Spelen tot iets nieuws ontstaat

James Beckett, Ostraka, shard as formal and informal note pad (Recreation of museum piece)

To scrap a proportion, t/m 12 mei bij Galerie Wilfried Lentz, Groot Handelsgebouw, Stationsplein 45 Unit C 1.140, Rotterdam. Do-za 13-18u. Inl: www.wilfriedlentz.com

„Recycle. Ink. Invisible. 90 mm.” Monotoon weerklinkt door de galerieruimte een vrouwenstem – taal als lopendebandwerk. „X. One. Tape.”

Raadselachtig. Gaat dit over de BASF-vestiging Limburgerhof, waar James Beckett eerder een kunstwerk over maakte? Ook toen ontrafelde hij een efficiënt systeem tot nietszeggende details, zoals je een machine kan ontleden tot de radertjes er werkeloos bij liggen. Door het geluidswerk heen klinkt de zoemtoon van een video waarop twee handen voortdurend boterhammen beleggen met non-foodproducten: vier tubes tandpasta. Twee pakjes zakdoekjes. Een doos inlegkruisjes. Als het maar past op het vierkante casinobrood, dan is het gelukt, en hop, weer twee boterhammen. Onderwijl dreunt de vrouwenstem maar door. „System. On. Plastic. Etcetera.”

Deze robotachtige kunst is te zien in een groepstentoonstelling die Beckett met galerist Wilfried Lentz samenstelde en die bijna het werk van één kunstenaar lijkt te tonen. Het geluidswerk is van Philomene Pirecki, de video van Dina Danish. Het thema is een spel met taal, over woorden uit hun systeem losweken voor iets nieuws.

Dat kan zijn, toch lijkt de expositie meer te gaan over een afkeer voor algehele functionaliteit. Jason Dodge toont een weegschaal die nutteloos op zijn zij ligt, Beckett exposeert roestige spades en zelfs het geld werkt niet meer: Will Holder laat een briefje van 1.000 gulden zien, netjes onder een glasplaatje als een museaal curiosum.

Zouden deze kunstenaars doorhebben dat ze hier de vijand portretteren? Immers, door de komst van de gestroomlijnde consumptiemaatschappij werd het hele leven sneller met dito kunst en vertier – lectuur, televisie – waardoor weinigen zich nog intensief willen verdiepen in moeilijke kunst. En dit is moeilijke kunst. Dit neoconceptualisme doet het goed in de internationale kunstwereld, maar werpt voor veel publiek voorbij de galeriedrempel een tweede hobbel op. Waarom Holder zijn briefje van duizend exposeert? In de hand-out, die verklarend zou moeten zijn, staat enkel „informatie op verzoek”, gevolgd door veel zwijgend wit papier.

Enige arrogantie is deze kunst niet vreemd. Maar toch, hier is het zo goed gedaan, dat zelfs in deze vreemde objets trouvés een poëtische ziel schuilt. Deze kunstenaars breken functionerende systemen af tot stukjes uit archeologische vindplaatsen, voorbij, verroest, verslagen. Broodjes tandpasta, dat gaat niet werken. Dan resteert enkel schoonheid. „Recycle. Ink. Invisible. 90 mm.”