‘Israël valt zo nodig zelf aan’

Israël wil helemaal geen interventie in Syrië. En als chemische wapens in verkeerde handen dreigen te komen, dan bombardeert Israël het transport.

Gedurende de eerste twee jaren van de oorlog in Syrië klemde Israël de kaken stijf op elkaar. Maar de laatste dagen komen er opeens vele – en ook zeer tegenstrijdige – boodschappen uit het buurland.

Het begon met een Israëlische generaal, die vorige week zomaar zei dat het regime van de Syrische president Assad chemische wapens heeft gebruikt.

Premier Netanyahu wilde het niet bevestigen. De minister van Milieu en de viceminister van Buitenlandse Zaken zeiden deze week wel allebei dat de internationale gemeenschap moet ingrijpen. De minister van Strategische Zaken zei daarop weer dat Israël bij bondgenoten niet aandringt op militaire actie tegen Assads regime.

„Heel onverstandig”, vindt oud-generaal Uri Sagi al deze uitspraken. „Israëliërs kunnen slecht zwijgen, maar over Syrië moeten we in het openbaar onze mond houden.” Toch wil hij, vanuit zijn ruime ervaring in het leger, wel zeggen hoe híj denkt dat Israël nu naar de situatie in Syrië kijkt.

Wat is op dit moment Israëls grootste zorg wat Syrië betreft?

„Dat het regime controle over de strijd verliest en dat er vijandigheden uitbreken, bedoeld of niet, tussen Syrië en Israël aan de grens op de Golan Hoogvlakte – zoals nu al af en toe gebeurt.”

Zijn het niet de chemische wapens, momenteel breed uitgemeten in de media, waar Israël zich het meest druk om maakt?

„Nee. Israëliërs zijn altijd heel nerveus en bezorgd, waarschijnlijk wegens ons Holocaustverleden. Maar veel mensen overdrijven als het gaat om de dreiging van chemische wapens. Ze zijn niet zo makkelijk te vervoeren of te gebruiken door de Libanese Hezbollah of jihadisten. Bovendien hebben Israëlische inlichtingen, die zeer betrouwbaar zijn, niet uitgewezen dat ze in verkeerde handen zijn gekomen. En mochten wij overdracht van chemische wapens vaststellen, dan bombardeert Israël het transport. Dat is een paar maanden geleden al gebeurd, met een transport luchtafweerraketten op de grens tussen Libanon en Syrië, en dat zal zo nodig weer gebeuren, of het nou om chemische wapens gaat of andere wapens die Israël niet in handen van Hezbollah wil hebben.”

Israël zegt dat zijn rode lijn bij de overdracht van chemische wapens ligt. De Verenigde Staten leggen de rode lijn bij het gebruik van chemische wapens, zei Obama eerder. Is er onenigheid tussen de bondgenoten?

„Je moet Obama zelf vragen wat een rode lijn voor hem betekent. Maar onenigheid is te sterk uitgedrukt. Naar mijn weten is er geen twijfel over twee zaken: inlichtingen delen we en wat betreft beleid zitten we in de meeste gevallen op één lijn. Meer wil ik daar niet over kwijt. Ik houd niet van gepraat over rode lijnen, maar Israëls beleid is duidelijk: we staan niemand in het Midden-Oosten toe om massavernietigingswapens naar vijandige regimes of organisaties te sturen.”

Israël heeft de chemische wapens liever in handen van het regime van Assad? Met andere woorden: Israël hoopt dat Assad aan de macht blijft?

„Ja, Israël wil Assad aan de macht in Syrië, hij hield de grens veertig jaar rustig. Ik ben er absoluut niet van overtuigd dat een nieuw regime in Syrië beter is voor het Westen en voor Israël in het bijzonder. Begrijp me niet verkeerd: Assad is niet mijn beste vriend, maar hij is relatief stabiel en betrouwbaar. En zijn vertrek is niet aanstaande, dus wat dat betreft maak ik me weinig zorgen.

We moeten ook naar de lange termijn kijken. Dan zijn er vier elementen die de toekomst van deze regio bepalen. Dat zijn Iran, Turkije, Israël en de Verenigde Staten – geen Arabische landen, niet Syrië of Egypte. De Arabische landen worden zwakker en zwakker. Ze hebben meer en meer te maken met binnenlandse problemen. Daardoor kunnen ze geen echte bedreiging vormen in de regio.”

Het Israëlische leger hield deze week echter een onverwachte training in het noorden, met tweeduizend reservisten, bedoeld om een invasie van Libanon te oefenen.

„We bereiden ons altijd voor op oorlog, dat moet wel. Het is de taak van ons leger. Maar ik denk niet dat Israël binnenkort Libanon binnenvalt. Waarom zouden we. We moeten ons niet bemoeien met Libanon of Syrië, want we kunnen wat daar gebeurt niet in ons voordeel beïnvloeden. We moeten militaire actie tot het minimale en hoogstnoodzakelijke beperken en verder onze mond houden.”

Netanyahu heeft zijn kabinet herhaaldelijk tot zwijgen gemaand. Toch klappen Israëlische gezagsdragers telkens uit de school.

„Ja, Israëliërs kunnen moeilijk hun mond houden. Maar dat is in dit geval verkeerd. We moeten in het openbaar geen partij kiezen. We moeten volledig achter de schermen werken. We praten met de VS, Europa en ook met Arabische landen. Daar kunnen we wel aan wat touwtjes trekken.”

Wat verwacht Israël van de internationale gemeenschap? In het Westen wordt gepraat over het bewapenen van rebellen, en zelfs internationale interventie. Probeert Israël dat te voorkomen?

„Ja natuurlijk. Tussen de rebellen zitten extreem radicale en religieuze organisaties als Al-Qaeda. Het Westen denkt dat de rebellen lieverdjes zijn, maar het zijn slechteriken. We moeten internationale interventie voorkomen, tenzij vijandige elementen in Syrië onze zogenoemde rode lijn overgaan. Dan treden we op. Met of zonder bondgenoten.”