee door hem geredde joden vertellen, doet hij rustig zijn verhaal. Totdat Louise Snitselaar ter sprake komt. Als enige van de tientallen joden die de ‘Porgel en Porulan’-groep heeft gered, werd verraad haar fataal: op 28 augustus 1944 werd ze in Auschwitz vermoord.

Van Amerongen zegt geëmotioneerd dat hij zich nog steeds verantwoordelijk voelt. De medewerkers, van de groep onder wie Femke Last, Rob de Vries en Tini Israël, de latere vrouw van Karel van het Reve, boden ook begeleiding naar de tandarts, bijles en geestelijke hulp. „Karel wilde van alles doen”, zegt Van Amerongen, „maar hij wilde niet doodgeschoten worden.”

Angst maakte het vinden van onderduikadressen moeilijk. Een predikant uit Heiloo weigerde: iedereen zou de was van de onderduikers zien. Volgens Van Amerongen een „rotsmoes” van een „schijterd”. Maar, blijkt nu: de predikant deed al verzetswerk.