Koning Zonderland

Neem een foto van Beatrix toen zij werd ingehuldigd in 1980 en een van Willem-Alexander, eergisteren, en je ziet het verschil. Beatrix dráágt die hermelijnen mantel. Hij valt goed rond de schouders en de voorpanden bedekken een deel van de borst. „Kom maar hier met dat ding”, heeft ze gezegd. Als de rok van een derwisj zwierde hij door de lucht en toen hij geland was, zat zij erin. Zo, aan de slag. Willem-Alexander had de mantel overduidelijk omgehangen gekregen, door een handvol nerveuze bedienden.

Doodstil stond hij daar, voor de spiegel, terwijl nijvere handen het ding op z’n plaats brachten.

-Nee nee, niet te dicht. Meer zo.

-Ja maar Majesteit, stel dat hij valt!

- Ja nee, dat moeten we ook niet hebben.

- Toch maar zo doen dan?

- Nee, losser. Zó.

- Majesteit, uw moeder...

- Mevrouw Knopspeld, de keuze is aan mij, niet aan mijn moeder.

- Majesteit, excuus, ik…

- Geen probleem, ik begrijp het. Hoe lang heeft u voor mijn moeder gewerkt?

- Eh, binnenkort zevenendertig jaar.

- Zo! Ongelooflijk.

- En in al die jaren is uw moeder nog niet met een haaltje aan d’r kous de deur uitgegaan, kan ik u verzekeren. Eén keer zat er een torntje in de borstzak van een mantelpak. Stond meteen zó groot voorop de Privé! Wat dacht u, zo ongeveer?

- Meer naar achteren.

- Maar…

- Zó. Oeps! Pardon.

- Dat bedoel ik, majesteit. Zo blijft hij niet hangen. Verder dan dit… wordt echt… ja ziet u, daar gaat hij al.

- Wacht, als u hem nou van achteren vasthoudt, zodat hij niet valt, dan laat ik zien hoe ik hem wil hebben. Kijk… zo.

- Ja maar Majesteit! Dat is geen gezicht!

- Zó wil ik het.

- Maar…?

- Hij móet een beetje ongemakkelijk zitten. Alsof ik hem geleend heb, begrijpt u? Je hebt restaurants, die zijn zo deftig, daar mag je alleen naar binnen met een jasje aan. En als je geen jasje hebt dan geven ze je een jasje te leen, kent u dat? Dat dan natuurlijk te groot of te klein is. Dát bedoel ik. Zo van: eígenlijk hoor ik hier niet thuis.

- Maar Majesteit, u hoort hier toch thuis?

- Jawel, maar ook weer niet.

- Eh…?

- Kijk, zo’n Epke, of Sven, of Ranomi, die hebben die gouden medaille helemaal zélf gewonnen. Die kunnen gewoon lekker springen en juichen en zwaaien en die plak omhoog houden, maar dat kan ik niet. Ik heb niks veroverd, ik heb iets geërfd, dat is anders.

- Tja. Grappig wel, eigenlijk.

- Wat is grappig?

- Toen we destijds met uw moeder de mantel pasten zei uw grootmoeder: kind, doe dat ding toch wat losser. Maar nee, dat wilde ze niet.

- Zei ze dat? Ja, zo was oma. Die begreep het. Hij móet niet goed zitten!

- Ja, maar wat u wil dat kan niet, Majesteit. Hij is te zwaar.

- Bel mijn herauten! André Kuipers, Robbert Dijkgraaf! Er móet een manier zijn om dit ding gewichtloos te maken!

- Och, om die geleerde heren daar nu voor te storen, dan weet ik ook nog wel iets. Kijk, dit is een rokspeld, en als ik hem daar nu… even mee… vastzet… kijk... zo… en hier nog eentje… en hier ook nog… eentje… dan líjkt het alsof hij elk moment op de grond kan vallen, maar hij blijft toch hangen. Ziet u?

- Ja! Dát bedoel ik! Zo moet ie!

- Mooi zo.

- Ja, maar nu zit hij vast.

- Nee hoor. We passen die spelden nog een beetje aan, we zetten ze goed vast en dan tillen we hem zó van u af.

- Wow!

- Alleen bij het omhangen goed opletten dat we u niet prikken. Bloedvergieten kan altijd nog.

- Mevrouw Knopspeld, u verdient een lintje.

- Dat is lief van u, Majesteit, maar ik heb een naaidoos vol.

En zo kwam het te gebeuren dat de nieuwe Koning der Nederlanden bij zijn inhuldiging een hermelijnen koningsmantel droeg, maar ook weer niet. De grote vraag was of de mantel nóg losser kon, of dat de grens nu bereikt was.

Jan Kuitenbrouwer is directeur van de Taalkliniek (taalkliniek.nl).