Loepzuivere Friese passie

worldNynke Laverman: Alter ****

Een kleine tien jaar geleden brak Nynke Laverman (1980) door met haar Friese interpretatie van de fado. De zuidelijke weemoed en passie bleken zich goed door een noordelijke zangeres te laten vertolken. Na een uitstapje naar Mongolië op haar vorige plaat, keert ze als hardcore fadista terug bij haar jeugdliefde.

Dat Alter in meer dan dertig landen uitkomt, onderstreept de internationale allure van haar hoge, loepzuivere stem, die ze mooi kan laten smelten en dramatisch kan laten zuchten – en die hoogstens soms wat koud aan de randjes is. Laverman wordt begeleid door gitarist Javier Limón, die als producer de klanken scherp houdt.

In het lyrische openingsnummer mengen zang en snaren ideaal met de percussie en een melancholieke bugel. Rutger Koplands Voorjaarsgedicht is in het Fries overgezet – over liefde die vanzelfsprekend is, maar bij vlagen moeizaam.

Op het intense Eftereach (achteroog) is de onlangs overleden dichter Tjêbbe Hettinga te horen, afgewisseld met een hartstochtelijk zingende Laverman en begeleid door handgeklap en stampende hakken. Laverman zet de harde g’s van het Fries extra aan en laat de r’en rollen: ook flamenco en Fries vloeien wonderwel ineen.

De emoties in zang en muziek krijgen van Laverman in haar teksten nauwelijks concrete uitdrukking. Ze zingt over eenworden, accepteren en leegte: die teksten zijn even ongrijpbaar én dichtbij als het Fries in Hollandse oren klinkt.