'Herdenken oorlog en vieren van vrijheid is kwetsbaar onderwerp'

Vorig jaar was er een rel over een gedicht, in Vorden over herdenken van gesneuvelde Duitsers, in Geffen over namen op een monument. „Zorg voor draagvlak in de gemeenschap.”

Ze wil het geen inschattingsfout noemen. „We zouden het anders hebben gedaan”, zegt Joan Leemhuis-Stout, de voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Als het comité weer voor de keuze stond, zou het Auke de Leeuw niet hebben gevraagd Foute Keuze voor te dragen tijdens de Nationale Herdenking.

Auke de Leeuw (16) won vorig jaar de gedichtenwedstrijd van het comité met een gedicht over zijn oudoom, die diende bij de Waffen-SS. Kort voor de herdenking kreeg hij te horen dat hij Foute Keuze niet mocht voordragen, omdat de ceremonie overschaduwd dreigde te worden door de ophef over zijn gedicht.

Dit jaar verwacht Leemhuis geen problemen. Met Nachtelijke overdenkingen van de 16-jarige Roos Reinartz heeft het comité een veilige keuze gemaakt. Roos schrijft dat haar beeld van de oorlog mede wordt bepaald door de verhalen van haar oom, die onderduikers in een schuur verborg. Leemhuis: „De jury heeft een heldere boodschap meegekregen. Natuurlijk moet je dat zien tegen de achtergrond van de ervaring van vorig jaar.”

Was de boodschap dit keer: ga controversiële onderwerpen uit de weg?

Leemhuis: „De keuze moest nóg zorgvuldiger worden gemaakt. Dat is nu gebeurd.”

Het klinkt alsof het onderwerp van Aukes gedicht te gevoelig ligt.

„Laten we naar de toekomst kijken. Er komt dit jaar een prachtig gedicht van een zestienjarige Utrechtse scholiere.”

Is het fair te constateren dat Nederland er nog niet rijp voor is?

„Rijp voor?”

Voor een gedicht over een familielid dat ‘fout’ was in de oorlog.

De voorlichter van Leemhuis komt tussenbeide: „Mevrouw Leemhuis zei dat we wellicht beter naar de toekomst kunnen kijken.”

Leemhuis: „De jury heeft gekozen voor een gedicht.”

Haar voorlichter: „Een heel mooi gedicht.”

De rel rond Aukes gedicht staat niet op zichzelf. In het Gelderse Vorden woedt een terugkerende discussie over het al dan niet herdenken van gesneuvelde Duitsers op 4 mei. En in het Brabantse Geffen werden namen op een oorlogsmonument verwijderd. Reden: joodse organisaties vonden het ontoelaatbaar dat daar ook namen van gesneuvelde Duitse militairen tussen stonden. Leemhuis: „Het herdenken van oorlog en vieren van vrijheid is een kwetsbaar onderwerp, en dat zal altijd zo blijven.”

Joodse belangengroepen zouden graag zien dat het Nationaal Comité meer sturing geeft.

„Wat bedoelt u met sturing?”

Ze willen dat u lokale 4 en 5 mei-comités richtlijnen meegeeft om te voorkomen dat er onduidelijkheid ontstaat over wie en wat er moet worden herdacht.

„Het Nationaal Comité 4 en 5 mei gaat over nationale zaken. We geven advies en voorlichting aan lokale comités en gemeenten. Ze kunnen ons vragen stellen. Wij hebben een handreiking herdenken en vieren uitgegeven. Sommige lokale comités spiegelen zich aan ons, maar zij bepalen zélf hoe ze de herdenking inrichten. Wat wij wel altijd zeggen: zorg voor draagvlak in de gemeenschap. Praat met oorlogsgetroffenen, nabestaanden en alle betrokken organisaties. In the end blijft het wat ons betreft een lokale verantwoordelijkheid.”

U wilt zich niet mengen in lokale discussies?

„Dat is niet onze taak. Wij zijn niet de moeder aller comités.”

Is de boodschap niet verwarrend: wij geven advies, maar voelen ons niet verantwoordelijk.

„Zo is onze staat nu eenmaal ingericht. Gemeenten hebben een eigen verantwoordelijkheid en dat is een groot goed. Het zou misstaan als de rijksoverheid dirigistisch was op het vlak van herdenken en vieren.”

U biedt geen oplossing voor de problemen. Dat kan leiden tot meer incidenten.

„Ja.”

Boven Vorden vloog vorig jaar een vliegtuig met de tekst ‘Vorden is fout’. De tegenstellingen worden steeds zichtbaarder.

„Nederland kent vrijheid van meningsuiting. Wij vinden het belangrijk dat mensen beseffen dat hun manier van herdenken misschien niet die van een ander is. Luister naar elkaar en respecteer elkaars wijze van herdenken.”

De incidenten baren u geen zorgen?

„We zien onder ogen dat het kan gebeuren. Men zal zich in belangrijke mate lokaal moeten prepareren op de mogelijkheid dat zich incidenten voordoen. Burgemeesters zeker.”

Hoe?

„Burgemeesters doen er goed aan van tevoren door het programma te gaan. Zo nodig kunnen ze met betrokkenen onderwerpen bespreken. Dit alles vanuit de overtuiging dat iedereen graag wil dat de herdenking waardig en in grote saamhorigheid verloopt.”

Als voorzitter volgt Leemhuis strikt het memorandum van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Daarin staat dat op 4 mei alle Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog worden herdacht én alle oorlogen erna. Hierop kwam afgelopen jaar kritiek van diverse religieuze groeperingen, die zich verenigden in het Caïro-overleg. Zij vinden dat de betekenis van de Tweede Wereldoorlog op de achtergrond raakt, en dat op 4 mei alleen slachtoffers van deze oorlog moeten worden herdacht.

Wat vindt u van de kritiek?

Leemhuis zucht. „De Tweede Wereldoorlog is leidend op 4 mei, maar we herdenken ook slachtoffers van andere oorlogen. We kunnen het tegenover families niet verantwoorden slachtoffers van vredesoperaties te negeren.”

    • Enzo van Steenbergen
    • Danielle Pinedo