Romantisch schilder van sublieme luchten

William Turner is de grote publieksfavoriet van de Britten. Met zijn bijna abstracte wolkenluchten was hij zijn tijd ver vooruit.

J.M.W. Turner, ‘Self-portrait’, ca. 1799. Collectie Tate Britain

Wat Rembrandt is voor de Nederlanders, dat is Joseph Mallord William Turner (1775-1851) voor de Britten. De Londense Tate Gallery heeft zelfs een hele vleugel gewijd aan de schilder van ‘het sublieme’. In deze Clore Gallery is een groot deel van Turners nalatenschap te zien. Met 300 schilderijen en 20.000 aquarellen en tekeningen, waaronder 300 schetsboeken, bezit de Tate de grootste collectie Turners ter wereld.

Turner begon zijn carrière in de tijd dat de Britse portretkunst op zijn hoogtepunt was, met Thomas Gainsborough, Joshua Reynolds en George Romney. De oude Reynolds was directeur van de Royal Academy toen de 14-jarige Turner er werd toegelaten. Maar Turner brak al snel met die natuurgetrouwe portrettraditie. Zijn grote held was de zeventiende-eeuwse Franse schilder Claude Lorrain, meester van romantische landschappen vol mistige zonsopgangen en pittoreske doorkijkjes met bomen. Turner imiteerde Lorrains magische weergave van het licht zo goed dat hij in zijn tijd al „de Britse Claude” genoemd werd.

Turner was een typische vertegenwoordiger van de Romantiek, een schilder die gretig de nietigheid van de mens ten opzichte van de overweldigende natuur uitbeeldde. Zijn tijdgenoot John Ruskin noemde hem de beste schilder van zijn tijd, maar conservatieve critici vonden zijn waterige voorstellingen schandalig. „Schilderijen van niets”, zo werden zijn kleurrijke vlekken genoemd. Of, zoals zijn collega John Constable zei, „luchtige visioenen, geschilderd in kleurige stoom”.

Met zijn haast abstracte wolkenluchten, zinderend van dreiging, was Turner zijn tijd ver vooruit. Veel eerder dan de impressionisten liet hij contouren vervagen en zonnestralen uiteenvallen. Maar ook de Amerikaanse abstract-expressionisten en colorfield painters moeten zijn werk voor ogen gehad hebben toen ze hun abstracte kleurenvelden schilderden. Het is moeilijk naar een doek van Rothko te kijken en níét aan Turner te denken.

Tegelijkertijd was Turner ook echt een schilder van zijn tijd, iemand die de nieuwste ontwikkelingen en uitvindingen in zijn composities verwerkte. Hij schilderde stoomboten, fabrieken, molens en treinen. Zoals op Rain, Steam, and Speed: The Great Western Railway (1844, National Gallery, Londen) dat je met zijn scherpe licht-donkercontrasten en dynamische diagonalen als een ode aan de industriële revolutie zou kunnen zien.

Vaak ook vond Turner zijn onderwerpen in het dagelijkse leven. Toen in oktober 1834 de Houses of Parliament in brand stonden, sprong hij direct in een bootje om de ravage vanaf de Theems vast te kunnen leggen. En net als zijn tijdgenoot Goya had hij aandacht voor politieke conflicten. In Slavers Throwing Overboard the Dead and Dying: Typhoon Coming On (1840) deed hij verslag van een gruwelijke gebeurtenis uit 1781, toen slavernij nog legaal was in Engeland. Met heftige kwaststreken schilderde hij een zee van lijken, aangepikt door meeuwen, onder een heftige oranje-rode lucht.