Wolfsen was al snel omstreden

Aleid Wolfsen stopt in 2014 als burgemeester van Utrecht. Hij excelleerde als Kamerlid maar als burgemeester wist hij de „juiste toon” vaak niet te vinden.

Aleid Wolfsen verdedigt zich in september 2011 tijdens een raadsvergadering over een homostel dat werd weggepest uit de wijk Terwijde. Foto ANP

Een stuk glas met een heel stel krassen. Zo omschrijft fractievoorzitter Vincent Oldenborg van Leefbaar Utrecht zijn burgemeester Aleid Wolfsen. Te veel krassen, vindt hij. „En dan barst het glas een keer. Gelukkig voorkomt Wolfsen dat nu zelf.” Gisteren maakte Wolfsen bekend geen tweede termijn te ambiëren als burgemeester van Utrecht. Vanaf 1 januari 2014 is hij weg.

Aleid Wolfsen (1960) werd geboren in Kampen en groeide op in het streng gereformeerde Oldebroek als tweede kind in een gezin van zes. Een streng milieu, waaruit Wolfsen zich een weg vocht door PvdA-raadslid te worden. PvdA wegens zijn „sociale inslag”, zo zei hij ooit.

Misschien komt het door zijn rechtvaardigheidsgevoel, of door de strenge normen en waarden die hij thuis meekreeg, zeggen mensen die hem kennen in andere media, dat hij daarna rechter werd, in Amsterdam. Daarna vicepresident van de rechtbank Haarlem. Totdat de PvdA hem nodig had als juridisch deskundige in de Kamer. Van 2002 tot 2008 staat hij te boek als excellent Kamerlid.

Maar eenmaal burgemeester van Utrecht krijgt hij al snel te maken met felle kritiek. De start was omstreden. Burgers konden in een referendum kiezen tussen twee PvdA’ers en dat vonden ze geen keuze. Er stemden zo weinig mensen dat de uitslag ongeldig was. De gemeenteraad besloot uiteindelijk zelf Wolfsen voor te dragen. Een ambitieuze kandidaat. Wolfsen wilde hard optreden tegen criminele jeugd. In deze krant zei hij zich „liever bij de rechter te verantwoorden dan op mijn handen te zitten”.

Iets meer dan een jaar na zijn aantreden maakte hij een fout waarvan veel bronnen op het stadhuis zeggen dat hij zich er „nooit helemaal van heeft hersteld”. In april 2009 belde Wolfsen met de uitgever van de lokale krant Ons Utrecht. Of de krant een artikel over zijn woonkostendeclaraties wilde schrappen. De editie werd uit de handel gehaald. Later kreeg Wolfsen kritiek, omdat hij de hoofdredacteur van het AD/Utrechts Nieuwsblad had gevraagd „corrigerend op te treden” tegen een verslaggever die een artikel over hetzelfde onderwerp wilde publiceren. Het artikel werd nooit geplaatst. Woede in de stad en de gemeenteraad. Een motie van wantrouwen tegen de burgemeester redde het niet. Uiteindelijk bleek dat Wolfsen alles volgens de regels had gedeclareerd. Maar „sindsdien staat hij er bij sommige mensen op als een soort sensor die alles eruit pikt wat hem niet zint”, zegt PvdA-fractievoorzitter Ruben Post.

Anderhalf jaar geleden kreeg Wolfsen opnieuw een tik van de gemeenteraad tijdens een debat rond een homostel dat was weggepest uit de wijk Terwijde. Wolfsen gaf toe dat er in deze zaak „fouten waren gemaakt”, om vervolgens direct te zeggen dat er ook heel veel wél goed was gegaan. Die positieve toon wekte woede. Een nieuwe motie van wantrouwen, die wederom geen steun kreeg van een raadsmeerderheid. D66-raadslid Oskam verzuchtte dat het „nu al de zoveelste keer” was dat ze „voor het oog van de gehele Nederlandse pers over het imago van de burgemeester” moest debatteren. PvdA-leider Diederik Samsom zei in 2012 dat „Utrecht en Wolfsen misschien gelukkiger zouden worden van een opvolger”. Later excuseerde hij zich overigens voor die woorden.

