Dodental Bangladesh loopt op tot boven de vijfhonderd

Het gebied rond de ingestorte fabriek, gefotografeerd op 29 april. Inmiddels is het dodental opgelopen tot meer dan vijfhonderd. Foto AFP

In Bangladesh is het dodental als gevolg van het instorten van een textielfabrieksgebouw vorige week woensdag gestegen tot 501.

Dat hebben de Bengalese autoriteiten bekendgemaakt. Er zijn vandaag nog enkele tientallen lichamen geborgen. Het zal mogelijk nog een dag of vijf duren voordat al het puin van het acht verdiepingen tellende gebouw is geruimd.

In het gebouw, het Rana Plaza, zaten veel kleine kledingfabriekjes, die bij elkaar ruim 3.000 mensen in dienst hadden. Hoeveel mensen er precies aanwezig waren toen het instortte, is niet bekend.

Eigenaren en anderen betrokkenen gearresteerd

In de dagen na de ramp werden meerdere arrestaties verricht; onder meer de eigenaar van het pand (die aanvankelijk vluchtte) en een aantal fabriekseigenaren werden ingerekend. De pandeigenaar - Mohammed Sohel Rana, het gebouw droeg zijn naam - had toestemming voor vijf verdiepingen in het gebouw, maar hij voegde er illegaal drie aan toe. Fabriekseigenaren negeerden veiligheidswaarschuwingen en lieten hun personeel ondanks evacuatiebevelen gewoon doorwerken.

Vandaag werd bekend dat ook een ingenieur, Abdur Razzak Khan, gearresteerd is. Hij waarschuwde vóór de instorting wel dat het gebouw onveilig was, maar hielp eerder ook mee met het illegaal toevoegen van de drie extra verdiepingen.

‘s ochtends vertelde Rana nog dat alles in orde was

Eigenaar Rana nam volgens lokale media de dag voor de instorting contact op met Khan en vroeg om een inspectie omdat er scheuren in de muren zaten. Die avond verklaarde Khan op televisie dat hij Rana had opgedragen het gebouw te evacueren omdat het niet veilig was. Ook de politie drong aan op evacuatie, maar Rana vertelde mensen bij het gebouw de volgende ochtend dat alles in orde was en dat fabriekseigenaren hun personeel hadden opgedragen binnen aan het werk te gaan. Enkele uren later stortte het Rana Plaza in.

Disney trekt zich terug uit (onder andere) Bangladesh

Er werken ongeveer 3,6 miljoen mensen in de kledingindustrie van Bangladesh, waarmee het land na China de grootste kledingexporteur ter wereld is. Sommige werknemers verdienen omgerekend slechts dertig euro per maand.

Al in maart liet Disney aan leveranciers en licentiehouders weten dat het bedrijf niet langer kleding en andere promotieartikelen wil laten maken in Bangladesh en vier andere landen waar de werkomstandigheden niet veilig geacht worden. Directe aanleiding daarvoor was de brand die in november aan 112 mensen het leven kostte.

Andere merken die producten laten maken in Bangladesh verklaarden de afgelopen dagen juist er te willen blijven. Loblaw Cos Ltd, van kledingmerk Joe Fresh, vindt dat fabrieken die wel aan alle voorschriften voldoen juist zorgen voor werkgelegenheid en de mogelijkheid aan armoede te ontsnappen. Loblaw was ook gevestigd in het gebouw en beloofde de arbeidsomstandigheden te verbeteren.

Ook het Britse Primark en de Spaanse merken Mango en Benetton waren gevestigd in het Rana Plaza. Loblaw en Primark hebben toegezegd slachtoffers van de ramp financieel tegemoet te komen.