Aan het lijntje gehouden met contractjes

Hilversum zit muurvast door de grote kloof tussen stilzittende werknemers met een vast contract en anderen met los contract, vindt Saskia Adriaens.

Als verslaggever maak ik reportages voor een wekelijks opinieprogramma, de leukste baan die ik me wensen kan. De ontmoetingen, creativiteit en inhoudelijke verdieping: mij hoor je niet klagen.

Maar soms heb ik het idee dat ik beland ben in een live aflevering van Debiteuren Crediteuren. Want van de romantiek van dit vak blijft weinig over als de woorden ‘jaarcontract’ of ‘vast contract’ vallen. En dat is sinds de bezuinigingen aan de orde van de dag.

Duizenden journalisten en programmamakers, die met idealen en ambities begonnen aan dit mooie vak, worden aan het lijntje gehouden omdat je blij mag zijn dat je bij de televisie mag werken. Dat betekent dat je pas na drie (en in mijn geval zelfs na vijf) jaarcontracten een vast contract krijgt. Ter bescherming van de werknemer, laten we dat niet vergeten. Ik bedank elk jaar mijn eindredacteur voor de verlenging. Ik doe een vreugdedansje en bel eerst mijn moeder. „Joehoe. ik mag blijven”. Ik ben tenslotte pas 33 jaar en werk pas tien jaar in de journalistiek dus ik mag in mijn handjes knijpen.

Op het eerste gezicht lijkt het Sociaal Akkoord goed voor de flexwerker: de zogenoemde 3x3 regel (lees: na drie contracten of drie jaar dienstverband moet je een vast contract krijgen) wordt nu de 3x2 regel (lees: na een onbeperkt aantal tijdelijke contracten in twee jaar tijd moet je een vast contract krijgen). Maar in veel gevallen – in ieder geval hier in Hilversum en al helemaal nu – wordt dat vaste contract, ook na gebleken geschiktheid, niet gegeven. Het is „Daar is de deur en over drie maanden (door het sociaal akkoord wordt dat zelfs zes maanden) geven we je graag weer een tijdelijk contract, want we vinden je wel goed.”

Zelf ben ik al jaren lid van de Nederlandse Vereniging van Journalisten en ik vraag me steeds vaker af waarom. Want ook bij dit sociaal akkoord werd duidelijk dat de ouderwetse bonden vooral goed zijn voor werknemers met vaste contracten.

De ongelijkheid in Hilversum en dus ook op onze redactie is compleet. Straks gaan we fuseren. Dan liggen alle tijdelijke contracten er als eerste uit. Een club bange mensen blijft over. Immers: opgestaan, vast contract vergaan. En dan stelt mijn eindredacteur met ongeloof vast dat hij maar geen ervaren mensen kan vinden als er een vacature is. Dit kan toch niet de bedoeling zijn?

Blijf zitten waar je zit en verroer je niet. Door die tijdelijke contracten houdt het één het ander in stand.

Al die mensen met een vaste aanstelling verroeren zich niet. Ik geef het niet graag toe maar misschien hebben mijn collega’s in deze barre bezuinigingstijden nog gelijk ook. Ondertussen ontstaat een gapend gat tussen de vaste contractanten en de flexwerkers. Ik ben bang dat als de bezem door Hilversum wordt gehaald niet talent, motivatie en werkervaring een rol gaan spelen maar de kleine lettertjes en handtekening op een A4’tje. Ongelijkheid ten top, het riekt zelfs naar discriminatie.

Waarom niet iedereen een flexibel contract? Dan houden we de boel scherp en dynamisch. Niemand blijft zitten, want er zijn mogelijkheden! Iedereen dezelfde rechten. En nog belangrijker: ambitie, talent, ervaring en betrokkenheid spelen een rol. Er ontstaat zo een natuurlijke doorstroming van gemotiveerde mensen. Terwijl ik dit stuk schrijf, heb ik trouwens besloten om mijn lidmaatschap bij de NVJ op te zeggen. Ik dop mijn eigen boontjes wel!

Saskia Adriaens is verslaggever voor Altijd Wat, een actualiteitenprogramma van de NCRV.