Warren Buffett: ieders toegankelijke opa

Hij is de op twee na rijkste man ter wereld maar woont nog altijd in een middenklassewijk. Elk jaar komen aandeelhouders maar al te graag naar Omaha om naar Warren Buffett te luisteren. Zo ook zaterdag weer. Want iedereen wil kunnen wat hij kan.

Warren Buffett zingt met een aantal lokale cheerleaders op de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van zijn investeringsmaatschappij in thuisstad Omaha. Foto Bloomberg

Tussen de cijfers over de financiële voorspoed van zijn investeringsmaatschappij Berkshire Hathaway is het jaarverslag van Warren Buffett vooral een ode aan zijn thuisstad Omaha. Het afgelegen stadje in het midden van de Verenigde Staten is zo klein dat er alleen vliegtuigen met de inhoud van een touringcar landen. Maar de twee-na-rijkste man ter wereld noemt het „de wieg van het kapitalisme”. Overmorgen staat het vliegveld van Omaha vol met privévliegtuigen. Dan begint de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van Berkshire Hathaway, een evenement dat is uitgegroeid tot een pelgrimage voor de Amerikaanse aandeelhouder. 35.000 bezoekers komen om naar Buffett te luisteren, het Orakel van Omaha.

Buffett spoort zijn aandeelhouders in het jaarverslag aan om alvast een plaatsje te reserveren in zijn favoriete restaurant. De miljardair eet graag in het meest Amerikaanse restaurant van Omaha, Piccolo Pete’s, waar de vrouwen in fleecetrui komen eten en de mannen een petje dragen. Het bijgerecht bij de verschillende soorten vlees in het steakhouse is patat met spaghetti. „Ik kwam erachter wat ik prettig vond toen ik in de twintig was, of eerder zelfs; welk eten ik lekker vond, met welke mensen ik om wilde gaan, wat ik wilde doen op een dag, hoe ik me wilde kleden, wat ik leuk vond op televisie. En ik heb geen reden gezien om dat te veranderen omdat ik rijker werd”, zei de 82-jarige Warren Buffett over zijn veelbesproken neiging niet te veranderen, hoe rijk hij ook is.

Onder een enorme discobal uit 1933 loopt de Piccolo-serveerster in een groen poloshirt tussen de tafels met plastic tafelkleedjes en flessen tomatenketchup van Heinz, het concern dat Buffett eerder dit jaar opkocht. Het is het soort investering waar Buffett dol op is – door en door traditioneel Amerikaans, net als hijzelf, en net als Omaha. Buffetts investeringsmaatschappij Berkshire Hathaway bezit onder andere verzekeringsmaatschappij GEICO, spoorwegmaatschappij BNSF, chemieconcern Lubrizol en heeft aandelen in onder meer Coca Cola, American Express en M&T Bank. Van de technologiesector moet Buffett weinig hebben. De stad reflecteert zijn investeringsvoorkeuren: het staat vol oude fabriekspanden, banken en treinwagons.

Hoe kon zo’n gemiddeld stadje in landbouwstaat Nebraska de op twee na rijkste man ter wereld voortbrengen? Steve Jordon, redacteur bij de plaatselijke krant, schreef er net een boek over, The Oracle & Omaha, maar hij moet toch nog lang nadenken over het antwoord. „Buffett zegt zelf dat hij nergens anders zo succesvol had kunnen zijn als in Omaha. Het is geen toeval dat hij er nog steeds woont. Hij voelt zich hier op zijn gemak, hij is het gelukkigst hier.”

Geboren en getogen in Omaha was de jonge Buffett altijd al een verzamelaar met een ijzeren geheugen. Hij trok weg om te studeren bij zijn favoriete professor in New York, Ben Graham. Snel succesvol, een investeringsgenius, besloot hij op zijn 26ste om te gaan ‘pensioneren’ in Omaha.

Hij was nooit zo van het socializen, zonderde zich af als er bezoek kwam. Hij moest weg van de invloeden van de grote stad New York, weg van de geruchten over goede deals. Buffett wilde rustig kunnen nadenken. Dat heeft hij sindsdien gedaan, met ongekende resultaten – in de eerste twaalf jaar werd een bij Buffett geïnvesteerde dollar 26 dollar waard.

In de jaren vijftig maakte Buffett gebruik van de conservatieve inborst van zijn stadsgenoten, die net als hij langetermijninvesteringen wilden doen. De vrienden en kennissen die in de eerste jaren investeerden bij Buffett zijn nu stuk voor stuk miljonairs. En omdat ze dezelfde zuinige levenshouding als Buffett hebben en in Omaha zijn gebleven, besteden ze hun vermogen nu aan goede doelen.

„Volgens Buffett is zijn succes gebaseerd op een paar simpele investeringsideeën en op het feit dat hij vol enthousiasme elke dag tapdansend naar zijn werk gaat. Maar als dat allemaal waar is, waarom kan niemand het hem dan nadoen?”, vraagt zijn biografe Alice Schroeder zich af in haar vuistdikke boek bestseller over Buffett, The Snowball. Ze beschrijft hoe hij zijn werk niet als werk ziet, maar als lezen en denken. Hij leest zo veel mogelijk kranten, analyseert onafgebroken de koersen, en zoekt naar een patroon: een gerenommeerd bedrijf dat tijdelijk minder presteert om vervolgens in harde onderhandelingen een goede prijs te krijgen.

