De deugdzame tussentijd

Eeuwen kunnen tussen wal en schip vallen. De 18de eeuw is er zo eentje. Er werd op de middelbare school geen woord aan vuil gemaakt. Met een gerust hart kon je oversteken van de glorieuze VOC-mentaliteit naar de industriële revolutie van de 19de eeuw. De schilderkunst draagt er niet toe bij om die vergeten 18de eeuw op te rakelen. Die blijft ver achter op wat de Gouden Eeuw naliet – alsof alle talent in één eeuwwisseling was vervlogen. Nog steeds kun je je thuis wanen in de vertrekken van Vermeer en Samuel van Hoogstraeten. Maar in de theatrale settings van Cornelis Troost, wiens geschilderde toneelscènes aardig overeenkomen met het binnenhuis van zijn tijd, dribbelen opgedirkte heren en popperige dames rond, bevlogen door Franse rococo-trendjes.

Dat beeld wordt bevestigd én bijgesteld in Uit de plooi . Een boek dat een gelijknamige tentoonstelling begeleidt in Museum Het Valkhof in Nijmegen (t/m 26/5), maar dat net zo goed – mede dankzij veel toepasselijke illustraties – op zichzelf kan staan. De chronologisch geordende 55 thema’s snijden zowel historische gebeurtenissen aan als facetten van het dagelijkse leven, zoals de opkomst van koffiehuizen, tijdschriften en theaters, de aanleg van kanalen en de bouw van buitens.

Dankzij Verlichtingsideeën nam de individualisering in die eeuw sterk toe, familiebanden werden losser, de burger mondiger, de wereld groter. Men trok er steeds meer op uit, ter lering en vermaak, naar nieuwe wetenschappelijke of literaire genootschappen en nieuwe concertzalen waar misschien wel de schitterende Concerti Armonici van de eigentijdse Unico Wilhelm van Wassenaer werden uitgevoerd. Pijp roken en thee drinken kwamen binnen het bereik van de ‘gewone man’, die zich paffend liet portretteren.

Om de 18de eeuw ‘de eeuw van de vrouw’ te noemen gaat wat ver, al herinnert het recent uitgekomen lexicon 1001 Vrouwen van Els Kloek inderdaad aan zo’n zestig dames die bevlogen door God en Vaderland aan het schrijven en dichten sloegen. Alle andere vrouwen bestierden braaf het huishouden en dienden ambities en afwijkende ideeën over politiek en religie achterwege te laten: blijf borduren was het motto. Nou ja, vooruit, lezen mocht ook.

Steeds weer kom je in het boek het begrip ‘deugdzaamheid’ tegen. Kinderen werd meer speelsheid toegestaan op weg naar de deugdzame burger die het moest worden. Dus geen al te gekke dingen toestaan. Dat gold ook voor het samenspel tussen dames en heren: zedigheid voor alles, want vleselijke lusten waren zondig en moesten beteugeld worden. Een beetje man liet het overigens wel na om zijn vrouw te slaan. En wie dat wél deed, zoals een bewoner van de Amsterdamse Vinkestraat, kon een ongenadig pak slaag krijgen van de buurvrouwen, zoals een amateuristische aquarel laat zien.

Dat diezelfde deugdzaamheid abjecte vormen kon aannemen spreekt uit het optreden tegen homoseksuelen. Verdachte of betrapte mannen werden in stilte terechtgesteld, door wurging of onthoofding. Het Groningse Zuidhorn maakte er liever een volksfeest van, en organiseerde een openbare executie van 22 (vermeende) homo’s.

Behalve die ‘van de vrouw’, wordt de 18de eeuw ook die ‘van de vrede’ genoemd, maar daar valt eveneens genoeg op af te dingen. Patriotten en orangisten lagen in het stadhouderloze tijdperk vaak met elkaar in de clinch. De gevestigde klasse van regenten, geportretteerd met poederpruiken en ‘japonse rok’, een gewatteerde kamerjas van zijde, bleven tegen de wens van veel burgers onwrikbaar op het pluche zitten. De afgezette burgemeester van Nijmegen, Willem Roukens, die met aanhangers dacht het stadhuis weer in bezit te kunnen nemen, werd onthoofd.

Veel aandacht in Uit de plooi gaat uit naar de politieke strubbelingen van die eeuw. Begrijpelijk, maar wie is er nog geboeid door het Bataafse Legioen van gevluchte patriotten dat vanuit Frankrijk hier te lande na de Franse Revolutie oprukte? Liever lees je over de filosoof en botanicus Marinus van Marum, uitvinder van de elektriseermachine (Teylers Museum, Haarlem), of over het feit dat omstreeks in 1790 groot en klein hier in de ban raakte van de jojo. Nooit geweten, trouwens, dat Nederlanders de bouw van de Brandenburger Tor in Berlijn hebben gefinancierd, door een ‘liberale gift’ af te dragen aan de Pruisische koning Willem Frederik die met zijn leger in 1787 steun had verleend aan de Oranje-restauratie. En niet eerder spotprenten gezien waarop katholieke geestelijken zo vetzuchtig en venijnig, gewapend met messen, zwaarden en gesels, stonden afgebeeld.

Het ruimhartig geïllustreerde Uit de bloei geeft een leerzaam en globaal beeld van de 18de eeuw. Had die leraar geschiedenis destijds gelijk toen hij die 18de eeuw oversloeg? Ja, zeker als het gaat om de schilderkunst, want die is soms net zo bloedeloos als die van de 17de-eeuw meeslepend was. En nee, als het gaat om maatschappelijke ontwikkelingen. Want Nederland was aan het eind van die eeuw toch maar mooi een eenheidsstaat, met gelijke rechten voor alle burgers – op papier –, en met een scheiding van kerk en staat. Vrouwen moesten nog een eeuw wachten op kiesrecht.