Robert M. gaat in voorlopige cassatie tegen uitspraak hof

Robert M. tijdens een eerdere rechtbankzitting. Rechtbanktekening via ANP / Aloys Oosterwijk

Robert M. gaat in cassatie tegen de straf van negentien jaar cel en tbs die hij vorige week door het Amsterdamse gerechtshof kreeg opgelegd. Dat hebben zijn advocaten vandaag tegen RTL Nieuws gezegd. Het gaat wel om een voorlopige cassatie. De raadslieden hebben meer tijd nodig om het vonnis van het hof te bestuderen.

De raadslieden, Wim Anker en Tjalling van der Goot, moesten binnen twee weken besluiten of ze in cassatie zouden gaan. Door nu al beroep aan te tekenen hebben ze in ieder geval de termijn waarbinnen partijen in cassatie kunnen gaan veiliggesteld.

De komende tijd bekijken Anker en Van der Goot of ze daadwerkelijk kans maken bij de Hoge Raad. Ze kunnen het besluit om in cassatie te gaan altijd nog intrekken. Een advocaat gaat alleen in cassatie als er punten zijn waarop het Hof de wet niet juist heeft toegepast. Een cassatierechter beoordeelt de feiten van de zaak zelf niet meer opnieuw.

VIER JAAR MISBRUIKTE M. ZEER JONGE KINDEREN

Het hof achtte bewezen dat de 29-jarige in Letland geboren kinderoppas en crèchemedewerker 67 kinderen heeft misbruikt en kinderporno heeft gemaakt en verspreid. Hij heeft bekend gedurende ongeveer vier jaar 87 zeer jonge kinderen te hebben misbruikt op de crèches waar hij werkte, bij hem thuis of op oppasadressen.

M. zit vast sinds december 2010. De politie pakte hem op kort nadat in Opsporing Verzocht uit het buitenland afkomstige beelden waren getoond die waren te herleiden tot Nederland. De rechtbank had hem eerder veroordeeld tot achttien jaar cel en tbs. Het OM had beide keren twintig jaar cel en tbs geëist.

M.’s advocaten waren in hoger beroep gegaan omdat ze vonden dat hij een kortere celstraf moest krijgen dan de rechtbank hem vorig jaar oplegde. In plaats daarvan kreeg hij dus een langere straf. Advocaat Wim Anker zei bij de uitspraak vorige week dat hij het teleurstellend vond dat strafverminderende factoren, waaronder een verminderde toerekeningsvatbaarheid, niet hadden geleid tot een lagere celstraf. Ook vond hij het jammer dat de tbs-behandeling pas op twee derde van zijn celstraf zou starten.

Het Openbaar Ministerie liet eerder al weten tevreden te zijn met de straf die M. van het hof kreeg en niet in cassatie te gaan.