Recensie Lofzang op het vrije denken

Hannah Arendt

Regie: Margarethe von Trotta. Met: Barbara Sukowa. In: 22 bioscopen. ***

Weinig historici beamen nog dat Adolf Eichmann de belichaming zou zijn van wat sinds Hannah Arendt de ‘banaliteit van het kwaad’ heet. Oorlogsmisdadiger Eichmann presenteerde zich tijdens zijn proces in Jeruzalem gewiekst als een anonieme bureaucraat, die eigenlijk weinig tegen joden had en zich nauwelijks bewust was geweest van het leed dat hij vanachter zijn bureau aanrichtte. In werkelijkheid was hij een streber, overtuigd antisemiet, hij had de vernietigingskampen bezocht en was dus wel degelijk achter zijn schrijftafel vandaan gekomen.

Hannah Arendt van regisseur Margarethe von Trotta laat weliswaar goed de woede en de opwinding zien die Arendt met haar artikelenreeks over het Eichmann-proces teweegbracht, maar de film gaat nauwelijks in op de inhoud van de controverse. We zien een moedig denker die tegen de stroom in gaat. Naar buiten toe stoïcijns, binnenskamers een liefhebbende vrouw voor haar man, en – in kitscherige flashbacks – haar leermeester en minnaar Heidegger.

Maar het niveau van argumenteren is in de film wel erg pover. „Eichmann was helemaal geen antisemiet. Je hebt hem dat toch zelf horen zeggen?” merkt Arendt op. Zou ze echt zo simpel hebben geredeneerd? Ook Eichmanns verklaring dat hij persoonlijk nooit een jood een haar had gekrenkt, krijgt ruim de aandacht. Maar dat gold zelfs voor Hitler. Vele hoge nazi’s lieten zich erop voorstaan dat hun jodenhaat niet was ingegeven door zoiets vulgairs als emoties, maar door kil verstand.

Als schets van een joods-intellectueel milieu in New York, met een vleugje van het stijlgevoel van Mad Men, en als simplistische, maar verfrissende lofzang op de vrije geest, is Hannah Arendt geslaagd. Als het om de inhoud van de ideeën gaat blijft de kijker met lege handen achter.