Mensen zijn nu slomer dan 100 jaar geleden

Mensen zijn de laatste eeuw helemaal niet steeds slimmer geworden. Sterker nog, het IQ van onze 19de-eeuwse voorouders zou gemiddeld 14 punten hoger zijn dan dat van ons. Dat is de ontnuchterende conclusie van een artikel in het tijdschrift Intelligence (2 mei).

Het is een langlopend debat: steeds slimmer of juist dommer. Veel mensen vrezen het laatste, omdat hoogopgeleide mensen gemiddeld minder kinderen krijgen dan laagopgeleide. Maar toen was daar de Nieuw-Zeelandse politicoloog James Flynn, die in de jaren ’80 een opmerkelijke trend blootlegde. Een IQ-score zegt niet iets over iemands absolute intelligentie, maar over hoe iemand scoort ten opzichte van anderen op dat moment. De norm wordt ieder jaar weer op 100 gesteld. Flynn ontdekte dat mensen in de loop van de jaren, als je corrigeert voor die jaarlijkse normering, steeds hoger waren gaan scoren: gemiddeld 3 tot 5 IQ-punten per decennium.

Het ‘Flynn-effect’ is sindsdien over de hele wereld aangetoond. Er zijn verschillende verklaringen voor geopperd. Door betere voeding en gezondheid zouden onze hersenen bijvoorbeeld beter zijn geworden. We zouden ze ook nog eens efficiënter benutten dankzij betere scholing, en dankzij de gemiddeld kleinere gezinsgrootte, waardoor elk kind meer aandacht krijgt. Daarnaast zouden we door onze opvoeding en cultuur meer getraind zijn geraakt in het omgaan met de complexe vraagstukken die je in IQ-tests terugvindt.

Maar volgens de nieuwe studie zouden we dus juist dommer zijn geworden. De onderzoekers, onder wie UvA-psycholoog Jan te Nijenhuis, stellen dat je IQ-tests helemaal niet kunt gebruiken om generaties met elkaar te vergelijken. Hoe je scoort op zo’n test, is immers sterk cultureel en dus tijdsbepaald.

In plaats van IQ vergelijken de wetenschappers daarom iets anders: de reactietijd. Die hangt volgens hen heel precies samen met intelligentie: hoe sneller, hoe slimmer. Reactietijd is niet cultureel bepaald – en wel al ruim een eeuw heel nauwkeurig gemeten. De auteurs analyseerden 14 studies die tussen 1884 en 2004 reactietijden maten bij ruim 9.000 mensen. De gemiddelde reactiesnelheid was opgelopen van 194 naar 275 milliseconden. Dat komt overeen, aldus de auteurs, met een IQ-daling van 14 punten. Zij verklaren dit doordat hoogopgeleiden gemiddeld minder kinderen krijgen.

James Flynn toont zich in een reactie per e-mail niet onder de indruk. Hij vindt reactietijd een indirecte maat voor intelligentie: „Factoren zoals concentratie gooien al snel roet in het eten.” Daarnaast zegt hij dat het een het ander niet uitsluit. „De auteurs claimen alleen dat de genetische aanleg voor intelligentie is verminderd. Het Flynn-effect is een omgevingseffect en veroorzaakt wel degelijk hogere IQ’s. En die toename is wat telt: die vertelt ons hoe goed we functioneren in de moderne wereld.”