Beursgang bij gebrek aan een echte koper voor ING US

Liever had ING-topman Jan Hommen ING US in één keer verkocht. „Dan ben je klaar.” In plaats daarvan ging het op Wall Street naar de beurs.

Gejoel, gejuich, schouderkloppen en hugs. Zojuist heeft Rod Martin, bestuursvoorzitter van ING US, de openingsbel geluid op de voor de gelegenheid oranje getinte beursvloer van New York, waarmee de beursgang van de Amerikaanse verzekeringsdochter van ING een feit is.

ING-bestuursvoorzitter Jan Hommen is uiterlijk een beetje de vreemde eend in de bijt tussen de ING’ers op de beursvloer, met hun oranje petjes en sjaaltjes op hun donkere kostuums. Dat is niet alleen omdat hij als enige een lichtgrijs pak draagt. Terwijl zijn collega’s luidkeels verkondigen hoe „excited” ze zijn, oogt de mild glimlachende Hommen eerder tevreden dan opgewonden.

Op een groot scherm volgt hij de koers van het pas geïntroduceerde aandeel. Die zal in de loop van de dag bijna 6 procent stijgen. Als Hommen vindt dat het goed is, zegt hij: „Dit is een belangrijk moment. We zijn voor 70 procent klaar.” Hij doelt op de verplichting die ING op zich nam, toen het bedrijf vier jaar geleden tien miljard euro aan staatssteun ontving onder voorwaarde dat het bedrijf wereldwijd alle verzekeringsactiviteiten af zou stoten. „Alleen in Europa en in delen van Azië hebben we nog wat dingen te doen.”

Met de beursgang wordt in ieder geval een kleine 1,3 miljard dollar opgehaald. Zo komt de marktwaarde van ING US, waarin moederbedrijf ING een meerderheidsbelang van 75 procent houdt, op zo’n 5 miljard dollar uit. In de loop van 2014 zal het bedrijf, dat voornamelijk pensioenplannen en investeringsproducten aanbiedt, de naam Voya aannemen.

Later op de middag, in het vermaarde restaurant Cipriani op Wall Street, kijkt Hommen terug op deze dag – „een succes” – maar ook op vier jaar lang afslanken en verkopen. Onder Hommens leiding heeft ING meer dan 25 bedrijfsonderdelen verkocht met een totale opbrengst van ruim 20 miljard euro. Van dat bedrag is een groot deel afkomstig van de verkoop van ING Direct, de Amerikaanse online bank, vorig jaar voor 9 miljard dollar verkocht aan branchegenoot Capital One.

Op die wijze had de bank ook graag afstand gedaan van ING US, erkent Hommen: „Eén deal is makkelijker dan een beursgang. Dan ben je klaar. Nu moeten we straks nog eens naar de beurs om ons meerderheidsbelang kwijt te raken.”

Je zou zeggen dat het geen probleem is een koper te vinden voor een bedrijf met 13 miljoen klanten, dat vorig jaar nog 611 miljoen dollar winst boekte op een omzet van 9,6 miljard dollar. „We hebben het geprobeerd,” zegt Hommen. „Maar er is momenteel onvoldoende kapitaal in de sector voor zo’n deal.” Of er werd simpelweg te weinig geboden. Dat laatste had mogelijk te maken met verplichtingen voortkomend uit financiële producten die ING US nog voor de crisis verkocht en waarvan onduidelijk is wat de kosten op lange termijn zijn. „Partijen maken hun afwegingen,” zegt Hommen cryptisch.

Behalve dat een beursgang risicovol en tijdrovend is, kleeft er nog een nadeel aan: de kans op frictie tussen moeder en dochter. „Van strategische investeerder zijn we financiële investeerder geworden”, zegt Hommen. „Wij kijken niet meer naar groei of lange termijnresultaten. Wij willen er snel uit. Dat kan botsen.”

Hoe dit gaat aflopen zal Hommen, die op 1 oktober als bestuursvoorzitter vertrekt, niet meer van dichtbij meemaken. Net zoals vermoedelijk de laatste verplichte desinvestering niet meer onder zijn leiding zal plaatsvinden. Maar over de toekomst van ING is hij stellig. „Hier staat straks een sterke Europese bank, met activa in Azië die mogelijkheden voor groei bieden.”

Zo drastisch als zijn eigen ING de afgelopen vier jaar veranderde, zo weinig zag hij de financiële sector als geheel veranderen. De prikkels om risico te nemen veranderden nauwelijks en ook na de Basel-III akkoorden hoeven banken slechts 3 procent van hun activa in eigen vermogen aan te houden. Een probleem volgens Hommen, want „bedrijven moeten goed gekapitaliseerd zijn. En banken vooral. Hoe meer eigen vermogen ze hebben, hoe meer ze kunnen uitlenen”. Zelf houdt ING nu „ongeveer twee keer zoveel eigen vermogen aan als tijdens de crisis”.

Maar, relativeert Hommen, „een wereld zonder risico bestaat niet. Dan is het geen wereld meer. Dan zitten we allemaal te zitten en doet niemand meer iets. Je moet alleen wel verstandig met risico’s omgaan.”

Zo blijkt balans het trefwoord voor een man die na een lange carrière bij onder meer Alcoa en Philips als crisismanager bij ING belandde. „Ik ben geen bankier. Maar ik moet zeggen: het is een mooi, boeiend vak. Je bent toch een beetje de zuurstof in het systeem. Als het goed gaat, moet je oppassen dat je niet teveel zuurstof toevoegt. Als het minder gaat, moet je wat meer erin stoppen. Die balans vinden is prachtig.”