Le Pen geeft Fransen voorrang

„Dit zijn de fascisten”, briest een Nederlandse vader tegen zijn kinderen als ongeveer drieduizend aanhangers van het Front National zwaaiend met Franse vlaggen over de Avenue de l’Opéra aan hem voorbijtrekken. Jérôme Miquel, jaarlijks paraat bij de alternatieve 1-meiviering van het Front, wil met hem in discussie. „U begrijpt er niets van!” Maar de toerist beent boos weg. „Nazi’s!”

„Dit is een nette partij, die op democratische wijze opkomt voor de rechten van Fransen”, zegt Miquel, een keurig gekapte jurist die zich „sympathisant” van de nationaal-populistische beweging van Marine Le Pen noemt. „Niet links, niet rechts, Front National!”, scanderen de passerende leden. „We zijn in Frankrijk een acceptabel alternatief geworden, maar in het buitenland leven blijkbaar nog wat vooroordelen.”

Die „vooroordelen” zijn volgens Miquel vooral het gevolg van uitspraken van de vader van de huidige partijleider. Jean-Marie Le Pen hielp in 1972 met oud-collaborateurs, voormalige Algerijegangers, royalisten en andere nationalisten het Front National oprichten. Hij slaagde erin de vele extreemrechtse splinters in het Front samen te brengen en bleef bijna veertig jaar boegbeeld én, door zijn onbesuisde uitspraken, de grootste handicap van de partij. In 2009 noemde Le Pen de gaskamers in de Tweede Wereldoorlog nog een „detail” in de geschiedenis.

Na een hoogtepunt in 2002, toen niet de socialistische kandidaat, maar vader Le Pen met zittend president Chirac naar de tweede ronde van de presidentsverkiezingen doorging, was de partij in 2007 op sterven na dood. Nicolas Sarkozy had de vaste stokpaardjes van het Front – immigratie en veiligheid – in de campagne weggekaapt en won de verkiezingen.

Sindsdien ondergaat het FN naar het voorbeeld van partijen als de Deense Volkspartij een metamorfose en een ideologische heroriëntering. „We zijn gematigder geworden”, meent een van de demonstranten. Of althans: meer dan onder Jean-Marie is het Front National sinds dochter Marine in 2011 de leiding overnam voor veel Fransen niet langer een partij waarvoor je je hoeft te schamen. Advocaten, artsen en universitair docenten sluiten zich tegenwoordig openlijk bij haar aan.

Door de professionalisering en ‘ont-demonisering’, zoals Le Pen het noemt, is het Front National een ‘nationale bedreiging’ geworden, kopte dagblad Libération deze week. Le Pen haalde bij de eerste ronde van de presidentsverkiezingen een jaar geleden 17,9 procent. Zouden er nu verkiezingen zijn, dan zou ze volgens peilingen president Hollande ver achter zich laten en met 23 procent van de stemmen de tweede ronde halen.

Beperking van de immigratie (tot 10.000 personen per jaar) en krachtig optreden tegen illegaliteit zijn nog altijd belangrijke programmapunten, maar de berekenende Marine Le Pen spreekt in haar vele optredens bij voorkeur over de economie (vóór tariefmuren, tegen het ‘ultraliberalisme’), over Europa (Frankrijk uit de EU) en over gedeelde Franse waarden. Ze wil de islam niet verbieden, maar keert zich tegen „extremisme” en neemt het op voor gewone Fransen die varkensvlees uit schoolkantines hebben zien verdwijnen.

Centraal staat voor haar de ‘priorité nationale’: voorrang „voor Fransen” op het gebied van werkgelegenheid, huisvesting en overheidstoelagen. In een interview op de publieke televisie verzekerde Le Pen in februari „dat dat dus niet betekent voor blanken of raszuivere Fransen, maar iedereen die de Franse nationaliteit heeft, ongeacht origine of religie”.

„We zijn ten diepste republikeins”, zegt ze in haar 1-meitoespraak in Parijs. Dat betekent zoveel als dat ze de waarden van de Franse republiek, liberté, égalité en fraternité (en daarmee de democratie) onderschrijft. Even daarvoor heeft ze een bloemstuk gelegd bij het beeld van Jeanne d’Arc nabij het Louvre. De maagd van Orléans versloeg de Engelsen en beschermde de Fransen zo tegen buitenlandse dominantie. „Toen was het de koning van Engeland die koning van Frankrijk werd, nu is het de koning van Brussel die bij ons de baas is geworden.”

Dit is het vijfde deel van een korte serie over populisme in Europa. De eerdere delen stonden in de krant op 27, 29 en 30 april en op 1 mei.