Wat schuilt er in het struikgewas?

Gabriel Lesters installatie The Secret Life of Cities in galerie Fons Welters. Foto Gert Jan van Rooij

Gabriel Lester: The Secret Life of Cities. T/m 1 juni bij Galerie Fons Welters, Bloemstraat 140, Amsterdam.

Wie Gabriel Lesters nieuwe installatie The Secret Life of Cities betreedt, begrijpt het onderwerp meteen: voyeurisme. Op twee schermen, tegenover elkaar, zien we tientallen korte, gefilmde impressies van bosjes, bomen, beplantingen; allemaal liggen ze onmiskenbaar in de stad. Per stukje film verschillen de bladeren nogal, soms zijn ze dik, bijna vettig, dan weer wuft en fragiel of smal en puntig als palmen. De voornaamste overeenkomst is dat je er nauwelijks doorheen kunt kijken. Waardoor natuurlijk meteen de nieuwsgierigheid wordt geprikkeld: wat zien we daar eigenlijk achter? Gebeurt er iets? Moet ik beter kijken?

Of niet?

Hoe langer je namelijk tuurt, hoe meer je beseft dat allerlei klassieke kenmerken van het voyeurisme niet opgaan voor Lesters installatie. Zo staat de camera steeds stokstijf stil, alsof hij geen enkele moeite doet een gebeurtenis achter de bosjes te volgen. En sterker nog: achter het groen gebeurt eigenlijk niets wat de aandacht rechtvaardigt. Een vrouw loopt voorbij. Een auto. Een man. Je ziet niks, maar ondertussen zit je wel minutenlang intens en geconcentreerd naar de installatie te kijken.

Dat lijkt dan ook de crux: Lesters installatie gaat niet over voyeurisme, maar over het sturen, het intensiveren van de blik. Daarbij gebruikt hij, opvallend genoeg, veel compositorische elementen die zowel aan fotografie en film als aan schilderkunst doen denken: het coulisse-effect bijvoorbeeld (de verdeling van het beeld in voor- en achtergrond) het spelen met scherpte en diepte en zelfs het gebruik van complementaire kleuren: heel mooi is het stukje film waarbij het ene scherm vooral uit rood en groen bestaat (reclame, boom), en het andere uit geel en blauw.

Toch, en dat is opvallend, werken deze effecten beter in de filminstallatie dan in Lesters foto’s van dezelfde uitzichten, die in de voorruimte worden getoond. Daar worden de bosjes ineens opvallend brave, kokette bosjes-voor-boven-de-bank – een beetje weerbarstig wel, een tikje vreemd, maar ook niet prikkelend genoeg om de aandacht lang vast te houden. Blijkbaar is het verglijden van de tijd, het gevoel dat er elk moment iets kán gebeuren, cruciaal om alle elementen echt tot leven te brengen. Dat is misschien een tikje onbevredigend, maar geeft je wel het gevoel dat Lester nog niet klaar is met dit onderwerp. We kijken verder.