Ze zijn sterk en hun loon is laag

Indiase bouwprojecten // De Asian Development Bank financiert bouwprojecten in India Maar de veiligheid van de bouwvakkers schiet te kort en er is sprake van kinderarbeid Nederland is een van de donoren van de bank

„Jongens, niet ouder dan 14. We troffen groepen aan op twee verschillende bouwplaatsen”, vertelt onderzoeker Arvind Koshal van de internationale vakbond voor transportarbeiders, ITF. Hij toont foto’s van een groep jongens in de stad Solapur in de deelstaat Maharashtra in Midden India, waar een belangrijke spoorweg wordt aangelegd. Sommigen lachen, ze dragen geen werkkleding. „De jongens vertelden dat ze 18 waren, maar toen we vroegen naar hun geboortejaar raakten ze in de war.”

Meer controleurs vereist

Kinderarbeid is strafbaar in India en overheden doen hun best er een einde aan te maken. Maar dat kunnen ze niet alleen, benadrukt onderzoeker Koshal. „Dan zouden er een miljoen controleurs moeten zijn.” Dankzij overheidscampagnes is het afgelopen decennium het percentage schoolgaande – en dus niet werkende – kinderen gestegen van 83 procent in 2003 naar 92 procent in 2008. Volgens experts is kinderarbeid uitgebannen in de publieke sector, maar komt het vooral in de bloeiende bouwsector nog voor.

Aannemers in de bouw nemen graag jongens aan in plaats van mannen. Ze zijn al sterk en hun loon is laag, zegt Koshal. „Daar moeten financiers van bouwprojecten tegen optreden.” Dat kan, benadrukt hij, want die bevoegdheid is doorgaans vastgelegd in de voorwaarden voor de lening. De spoorlijn in Solapur wordt grotendeels gefinancierd door de Asian Development Bank (ADB), waar Nederland donor en aandeelhouder van is. „De bank legt de verantwoordelijkheid bij de aannemers, en blijft het project financieren. Zelfs nu bekend is dat er waarschijnlijk kinderen werken.”

Een gigantische operatie

De Asian Development Bank, gemodelleerd naar de Wereldbank, wil Azië en de Stille Oceaan-regio bevrijden van armoede door met leningen aan overheden en het bedrijfsleven de economische groei aan te zwengelen. Sinds de oprichting van de ADB in 1966 heeft Nederland, dat ruim 1 procent van de aandelen bezit, zo’n 2,3 miljard euro bijgedragen. Nederland zet bij ontwikkelingssamenwerking vooral in op multilaterale organisaties als de ADB en de Wereldbank.

Indiase vakbonden, ondersteund door de internationale Global Unions Federation en de FNV, onderzochten de arbeidsomstandigheden bij vijf projecten die mede zijn gefinancierd door de ADB. India is bezig om met een gigantische operatie zijn industriële infrastructuur (spoorwegen, havens, elektriciteitscentrales, ICT-verbindingen) op een hoger niveau te brengen. Daarvoor is 764 miljard euro nodig. De ADB verstrekte al kredieten ter waarde van 20 miljard euro. Tot 2017 komt daar waarschijnlijk een miljard bij.

Strikte wetten overschreden

Onderzoekers troffen bij prestigeprojecten met financiering van de ADB overschrijdingen aan van de strikte Indiase arbeidswetten, die onder meer minimumloon, veiligheidsmaatregelen en maximum werktijden voorschrijven. Onder meer bij de bouw van een kolenenergiecentrale in de Oost-Indiase deelstaat Chhattisgarh, de aanleg van een hypermoderne kolenenergiecentrale in de Noord-Indiase deelstaat Gujarat en de constructie van een waterleidingnetwerk in de Zuid-Indiase deelstaat Karnataka, bleken werknemers uitgeput en niet goed beschermd – soms hadden ze zelfs geen helmen en veiligheidsschoenen. Vaak werden ook milieuregels geschonden. Het waterleidingproject bleek zinloos, omdat de capaciteit van de waterzuiveringsfabriek en de hoofdaanvoerleiding niet werden verhoogd.

De arbeidsomstandigheden bij de aanleg van de metro in Bangalore in de deelstaat Karnataka, met 250 miljoen krediet van de ADB, zijn inmiddels voorpaginanieuws. Sinds eind 2008 vielen bij ongelukken vijf doden. Inspecteurs van het nationale ministerie van Arbeid en Werkgelegenheid stelden vast dat op alle 24 bouwplaatsen van het project Indiase arbeidswetten werden geschonden.

Vakbondsonderzoekers spraken in Bangalore met metrobouwvakkers die 12 tot 15 uur per dag moesten werken en te weinig voedsel kregen. Ook hier heerste het vermoeden van kinderarbeid. „We hebben op vier bouwplaatsen zeker 40 jongens gezien van hoogstens 15 jaar”, zegt vakbondsonderzoeker Madhu Sudhan. Gewonde bouwvakkers mochten niet naar het ziekenhuis om lastige vragen over veiligheidsmaatregelen te voorkomen.

In een reactie wijst de ADB op haar klachtenprocedure en op de verantwoordelijkheid voor het naleven van arbeidswetten en het bieden van fatsoenlijke arbeidsomstandigheden. Maar die ligt volgens de bank bij de lener, niet bij de bank. Volgens Xiaojing Ma, een duurzaamheidsexpert van de ADB, kan de bank zelf controles uitvoeren op bouwplaatsen. Leners die zich niet houden aan de wet en aan de voorschriften van de bank, kunnen hun lening verliezen. Alleen: die inspecties worden niet of niet grondig genoeg uitgevoerd. „De bouwvakkers hebben vijf jaar lang geen inspecteur van de ADB gezien”, zegt Madhu Sudhan.

Goed voor de armen

Het is niet voor het eerst dat de Asian Development Bank onder vuur ligt. In 2008, ten tijde van de voedselcrisis, kreeg de bank kritiek omdat ze met haar leningenbeleid overheden zou hebben aangezet tot overmatige deregulering en privatisering, met haperingen in de voedselvoorziening als gevolg.

Toch zijn volgens begeleidend professor Ram Singh van de Delhi School of Economics multilaterale instituties zoals de ADB belangrijk voor landen als India en China, waar grote investeringen nodig zijn om mensen uit de armoede te verheffen. „Het is natuurlijk niet mooi, zoals er met metro-bouwvakkers wordt omgesprongen. Maar tegelijkertijd is het zo dat een metrolijn goed is voor de mobiliteit van de armen, zodat ze beter in staat zijn geld te verdienen.”