Snoop begrijpt dat het draait om amusement

Reggae-artiesten klagen over het nieuwe Rastafari-imago van Snoop Dogg. Maar dit past juist precies in zijn loopbaan, schrijft Thomas Heerma van Voss.

Een mooie scène uit de vorige week verschenen documentaire Reincarnated: twee wereldberoemde muzikanten die elkaar niet kennen, komen samen in de studio. De een is een Amerikaanse gangsterrapper van begin veertig, de ander een Jamaicaanse reggaezanger van achter in de zestig. Van die verschillen is echter niets te zien zodra Snoop Dogg en Bunny Wailer tegenover elkaar staan. Ze lachen, ze roken joints, ze maken muziek. Toch heeft Wailer nu, maanden na de ontmoeting, gedreigd een rechtszaak aan te spannen tegen Snoop Dogg. De reden: Snoop zou contractuele en verbale overeenkomsten hebben geschonden. En Wailer is niet de enige reggae-artiest die zich door de Amerikaanse rapper bedrogen voelt.

Voor de duidelijkheid: eigenlijk moeten we het niet meer over Snoop Dogg hebben, maar over Snoop Lion. Afgelopen zomer heeft de rapper zich bekeerd tot de spirituele Rastafari-levensstijl. Naar eigen zeggen had hij genoeg van de harde hiphopwerkelijkheid, zeker na het overlijden van zijn boezemvriend Nate Dogg. Hij verhuisde tijdelijk naar Jamaica, liet zich daar zegenen door een Rastafaripriester en kreeg van hem ook een nieuwe naam toegewezen. Maar wat wellicht het belangrijkst is: sinds zijn metamorfose maakt Snoop geen hiphop meer, hij maakt alleen nog de muziek die bij de Rastafaricultuur hoort. Zijn nieuwste album Reincarnated is zodoende een onvervalste reggaeplaat geworden. De rapper die vroeger met stijlvolle trots vertelde over zijn geweldsdelicten, zingt nu dat wapens verboden moeten worden en dat geweld uit den boze is.

Vanzelfsprekend roept zo’n verandering tegenstand op. Er wordt Snoop hypocrisie verweten. Anderen, onder wie voormalig Bob Marley-groepsgenoot Wailer, beweren dat hij de Rastafari misbruikt om zijn werk te promoten en dat een schadevergoeding daarom op zijn plaats is.

Los van de vraag of hypocrisie financieel kan worden gecompenseerd, zijn dit bij Snoop stuk voor stuk onzinnige klachten. Ze gaan allemaal uit van de achterhaalde aanname dat zijn muziek tot nu toe altijd op waarheid berustte, dat hiphop draait om echtheid en dat commercialiteit daarbij de vijand is.

Ronkende actieverhalen

Toen Snoop begin jaren negentig opkwam, golden die regels inderdaad. Op een zeldzaam rauwe manier verhaalde hij over het leven in Amerikaanse achterstandswijken. Hij becommentarieerde de beroemde rellen in Los Angeles niet haatdragend of hooghartig, maar rapte als een gewone, vertwijfelde twintiger. Daarmee groeide hij uit tot een van de meest geprezen vertegenwoordigers van het gangsterrapgenre. Alleen escaleerde het geweld binnen die wereld zelf ook: sommige labels werden gerund door beruchte bendeleiders, terwijl wereldberoemde rappers onder onduidelijke omstandigheden werden vermoord.

De meeste artiesten besloten hierop de rauwe randjes van hun teksten af te halen. De agressie werd afgezwakt, de persoonlijke bedreigingen bleven achterwege. Snoop koos juist de tegenovergestelde richting en vergrootte zijn tekstuele geweld tot in het absurde. Niet langer rapte hij over een enkele schietpartij op een straathoek, hij presenteerde zichzelf voortaan als een ongeëvenaarde maffiabaas. De alledaagse vrouwenversierder die hij op zijn vroege werk was, werd vervangen voor een in lange bontjas gehulde pooier, terwijl hij zijn vrije tijd besteedde aan het maken van pornoclips en bloederige actiefilms. En zo verdreef hij de rauwe werkelijkheid op een bewuste, weloverwogen manier uit zijn nummers. Het merk Snoop Dogg verdreef de politieke toeschouwer Snoop Dogg.

Grof gezegd heeft het hiphopgenre de laatste twintig jaar eenzelfde beweging gemaakt: steeds minder draait het om echtheid, steeds meer om entertainment. De bekendste rappers van nu zijn geen politieke commentatoren, geen maatschappijkritische buitenstaanders of veredelde vrijheidsstrijders. Nee, het zijn degenen die het meest prikkelende en bij voorkeur met goud aangedikte verhaal kunnen vertellen.

Het meest schrijnende voorbeeld: gangsterrapper Rick Ross vertelt al albums lang over zijn drugspraktijken, zijn criminele organisaties en gewelddadige verleden. Maar enkele jaren geleden werd aangetoond dat hij vroeger een keurige baan had als gevangeniscipier – binnen hiphopkringen een van de meest oneervolle beroepen denkbaar.

Twintig jaar geleden had zo'n ontdekking woede opgeroepen. Ross zou zijn weggehoond als een sell out, collega's hadden hem het lijdend voorwerp gemaakt van de meest snedige disses. Nu maakt het niemand wat uit. Ross is onverminderd populair en heeft zijn imago als drugsbaron de afgelopen jaren juist alleen maar uitvergroot. Want hij beseft ook: hiphopteksten hoeven allang geen realistische egodocumenten meer te zijn, het gaat erom wie het meest overtuigende en ronkende actieverhaal vertelt.

Snoop is een van de weinige oude rappers die meegaat met de veranderingen van het genre. Zijn nummers zijn geen sociale commentatoren meer, het gaat bij hem allang niet meer om echtheid. Hij is een icoon geworden, iemand die aanschuift bij tv-programma's voor wat luchtigheid en muzikaal gezien doet waar hij zin in heeft. Zijn albums hangen van contradicties aan elkaar, hij heeft eerder al opzwepende country- en emotionele soulnummers gemaakt, en zo bekeken kan zijn reggae-overstap nauwelijks een verrassing worden genoemd.

Jaloezie verhullen

Wat Wailer nu precies van Snoop eist is onduidelijk. Hij heeft de eventuele rechtszaak gepresenteerd als een serieus dreigement, maar welke overeenkomsten er geschonden zouden zijn blijft onduidelijk. Voor zover bekend is er geen contract ondertekend en heeft Snoop geen beloftes gedaan. Waarschijnlijk gebruikt Wailer deze grote woorden alleen om aandacht te krijgen. Om zijn afkeer van deze rapper aan zo'n breed mogelijk publiek te kunnen presenteren, of om zijn jaloezie met een legitiem excuus te verhullen.

Steeds meer Jamaicaanse reggae-artiesten protesteren nu tegen Snoops verandering, vol verontwaardiging en zonder duidelijk verwijt. Alsof er een patent zit op de Rastafari. Alsof buitenstaanders die cultuur niet mogen gebruiken. De klachten zullen vast nog een tijdje blijven komen, maar ze zullen nergens toe leiden. Er zal geen rechtszaak volgen, Snoop Lion zal geen excuses maken of spijt betuigen. Het maakt die scène uit de documentaire Reincarnated er alleen maar treffender op. Links zien we een rapper die al vijftien jaar succesvol meegaat met zijn tijd en weet dat het in de muziekindustrie draait om amusement. Rechts: een reggaezanger die krampachtig vasthoudt aan het verleden en geen buitenstaanders wil toelaten binnen zijn domein. Wij weten allemaal wie er zal winnen.