Journalist Jordon begon een prijsvraag onder de naam ‘Warren Watcher’: wie kan de volgende grote investering van Berkshire Hathaway voorspellen? Niemand, zo blijkt. Buffetts wegen zijn nog steeds moeilijk te doorgronden. Hij maakt zijn beslissingen nagenoeg alleen. Ook nu hij in de tachtig is, kan hij niet stoppen met geld verdienen. Maar hij blijft zuinig, een eigenschap waar zijn stadsgenoten graag over beginnen. Jordon: „Je kunt niet oneindig boterhammen met ham eten en je kunt maar in één huis tegelijk slapen.”

Buffett woont nog steeds in hetzelfde onopvallende huis als vijftig jaar geleden, makkelijk zichtbaar vanaf de weg. Hij rijdt zichzelf zonder chauffeur dagelijks naar zijn kantoor, een verdieping in een kantoorgebouw, vijf minuten vanaf zijn huis. Het geeft de Amerikanen het gevoel dat Buffett een toegankelijke opa is. Maar de portier van het kantoor zegt in de hal heel vaak vriendelijk lachend „nee”: tegen geïnteresseerde journalisten, maar vooral tegen aandeelhouders, die even gedag willen komen zeggen.

Zo goed als Buffett nadenkt over geld verdienen, zo slecht had hij bedacht hoe hij het moest uitgeven. Zijn vermogen schommelt nu rond de 55 miljard dollar (42 miljard euro). Pas na het overlijden van zijn eerste vrouw in 2004 nam Buffett de beslissing om het grootste deel van zijn vermogen aan de Bill en Melinda Gates Foundation te geven. Deze non-profitorganisatie van zijn nog rijkere vriend Bill Gates zet zich wereldwijd in voor gezondheidszorg en onderwijs.

In 2011 maakte Buffett zijn secretaresse tot het middelpunt van de Amerikaanse belastingdiscussie, door in een opiniestuk in The New York Times te pleiten voor meer belasting voor de rijken. Hij vond het belachelijk dat zij een hoger percentage aan belasting moest afdragen dan hij. President Obama omarmde het voorstel, het kreeg de naam Buffett Rule, maar er is nog niets van uitgevoerd.

In Omaha geeft de beslissing over zijn filantropie scheve gezichten. Dani, de eigenaar van buurtwinkel K-N-J Groceries, dichtbij Buffetts kantoor, verkoopt op een doordeweekse ochtend vooral blikken bier. Waarmee hij maar wil zeggen dat hij genoeg problemen heeft, en Omaha ook – armoede, verslaving. „We zien er niets van dat zo’n rijke man hier woont. Laat hem eerst zijn eigen achtertuin opruimen voor hij geld naar Afrika stuurt. Hij heeft toch Heinz gekocht, waarom zet hij hier geen fabriek neer, zodat er meer banen komen?”

Journalist Jordon hoort de kritiek vaker. „Buffett zelf weerlegt dat met het antwoord dat hij liever investeert in onderzoek naar de genezing van malaria.” En Jordon vindt de kritiek ook niet terecht. „Omaha heeft enorm geprofiteerd van de financiële successen van Buffett”, zegt hij op de redactie van zijn krant, de Omaha World-Herald. „Er zijn geen bordjes in Omaha waarop staat ‘gesponsord door Buffett’. Maar het Holland Theater daar aan de overkant van de straat, en het Medical Center verderop in de stad, de voorscholen – het is allemaal betaald door zijn Berkshire-aandeelhouders.”

De economie profiteert ook van Buffetts investeringen; er werken inmiddels 7.500 mensen bij een bedrijf dat in handen is van Buffetts investeringmaatschappij, ook al telt het hoofdkantoor van Berkshire Hathaway maar 24 werknemers. Buffett koopt steeds meer lokale bedrijven op, zoals de Nebraska Furniture Market en juwelier Borsheims. Jordon maakte het zelf mee. Hij volgde Buffett al sinds 1985 als journalist, maar opeens werd het onderwerp van zijn artikelen zijn baas, toen Buffett in 2011 de lokale krant kocht. In de maanden daarop nam hij nog eens 27 Amerikaanse kranten over – Buffett is een groot krantenliefhebber.

Omaha profiteert van het imago van de stad dat Buffett presenteert. En van de investeerders die hem komen bezoeken. Dit weekend draait de lokale economie op de aandeelhoudersvergadering. Alle hotelkamers zijn volgeboekt. „Het Woodstock van kapitalisten”, noemt Buffett de bijeenkomst zelf graag.

Steve Jordon schrijft in The Oracle & Omaha waarom de aandeelhouders hem met eigen ogen willen zien. „Hoe konden de goedgeklede, hoogopgeleide Wall Streeters die beweren dat ze de wereld van financiën begrijpen, worden overtroffen door een man die in een middenklassewijk woont, en nog wel in Omaha?”