In de gemeenteraad heerst irritatie over Wolfsens ‘manier van praten’. Voormalig GroenLinks-fractievoorzitter Marry Mos, tijdens een vorig jaar gehouden interview naar aanleiding van de incidenten: „Wolfsen verdedigt te veel en praat te lang door. Hij verzandt vaak in juridische termen, als een rechter. Als raadslid heb je daar geen behoefte aan. Laat zien waar je voor staat.” PvdA’er Ruben Post: „Zaken te positief voorleggen, dat is een valkuil. Aleid moet daarvoor oppassen.”

Vertrouweling en voormalig fractievoorzitter van Wolfsen in Oldebroek Jan Klein noemt hem „verkrampt”, vooral als Wolfsen kritiek krijgt. Wolfsen is een man van normen en waarden, zegt Klein. Geen straatvechter. „De kritiek in Utrecht maakt hem defensief en vormelijk. Hij kan de juiste toon niet vinden.”

In zijn werkkamer, tijdens een gesprek begin 2012, denkt Wolfsen even na als hij de kritiek voorgelegd krijgt. Nee, dat verkrampte, daar herkent hij zich niet in. Samen met zijn communicatieadviseuse heeft Wolfsen de beelden van het debat over het weggepeste homostel teruggekeken. „Rationeel”, noemt Wolfsen zijn houding. „Politiek gezien kun je in zo’n debat misschien beter stoppen nadat je de fouten hebt toegegeven. Maar ik vind dat je als burgemeester zowel de positieve als de negatieve dingen moet benoemen.”

Raadsleden zeggen regelmatig niet goed geïnformeerd te zijn door de burgemeester. De oppositie stelt bijvoorbeeld dat het college van B en W meerdere keren informatie achterhield in een affaire rond de omstreden Roma-familie Nicolich, die na klachten over overlast en op kosten van de gemeente steeds andere huisvesting kreeg aangeboden. Toen een cameraploeg bij een Utrechtse moskee werd bespuugd en getrapt, duurde het lang voordat Wolfsen dit deelde met zijn raad.

Alle incidenten dateren van meer dan een jaar terug. Veel raadsleden vinden dat Wolfsen zich het afgelopen jaar vrij goed heeft hersteld van de incidenten. Hij kreeg lof voor de wijze waarop hij namens het college van B en W excuses aanbood aan bewoners van de wijk Kanaleneiland, die maandenlang hun huizen niet konden bewonen, omdat er afgelopen zomer asbest was gevonden. Een onderzoekscommissie noemde die maatregelen „onnodig belastend”, maar daarvoor kreeg Wolfsen niet direct de schuld. Mos: „Een slecht imago krijg je niet zomaar weg, hoewel ik denk dat Wolfsen het goed voor heeft met de stad.” Een coalitieraadslid: „Sommige journalisten en oppositiepartijen zitten erg fanatiek bovenop Wolfsen. Zaken die normaal gesproken nooit groot zouden worden, zijn dat nu wel.” En ook een van de meest kritische raadsleden, Vincent Oldenborg, zegt: „Wolfsen krijgt soms de schuld van zaken waar hij niet veel aan kan doen.”

De meeste van zijn kwaliteiten zijn onzichtbaar. Zowel voor- als tegenstanders prijzen zijn werklust. Veel bronnen noemen het feit dat Wolfsen de stad aantoonbaar veiliger heeft gemaakt. Hij pakte mensenhandel hard aan, en politiecijfers laten zien dat de criminaliteit tijdens zijn ambtsperiode met meer dan 20 procent daalde. Post: „Zelfs op zondag belt Wolfsen voor zijn werk. De raad leidt hij erg goed en in zijn ceremoniële taken is hij bijzonder sociaal en gevat.”

Een andere kwaliteit: het inzetten van zijn Haagse netwerk. Wolfsen heeft de mobiele nummers van alle ministers. Wolfsen noemt zelf in het gesprek van begin 2012 het voorbeeld van een veroordeelde pedofiel die weer in de flat ging wonen waar ook zijn slachtoffers leefden: „Ik heb de minister gebeld. ‘Help’, zeg ik dan. En dan wordt de stad vaak geholpen. Ik zie dat als mijn plicht.”