Wel of niet aan professoren denken voor je 'n quiz doet

Het lukt niet altijd om Ap Dijksterhuis’ onderzoek naar onbewuste beïnvloeding te repliceren. Daar is nu ruzie over.

Word je echt slimmer als je een tijdje aan professoren hebt zitten denken? In 1998 publiceerde psycholoog Ap Dijksterhuis onderzoek waar dat uit bleek. Zijn proefpersonen beantwoordden meer algemene kennisvragen uit het spel Triviant goed nadat ze minutenlang gedrag, leven en uiterlijk van stereotiepe professoren hadden beschreven (zonder op het verband tussen de ene opdracht en de andere te zijn gewezen). Het is een schoolvoorbeeld van onderzoek naar priming, onbewuste gedragsbeïnvloeding. En nu ligt het onder vuur. Of misschien is het beter om te zeggen dat er ruzie over is.

Voor het grote publiek begon die ruzie met een artikel, dinsdag, op de site van Nature News. Het ging over onderzoek van David Shanks (University College London) dat vorige week in PLOS ONE stond. In negen experimenten slaagde Shanks er niet het effect dat Dijksterhuis’ in 1998 publiceerde, en andere onderzoekers na hem, opnieuw te repliceren. Vervolgens schreef Dijksterhuis een commentaar op Shanks’ artikel dat op de PLOS-site verscheen, met methodologische kritiek, en Shanks reageerde daar weer op. De toon van beiden was kribbig, maar tot zover was dit nog een vakinhoudelijke wetenschappelijke discussie.

Het artikel op de site van Nature News ging verder. ‘Omstreden resultaten nieuwe klap voor sociale psychologie’, luidde de kop; het artikel noemt de mislukte replicaties „beschamend voor Nederland”, omdat ze zo vlak na de fraude van Diederik Stapel en Dirk Smeesters komen. In de reacties reageren enkele psychologen, onder wie Dijksterhuis zelf, furieus: „walgelijk” vinden ze het om een verband te suggereren tussen mislukte replicaties en fraude.

„We hebben ruzie, dat is duidelijk”, zegt Dijksterhuis aan de telefoon. „Er zijn echt twee kampen en beide zijn bevolkt door tientallen mensen.” Het ene kamp gelooft zowel in onbewuste gedragsbeïnvloeding als in een andere onderzoekslijn van Dijksterhuis, onbewuste probleemoplossing. Het andere kamp gelooft niet in beide. Vanaf vorig jaar ligt de Amerikaanse psycholoog John Bargh van Yale University, grondlegger van het primingonderzoek, al onder vuur omdat sommige onderzoeksgroepen zijn experimenten niet gerepliceerd krijgen. En in de naweeën van de Stapel-affaire wekken zulke resultaten al snel argwaan: er zal wel weer gesjoemeld zijn.

Maar volgens Dijksterhuis moeten we de exactheid van de psychologie niet overschatten. „Je moet niet denken dat als je een effect vindt, dat je het dan altijd zult vinden. We zijn geen natuurkundigen.” Hij noemt priming juist een van de meest robuuste effecten uit de psychologie. „Ons professoren-effect is in 25 labs in 10 landen gerepliceerd. Ik zag laatst op Facebook dat het zelfs bij iemand lukte die het als demonstratie-experiment in de klas gebruikte.”

Dijksterhuis geeft toe dat hij zelf een belangrijke rol heeft gespeeld in het verstoren van de verhoudingen tussen hem en Shanks. „Shanks stuurde zijn paper een aantal maanden geleden al rond op een mailinglijst waar ik ook op zit. Ik vond zes van de negen experimenten heel slecht, dus ik heb er een commentaar op geschreven. En toen ik laatst in Londen op zijn universiteit een lezing moest houden, heb ik ten overstaan van zijn eigen mensen, een volle zaal met zo’n 150 man, gezegd dat die man geen onderzoek kan doen.”

Zijn belangrijkste kritiek: Shanks gebruikte kleine aantallen proefpersonen, heel diverse mensen en ze zaten niet altijd afgezonderd in eenpersoonshokjes, zoals volgens Dijksterhuis nodig is om subtiele beïnvloeding niet te laten verwateren. Shanks vindt het „oppervlakkige kritiek”, maar volgens Dijksterhuis is het essentieel. Gaan mensen door zulke dingen niet denken dat sociaal psychologen sjoemelen? Dijksterhuis zucht. „Als je een scheikunde-experiment dat je in de tropen gedaan hebt, herhaalt bij -20°C in Groenland hoeft dat ook niet werken. Onderzoek doen is een vak.”

Nature News meldde ook dat Dijksterhuis weigert een protocol te ontwikkelen voor primingonderzoek, zodat collega’s makkelijker kunnen proberen zijn werk te repliceren, terwijl Dijksterhuis zegt dat hij Nature had gemeld dat hij daar al aan werkt.

Shanks reageerde niet tijdig op een verzoek om commentaar.